De Blauwe Schuit: Paul Robeson zingt

De zwarte Amerikaanse zanger/acteur Paul Robeson siert het omslag van een Blauwe Schuit-uitgave uit 1942.

Het gedicht is van H. Marsman en heet 'Paul Robeson zingt'. Paul Robeson (1898-1976) studeerde rechten, maar werd vooral beroemd als acteur en zanger, in het bijzonder door zijn vertolkingen van zwarte Amerikaanse volksliederen, zoals 'Go down, Moses' en 'Ol' Man River'.


Het gedicht van H. Marsman

Het gedicht van Marsman was eerder gepubliceerd in het tijdschrift De Gemeenschap: toen heette het 'Hart zonder land'. Later verscheen het in de bundel Porta nigra (1934) met de nieuwe titel die verwees naar zwarte spirituals. Bij de samenstelling van de vierde druk van Porta nigra had Marsman het gedicht echter al laten vallen en het komt niet voor in zijn Verzameld werk (1938). Aanvankelijk was het gedicht opgedragen aan Albert Helman, die zich beijverde voor Marsmans bekering tot het katholicisme; De Gemeenschap hield een pleidooi voor katholieke literatuur. Bij die oudste versie van het gedicht was een motto gekoppeld: 'en Uw hart?' Met de nieuwe titel verviel dat enigszins evangeliserend karakter. Het gedicht werd door Marsman verwijderd omdat het hem ondanks de wijzigingen nog teveel herinnerde aan zijn 'katholiserende' periode.

De uitgave van Werkman

Ate Zuithoff koos het uit voor een privé-uitgave, bedoeld om aan August Henkels te sturen die gevangen zat in Sint Michielsgestel. (Zie De schippers van De Blauwe Schuit: biografieën.) Maar Henkels kwam onverwacht net voor kerst vrij. Hij ontving het waarschijnlijk gewoon thuis. De exacte datum van verschijnen is niet bekend.

Werkman stuurde Zuithoff pas in februari 1943 een rekening voor deze uitgave en voor andere zaken en had met de betaling geen haast. Op 15 januari 1943 was de hele oplage al weggegeven of verkocht. Het colofon vermeldt nog de gevangenschap van Henkels en Werkman hoorde op 17 december dat Henkels zou worden vrijgelaten, dus aan te nemen is dat de tekst toen al was gedrukt. Misschien was het nog niet goed droog op 21 december, toen Werkman de uitgevers van De Blauwe Schuit wel exemplaren stuurde van de andere uitgaven waaraan hij die maand werkte: Psalmen, Holland. In plaats van foto en Ascensus ad inferos. Het is hoogstwaarschijnlijk de laatste Blauwe Schuit-uitgave van het jaar 1942.

Stereotypen en racisme

In de jaren dertig woonde Robeson met zijn gezin in Engeland, waar hij onder andere de rol van Othello speelde. Die rol kon hij niet in Amerika spelen. Robeson zou later, waarschijnlijk als reactie op het Amerikaanse racisme, communist worden, maar belangrijker: hij ontpopte zich als een voorvechter van burgerrechten.

Paul Robeson (1938) (Foto: Yousuf Karsh)

Robeson was bas-bariton. Werkman kende opnamen van zijn liederen en schreef al op 22 oktober 1941 aan dominee Henkels dat hij de spirituals van zwarte Amerikanen prachtig vond: 'Ik heb ze vaak van Paul Robeson gehoord, maar hoor ze liever door meer stemmen zoals in Green Pastures.' Die film uit 1936 had een zwarte cast, maar werd (toen en later) bekritiseerd om de stereotype karakters.

Dat zou ook gezegd kunnen worden van de zwarte kop op het omslag van Paul Robeson zingt. De foto's van Robeson lijken niet veel op die van de zwarte man op het omslag. In sommige exemplaren van de uitgave lijken de rode lippen nogal dik aangezet, zoals op veel stereotype illustraties uit die periode gebeurde.

Werkmans illustraties

Op de voorzijde is het profiel, gekeerd naar links, uitgevoerd met sjablonen. Er waren sjablonen voor de kop (in bruin), het haar (donkerbruin) en de wenkbrauw (bruin), de lippen (rood), de tanden (groen), het oogwit (wit), de wimpers (groen) en de pupil (bruin). Maar Werkman gebruikte ook zijn vinger als stempel. De wenkbrauw stempelde hij met een in de inkt gedoopte vingertop. Het gezicht kreeg nog meer reliëf door op enkele plekken donkere inkt met de vinger weg te vagen: op de neus, rond de mond, boven het oog en het jukbeen.

Er zijn veel verschillen in de uitvoering. Het sjabloon voor de lippen is bij de exemplaren in het Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Meermanno en het Gemeentemuseum Den Haag dikker dan in andere exemplaren. In die van de Koninklijke Bibliotheek, de Universiteitsbibliotheek Leiden, het Frans Hals Museum en het Joods Historisch Museum zijn de lippen veel dunner.

Er zijn ook andere verschillen te zien: bij sommige exemplaren lijken de wimpers boven het oog (net als eronder: groen) niet aanwezig te zijn (KB, Meermanno, SMA) of zijn er niet drie maar slechts twee boventanden te zien (KB). Daarvoor is dus een ander sjabloon gebruikt.

Ook het kapsel vertoont grote verschillen. In het KB-exemplaar is het haar is aan de onderzijde keurig gegolfd; bij de andere exemplaren is de grens met de schedel amorf. Ook zijn er exemplaren waarbij meer haar te zien is en het aan de rechterzijde van de prent circa 10 cm naar beneden doorloopt.

Het zwarte hart en het rode hart

Voor de binnenpagina's maakte Werkman twee sjablonen die op verschillende manieren gebruikt werden. Links werd een wit hart uitgespaard; rechts werd een hartvorm in rood bedrukt (aflopend van de pagina). Daarna werd de tekst gedrukt.


Herdruk 1980

De Werkman-editie was zeldzaam: maar 20 exemplaren werden gedrukt. Daarom verscheen in 1980 een fotomechanische herdruk. De laatste pagina daarvan is voorzien van een regel met gegevens over de 'reprint' (uitgever, oplage, drukker en ISBN). Met een vergrootglas is bovendien goed te zien dat het rode hart niet met de roller is geïnkt, maar met een raster is gedrukt.

[Auteur van deze bijdrage: Paul van Capelleveen]

Beschrijving van BS22

H. Marsman, Paul Robseon zingt. [Druksels van H.N. Werkman.]
4 pagina's, gevouwen,248x160 mm.
December 1942.
Letter: Nobel-Antieke (titel: corps 36; ondertitel: corps: 14; tekst linker kolom: corps 20; titel colofon: corps 12; tekst colofon: corps 8) en Halfvette Antieke Cursief (tekst rechter kolom: corps 16).
Oplage: 20.
Papier: gesatineerd wit karton (Groninger Museum, Werkman Archief).
Colofon: 'Colophon Dit gedicht van H. Marsman werd op Kerstmis door een der schippers gezonden aan zijn vriend in gevangenschap. Het werd gedrukt en versierd in de donkere dagen voor Kerstmis 1942 door H.N. Werkman in een oplage van 20 ex. Hiervan zijn enkele beschikbaar voor vrienden van De Blauwe Schuit.'

Literatuur

  • Diewertje Dekkers, Jikke van der Spek, Anneke de Vries, H.N. Werkman, Het complete oeuvre. Rotterdam, Groningen, 2008.
  • Jaap Goedegebuure, Zee, berg, rivier. Het leven van H. Marsman. Amsterdam, 1999.
  • Jaap Goedegebuure, Kees Thomassen, 'Marsmans Porta nigra (1934)', in: Jaarboek Letterkundig Museum, 2 (1993), p. 89-99.
  • Groninger Museum, Werkman Archief [Online].
  • F.R.A. Henkels, Logboek van de Blauwe Schuit. Groningen, 1982.
  • Hendrik Nicolaas Werkman, Brieven rond De Blauwe Schuit (1940-1945). Nijmegen, 2008.
  • Ate Zuithoff, Hendrik Werkman en De Blauwe Schuit: herinneringen van een schipper. Utrecht, 1995