Driek van Wissen: Gedichten des Vaderlands

Onder het teken van de Dichter des Vaderlands (2005-2009) publiceerde Driek van Wissen op hoogtijdagen een speciaal geschreven gedicht in NRC Handelsblad. Die gedichten zijn met toestemming van de auteur ook toegankelijk via de website van de Koninklijke Bibliotheek.

Tegenpolen

28 februari 2005 (Over een wetsvoorstel voor het inzetten van werklozen in de tuinbouw en over de stervende Paus Johannes Paulus II)

Wanneer ons land z'n oogst wil binnenhalen

En niemand zich meteen vrijwillig meldt

Die graag asperges steekt of bollen pelt

Huren wij Polen die wij zwart betalen.

Maar weldra ruimt de Pool voorgoed het veld

Daar nieuwe regels nu gestreng bepalen

Dat er in plaats van dit soort illegalen

Een Nederlander dient te werk gesteld.

Zo is er ook een hoge Pool in Rome

Die op de akkers van het Vaticaan

Een kwart eeuw lang al veldwerk heeft gedaan

En die nu gauw voor eeuwig thuis moet komen,

Waarna door een inheemse Italiaan

De witte arbeid over wordt genomen.

Welkom thuis

10 maart 2005 (Over de terugtrekking van Nederlandse soldaten uit Irak en over onrust in het voetbal)

Nu na het sluiten van de laatste tent

De driekleur in Camp Smitty is gestreken

Dient men diezelfde vlag hier uit te steken

Als welkomstgroet voor ons detachement

Terwijl het ook vanzelf zou moeten spreken

Dat Jan Soldaat die dienst deed als agent

Als held van heel de natie wordt erkend -

Maar nee, ons land blijft lelijk in gebreke.

Wij leven immers in een vreemde tijd

Waarin alleen de voetballers nog gelden

Als onze echte nationale helden

Die als gevierde winnaars in de strijd

Bij terugkeer van de buitenlandse velden

Een hartverwarmend welkom wordt bereid.

De zilveren kroon

29 april 2005 (Over het 25-jarige jubileum van koningin Beatrix)

Toen Beatrix, onze vorstin in spe

Als jonge loot aan de Oranjestam

Haar moeders stokje plechtig overnam

Was ik erbij en feestte vrolijk mee.

Het hek was echter spoedig van de dam:

De krakers raakten slaags met de ME

En kopje onder in de mensenzee

Nam ik verschrikt de wijk vanwaar ik kwam.

Maar nu de rook voorgoed is opgetrokken

Kijk ik nog één keer in een ommezien

Omhoog naar onze oude kroonprinses.

En zie, ook vijfentwintig jaar nadien

Staat zij nog zelfbewust en onverschrokken

Als nationaal symbool op het bordes.

Geen ja geen nee

24 mei 2005 (Over de regeringspogingen om het volk 'voor' te laten stemmen bij het referendum over de Europese Grondwet)

Wat of die Grondwet inhoudt, geen idee,

Maar ik heb weinig eerbied en waardering

Voor onze rechtse burgermansregering

Die voor is en dus stem ik lekker nee.

Goed, het is niet zo'n sterke redenering

En was ik onze huidige premier

Dan deed ik er beslist mijn voordeel mee

En trok ik uit die dwarse houding lering

En zou ik zeggen dat mijn kabinet

Opeens een beter inzicht heeft gekregen

En mij derhalve steunt in mijn verzet,

Want dan moet ík mijn keus heroverwegen

En ben ik van de weeromstuit niet tegen

Maar voor de nieuwe Europese wet.

Keuzevrijheid en democratie

29 november 2005 (Over de aanvaring tussen VVD-erelid Hans Wiegel en VVD-volksvertegenwoordiger Ayaan Hirsi Ali)

Wie hebt u nou als VVD'er liever:

Kiest u dit keer de zijde van Ayaan

Die het als vrouw manhaftig heeft bestaan

Zichzelf te meten met de reus uit Diever?

Of blijft u toch maar trouw Wiegeliaan

En bent u dus een stuk conservatiever

En vindt u dat Ayaan d'r open brief'r

Geen goed in de partijstrijd heeft gedaan?

Of weet u niet voor wie u kiezen moet:

Het oude uitgewerkte erelid

Of iemand die net in de Kamer zit

En daar naar Wiegels zeggen ook niks doet?

Of snapt u het geruzie niet zo goed

En ligt voor u de zaak niet zo zwart-wit?

Vrolijk strijdliedje

2 februari 2006 (Over het zenden van 1200 militairen naar de provincie Uruzgan in Afghanistan)

Kom op, we gaan naar Uruzgan om daar

De mensen met geweld te hulp te schieten.

Dus laaggeachte Talibanbandieten,

Ginds in het hooggebergte, berg je maar!

Kom op, we gaan, de jongens staan al klaar

En onze hoogst krijgshaftige elite

Zal als het moet zelfs eigen bloed vergieten

In brandend zand - een leven vol gevaar!

Kom op, we gaan meteen naar Uruzgan!

De hele wereld vraagt er immers om

En dan kun je niet weigeren, dus kom!

We gaan erheen met veertienhonderd man

En tonen wat ons kleine landje kan.

Kom op, op naar ons nieuwe heldendom!

Laatste oordeel

10 april 2006 (Bij de dood van Gerard Reve)

'O Heer die uitgaat boven dood en leven,

Gij eenzame, drie-enige persoon,

Ik kniel deemoedig neder voor Uw troon;

U kent me wel, mijn naam is Gerard Reve.

Vergun dat ik mag blijven op vertoon

Van alles wat ik voor U heb geschreven

En dat ik hier aan U zou willen geven

En aan Mevrouw de Moeder van Uw Zoon.'

'Natuurlijk, beste man, mag u hier blijven,

Er is nog plaats naast uw geleerde broer,

Maar voor uw werk geldt dat in geen geval:

Juist omdat u zo goddelijk kon schrijven

Zend ik dat als afdoende troost retour

Aan heel de mensheid in haar tranendal.'

Oranje down

26 juni 2006 (Na de uitschakeling van de Nederlandse ploeg op het Wereldkampioenschap voetbal in Duitsland)

Na het verlies van onze voetbalploeg

Veegt ieder zijn versierde straatje schoon

En afgeschminkt en zonder plastic kroon

Treurt heel het land verslagen in de kroeg.

Wie gister nog oranje kleren droeg

Valt nu alleen maar pijnlijk uit de toon

En dus doen alle fans maar weer gewoon;

Ze deden trouwens toch al gek genoeg.

Hun toeters en hun bellen en hun vlag

Verdwijnen in de doos, maar doelbewust:

Die spullen komen straks weer voor de dag,

Want voetbal blijft hun leven en hun lust

En Holland komt na deze tegenslag

Na twee jaar weer het veld op. Het is rust.

Vader vertelt

30 juni 2006 (Bij de val van het kabinet Balkenende II)

En dat dat kabinet ten slotte viel

Kwam door een vrouw die, uit haar land verdreven,

Zomaar haar opa's naam had opgegeven

Bij haar verzoek om politiek asiel

En die daarna een briefje had geschreven

Als onderdeel van een geheime deal

Aan de minister, daar die arme ziel

Zonder zo'n brief natuurlijk niet kon leven.

Zo gaat het elke keer in Nederland,

Een land met een vermakelijk verleden,

Waar zelden kabinetten zijn gestrand

Om zaken die er werkelijk toe deden,

Maar net als toen om een halfbakken reden

Die niet valt uit te leggen naderhand.

Canon

17 oktober 2006 (Over de historische Canon van Nederland)

De Batavieren komen in ons land,

Het Maagdenhuis, Frans Hals, de Zilvervloot,

De Spaanse Griep, het Zweedse Wittebrood,

De Noormannen, het Twaalfjarig Bestand,

De pest, de pruikentijd, de woningnood,

Het Palingoproer, Cats, de eerste krant,

Het Turfschip van Breda, de Schipholbrand,

Fortuyn en Bonifatius gedood,

De Slag bij Nieuwpoort en Heiligerlee,

Het Deltaplan, een eerlijk zeemansgraf,

De Afsluitdijk, de laatste Daf,

Van Oldenbarnevelt, de NSB,

Den Uyl, de genocide in Atjeh...

Maar ook mijn canon is nog lang niet af.

Wind tegen

19 januari 2007 (Over de zware storm van 18 januari 2007)

Omdat het weer opeens stormenderhand

Ons landje in de houdgreep had genomen

Was tegen al die omgewaaide bomen

Het spoorwegnet natuurlijk niet bestand.

Vandaar dat ik in Meppel ben gestrand,

Een plaats waar ik zelfs in mijn bangste dromen

Nooit van verwacht had eens terecht te komen,

Maar niemand weet waar of hij ooit belandt.

Geslagen door de striemen van de regen

Staan mensen dicht opeen, verwaaid en nat

Op het station van zulk een vreemde stad,

De meesten van hen nog niet halverwege

Het einddoel dat men zelf voor ogen had.

De stormwind neemt ons mee en houdt ons tegen.

Motto

8 februari 2007 (Over het regeerakkoord van kabinet Balkenende 4)

Ik heb al haast de leeftijd van de sterken

Wat gisteren fiscaal voordelig bleek

Net als de rente van mijn hypotheek

Waar Bos de aftrek niet van mag beperken

En zondags ga ik rustig weer ter kerke

(Mijn boodschappen doe ik wel door de week),

Maar ik heb echt geen boodschap aan de preek

Dat ik als vutter weer moet Samen Werken.

En hoeveel jaren mij ook zijn gegeven

Tot aan de datum van mijn houdbaarheid,

Ooit ben ook ik ten dode opgeschreven,

Maar dan ga ik graag op mijn eigen tijd

En zie beslist geen heil in het beleid

Dat ik toch uitzichtloos moet Samen Leven.

[Variant voor regel 2: Hetgeen onlangs fiscaal voordelig bleek]

Koning Johan I

26 april 2007 (Bij de 60ste verjaardag van Johan Cruijff)

Zodra hij vroeger op de mat verscheen

Rustte op Cruijff van boven af de zegen:

Zijn tegenstanders hielden hem niet tegen

En niemand kon gewoonweg om hem heen.

Wat Cruijff als speler kon, kon Cruijff alleen.

Hij is zijn medespelers ver ontstegen

En Koning Voetbal heeft een naam gekregen:

Het volk vereerde Koning Johan I.

Maar wel was het een heel klein koninkrijk,

Zo'n platgetrapt armzalig lapje gras

Waar enkel maar de wet geldt van de sport.

Dus ook al bleef Cruijff zelf zichzelf gelijk

Toch maken wij hem groter dan hij was

Door alle ophef nu hij zestig wordt.

Dag Jan

25 oktober 2007 (Bij de dood van Jan Wolkers)

Wie liefdevol zijn leven nabeschouwt

Ziet al te goed hoe het verkeren kan,

Hoe of een jonge god tot broze man

Door Moedertje Natuur werd omgebouwd.

Hij was zo zichtbaar en aandoenlijk oud

En ook al werd de oude jonge Jan

In wezen er bepaald niet anders van,

Er was voor hem geen kans op lijfsbehoud.

Want toen de dood ten slotte bij hem kwam,

Omdat de tijd toch echt begon te dringen,

En hem voorzichtig in zijn armen nam

Ging hij de gang van alle stervelingen.

Zijn kaars was op, en de gedoofde vlam

Vervluchtigt in de lucht tot hoge kringen.

Guus geluk gewenst

23 juni 2008 (Na de nederlaag van Oranje op het EK Voetbal)

De vlaggen en de slingers zijn verdwenen,

Verschrompeld is de laatste luchtballon.

Omdat wit Rusland van Oranje won

Staan wij weer op de grond met beide benen.

Hoewel de strijd zo glorieus begon

Met Italianen, Fransen en Roemenen

Werd door de Russen Bazel en niet Wenen

Van deze zegetocht het eindstation.

Maar al is de teleurstelling ook groot

En zijn de fans beteuterd en confuus

Als schrale troost is er toch een excuus:

Het was tenslotte wel een landgenoot

Die onze ploeg succesvol weerstand bood -

En daarom zijn we nu voor onze Guus.

De laatste roker

30 juni 2008 (Over het rookverbod in de horeca vanaf 1 juli 2008)

Hier zit ik in mijn stamcafé en paf

Nog vrolijk witte kringen in het rond

En weer steek ik mijn bolknak in mijn mond,

Want wie vandaag met roken stopt, is laf.

Mij nemen ze mijn levensvreugd niet af:

In weerwil van het antirookverbond

Blijf ik gewoon gezellig ongezond

En wacht als straffe roker op mijn straf.

Wanneer de klok straks twaalf uur heeft geslagen

Belt vast een fan van het gezond regime

Onmiddellijk "Meld misdaad anoniem"

Om zich over mijn houding te beklagen,

Waarna ik door een arrestatieteam

Word meegenomen in de boevenwagen.

© Driek van Wissen