H.C. ten Berge

Cornelis (Hans) ten Berge is veelvuldig bekroond, zowel voor zijn poëzie en zijn proza als voor zijn leiding van het tijdschrift 'Raster' dat hij zelf in 1967 oprichtte. Toch is zijn werk niet bij een groot publiek bekend en wordt het nog al eens als ontoegankelijk ervaren. Het publiek en de critici hebben meermaals gezegd dat je zijn oeuvre als het ware op de rug ziet. Het gezicht is afgewend, de toegang wordt de lezer niet ontzegd, maar evenmin vergemakkelijkt.

H.C. ten Berge: informatie (1987). Aanvraagnummer: 2008544

De debuutbundel, Poolsneeuw, eindigt met de regels:

Wie graaft zal sporen ontdekken
Van wat ongezien hieruit kon lekken

De lezer moet dus wel enige moeite doen om zich toegang te verschaffen tot deze poëzie. Zelf vindt Ten Berge dat hij niet anders kan, omdat de mens - en daarmee alles wat de men smaakt - nou eenmaal ingewikkeld ís.

Een zeer brede belezenheid is vereist om de vele extra tekstuele verwijzingen op waarde te kunnen schatten: het werk van ten Berge verraad invloeden van Hadewijch (1200-1250) tot Herman Gorter (1864-1927) en van Azteekse poëzie tot Ezra Pound. Elementen uit de verschillende tijden en culturen worden niet zelden in de vorm van citaten naast elkaar geplaatst. Deze montagetechniek is een handelsmerk van Ten Berge.

Ten Berge verzamelde verhalen van Noord-Amerikaanse indianen, Eskimo’s en van Siberische volken. Hierbij raakte hij onder de indruk van de concrete taal in deze vertellingen. Ook in zijn poëzie streeft hij naar concreetheid en hij wees er geregeld op dat het gedicht niet kan leven van abstracties. Het ritme van een gedicht staat bij hem steeds voorop; hij beschouwt het als een aan rituelen gekoppelde ervaring. Hierbij gaat het niet alleen om het hoorbare ritme, maar ook om het ritme voor het oog, oftewel de typografie.

Leven en werk van H.C. ten Berge

Over de gedichten van H.C. ten Berge

Online bronnen over de poëzie van H.C. ten Berge