De Blauwe Schuit: De dichter en zijn dag

August Henkels bepaalde niet alleen vaak welke Blauwe Schuit-uitgaven er zouden verschenen; ook schreef hij een kwart van de teksten.

Zo verscheen zijn sonnet De dichter en zijn dag ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van de door hem bewonderde Martinus Nijhoff (1894-1953). Nijhoff had zelf verschillende gedichten door De Blauwe Schuit laten uitgaven.


De dominee als dichter-corrector

Op 10 maart 1944 stuurde August Henkels (zie biografieën over de uitgevers van De Blauwe Schuit) een gedicht aan de drukker Werkman (zie H.N. Werkman, korte biografie). Hij vond 'wel dat het er mee door kon om als verjaarsgave te dienen'. Maar hij had het pas de avond ervoor geschreven en bleef er, zoals menig dichter zou doen, een tijdje aan sleutelen.

Sommige correcties golden spelfouten, maar met één regel bleef Henkels worstelen. Dat was regel 12. Uiteindelijk klonken regel 11 en 12 als volgt:

Soldaten waken die jouw orders hoorden,
een lied wacht in de pijn der oude wond.

De oudste versie ging verloren. De tweede versie stuurde hij op 17 maart:

Soldaten waken die jouw orders hoorden,
het bloed zingt heden in de oude wond.

Dat werd later weer gecorrigeerd. Maar hij schreef erbij:

'Die eene regel bevredigde me nog steeds niet; maar ik denk dat het zóó goed is.' De dominee corrigeerde niet alleen zijn eigen teksten, hij gaf ook vele aanwijzingen voor de vormgeving, de exacte plaatsing van teksten, de plaats voor illustraties. Hij gaf vaak ook het formaat op, bij benadering, net als hij bepaalde hoe groot de letter zou moeten worden. De keuze van het lettertype liet hij aan de drukker, Werkman.

Een portret van M. Nijhoff

Henkels maakte een drukplan voor de uitgave (het is verloren gegaan) waarin hij precies aangaf hoe die er uit zou moeten komen te zien.

Portret gedrukt in rastercliché

Hij stuurde een foto in een lijstje mee dat als illustratie op het omslag moest dienen. Dat portret van Nijhoff is inderdaad - met lijstje en al - geclicheerd en op het omslag gedrukt. Het is een rastercliché (goed te zien door een vergrootglas). De kosten voor het cliché vielen hoog uit (12,50 gulden). Werkman legde uit dat dit kwam 'omdat voor het lijstje dat er omheen moest blijven staan een zoogenaamde tusschenopname moest worden gemaakt'. Hij had dit niet van te voren gehoord, maar om de prijs van het drukwerk toch niet te hoog te laten oplopen zou hij zijn eigen drukkosten wat 'billijker' maken. Het cliché werd op de snelpers gedrukt.

Rond het portret drukte Werkman een reeks ornamenten van blauwe kruisjes (met een sjabloon) en hij stempelde de gele stippen: een krans van vergeetmenietjes (in een proef ontbraken de gele hartjes nog).

Een zeer afwijkende proef met andere decoraties wordt bewaard in het Klingspor Museum (Offenbach).

Dat maakte het feestelijk, precies wat Henkels had verlangd: 'Maak er iets extra's van; de man wordt maar 1 x 50 jaar, en er zijn nu geen tijdschriften die 'm kunnen toejubelen, dus telt dit dubbel.' (brief van Henkels, 17 maart 1944). Nijhoff had geweigerd lid te worden van de door de Duitse bezetter ingestelde Kulturkamer en had daarom een publicatieverbod. Publicaties over Nijhoff werden niet op prijs gesteld door de Nazis.

Daarom was het voor Nijhoff lastig in deze cadeau-uitgave zijn eigen naam te lezen ("Aan M. Nijhoff op 20 April 1944'), terwijl achterin nog eens de gelegenheid werd gehaald en hij aan De Blauwe Schuit werd verbonden. Hij wilde voorzichtiger te werk gaan.

Maar Nijhoff toonde zich wel tevreden met het gedicht, hij was er 'zeer ingenomen' mee, schreef Henkels aan Werkman, nadat hij Nijhoff in Den Haag had bezocht. Nijhoff vroeg op 1 mei om acht extra exemplaren die hij wilde uitdelen aan vrienden en familieleden.


Het naderende einde van de oorlog

Henkels vertelde ook dat, hoewel de lente inderdaad heerlijk was, Den Haag er nog desolaat bij lag: 'Overigens maakte Den Haag in z'n stratenbeeld een trieste indruk op me, de menschen schuiven maar haastig langs de trottoirs en niemand kijkt opgewekt of vacantieachtig. De druk is te groot. De afgebroken gedeelten heb ik niet gezien, en wil ik ook niet zien, het moet afschuwelijk wezen.'

Speculaties over invasies in het westen van Europa komen steeds opnieuw in de brieven van de uitgevers van De Blauwe Schuit naar voren, net als angst voor represailles, en geruchten over arrestaties en kampen. Tegen die donkere achtergrond moeten ook de vrolijke kleuren van Werkman worden bezien: het omslag van De dichter en zijn dag vertoont de drie kleurenbanen van de Nederlandse vlag.

[Auteur van deze bijdrage: Paul van Capelleveen]

Copyright

© De tekst van F.R.A. Henkels wordt hier gereproduceerd met exclusieve toestemming van de Erven Henkels.

Beschrijving van BS37

[F.R.A. Henkels], De dichter en zijn dag. [Druksels van H.N. Werkman.]
4 pagina's, gelijmd in omslag, 266x220 mm.
April 1944.
Letter: Onbekende biljetletter (omslag); Hollandsche Mediaeval (opdracht: corps 24 en 16; tekst gedicht: corps 16; colofon: corps 10).
Oplage: 15.
Papier: Exemplaar Stedelijk Museum Amsterdam: Wit gesatineerd karton met een roze naturel achterzijde (omslag); tweezijdig gekalanderd drukpapier (binnenwerk). Exemplaar Ate Zuithoff en (niet gelijmd) exemplaar Museum Meermanno: Tweezijdig gekalanderd dunne kartonkwaliteit (omslag); tweezijdig gekalanderd drukpapier van dezelfde toon (binnenwerk). Proef in collectie Museum Meermanno: tweezijdig gekalanderd drukpapier van dezelfde toon (omslag én binnenwerk).
Colofon: 'Dit gedicht werd geschreven voor den 50sten verjaardag van M. Nijhoff door een schipper van De Blauwe Schuit, gedrukt en verlucht door H.N. Werkman in April 1944 in een oplage van 15 exemplaren.'

Literatuur

  • Groninger Museum, Werkman Archief [Online].
  • F.R.A. Henkels, Logboek van de Blauwe Schuit. Groningen, 1982.
  • Schepelingen van De Blauwe Schuit: brieven van Bertus Aafjes, K. Heeroma, M. Nijhoff, S. Vestdijk en Hendrik de Vries aan F.R.A. Henkels, 1940-1946. Den Haag, 2003.
  • Hendrik Nicolaas Werkman, Brieven rond De Blauwe Schuit (1940-1945). Nijmegen, 2008.
  • Ate Zuithoff, Hendrik Werkman en De Blauwe Schuit: herinneringen van een schipper. Utrecht, 1995.