Presentatie Dichter des Vaderlands, 4 maart 2005

Op 4 maart 2005 werd de samenwerking in de KB feestelijk ingeluid met een voordracht door Driek van Wissen en de presentatie van een unieke uitgave door Stichting Drukwerk in de Marge. Dertig aangesloten privé-drukkers van die Stichting drukten elk van een Nederlandse dichter een aantal gedichten en daarmee sloten zij aan op de keuze van dichters uit het verleden die op de KB-website zijn gepresenteerd, zoals Vondel, Van Alphen en Leopold. De 30 gedrukte bijdragen werden verzameld in een rood-wit-blauwe cassette met de titel Dichter des Vaderlands. De eerste exemplaren werden aangeboden aan Driek van Wissen en aan de Koninklijke Bibliotheek. Op 4 maart 2005 werd een gezelschap van genodigden welkom geheten door directeur Collecties & Dienstverlening Martin Bossenbroek die de langjarige banden tussen Drukwerk in de Marge en de Koninklijke Bibliotheek benadrukte. Na een inleiding over het drukkersproject door Paul van Capelleveen (zie onder), droeg Driek van Wissen enkele nieuwe gedichten voor. Tenslotte overhandigde Kees Thomassen met een korte speech de eerste exemplaren van de uitgave Dichter des Vaderlands.

Toespraak bij de verschijning van 'Dichter des Vaderlands'

In 1616 verleende Koning James I van Engeland een jaargeld aan de 43-jarige dichter Ben Jonson. Daarmee sloop het Poet Laureate-schap de Engelse literaire wereld binnen. Na de dood van Jonson kreeg William D’Avenant een dergelijk pensioen. Pas aan het einde van die 17de eeuw, in 1668, werd de post officieel en Poet Laureate John Dryden kreeg de opdracht om bij verjaardagen van leden van de koninklijke familie - en bij nieuwjaar – een ode aan de juiste persoon op te dragen.

Het is het soort dubieuze functie, dat machthebbers van de Romeinse keizers tot de maharadja’s in India graag bezet zagen. Het is dus niet typisch Engels en in de loop der tijden is er een en ander veranderd, maar Engeland bijvoorbeeld bezit tot op de huidige dag een Poet Laureate die bij bijzondere gelegenheden zijn stem laat horen. Andere landen zijn niet achtergebleven in het institutionaliseren van een dergelijke functie. In de Verenigde Staten is het uiteraard niet een vorst of een premier, maar evenmin de president die de dichter benoemt: dat is het werk van de Library of Congress, die elk seizoen (van oktober tot mei) een nieuwe dichter de betaalde baan aanbiedt van Poet Laureate Consultant to the Library of Congress.

De dichter als “consultant”! In Nederland is nauwelijks voorstelbaar een dergelijke titel te verstrekken aan een dichter. Ook de term die wel gekozen is - Dichter des Vaderlands - kan niet zonder gevoel voor humor worden uitgesproken komt pas echt goed tot zijn recht met het aangezwollen timbre van een doorrookte radiostem. U moet dat maar geloven, want ik rook niet. Maar goed, titel en taak zijn twee verschillende dingen. De taak van de Dichter des Vaderlands is helder: de Dichter des Vaderlands is ambassadeur voor de poëzie in Nederland.

Het idee werd geboren in de redactielokalen van NRC Handelsblad dat samen met Poetry International en de NPS in 1999 landelijke verkiezingen organiseerde. Daarna werd op Gedichtendag 2000 de eerste Dichter des Vaderlands aangesteld: Gerrit Komrij. Eigenlijk kreeg Rutger Kopland de meeste stemmen, maar die zag er in een laat stadium toch maar van af de fakkel te dragen. Komrij liet er geen gras over groeien en publiceerde met enige regelmaat Gedichten des Vaderlands (ook hier moet dus die radiostem overheen). Komrij’s eerste Gedicht des Vaderlands was een vierluik over Beatrix en haar beoogde opvolger Willem Alexander. Spraakmakende gedichten bij de dood van Fortuyn en het huwelijk van de kroonprins met Maxima brachten de poëzie op plekken waar die zelden eerder gehoord werd: actualiteitenprogramma’s op televisie zoals Nova, Barend & Van Dorp en het achtuurjournaal.

Komrij richtte een speciaal tijdschrift voor poëzie op, Awater; hij begon een nationale Poëzieclub; redigeerde een reeks poëziebundels onder de titel Sandwichreeks, en hij draafde op bij poëziefestivals die zonder Dichter des Vaderlands maar een kale boel bleven. Dat was, zeer opvallend, elk festival. Na vier jaar was hij het beu en kondigde hij op Gedichtendag 2004 zijn abdicatie aan.

Er volgde enkele verwarrende weken. Het eerste Dichter des Vaderlandloze tijdperk maakte diepe indruk op het volk, waarvan een klein deel via een internetverkiezing een interim-Dichter des Vaderlands aanstelde, een post die Simon Vinkenoog vervulde. De oorspronkelijke organisatoren, NRC Handelsblad, Poetry International, de NPS en hun nieuwe partner de Koninklijke Bibliotheek keken geboeid toe hoe het borreltafelidee van de Dichter des Vaderlands uitgroeide tot een onmisbaar Instituut.

Tijdens het regentschap van Vinkenoog werd de nieuwe verkiezing voorbereid. Van 23 januari tot en met 26 november 2004 verscheen elke week in NRC Handelsblad een gedicht van een moderne dichter, als smaakmaker en om een idee te geven van de diversiteit van dichters die in Nederland publiceren. In aansluiting daarop lanceerde de Koninklijke Bibliotheek op haar website wekelijks een uitgebreid dossier over dezelfde dichter. Dat waren er 44. Van P.C. Hooftprijswinnaars als Eva Gerlach tot jongeren als Tjitske Jansen, van dichters die nooit Dichter des Vaderlands wilden worden, zoals Piet Gerbrandy, tot dichters die actief campagne voerden, zoals Driek van Wissen, en van dichters van “light verse”, zoals Ivo de Wijs, tot dichters van de onnavolgbare abstracties, zoals Astrid Lampe.

De website van de Koninklijke Bibliotheek presenteerde ook dossiers over dichters die vroeger de eretitel konden dragen. Samen met Gerrit Komrij werd een lijst opgesteld van dertig dichters van de vijftiende tot en met de twintigste eeuw die destijds, of achteraf, de lauwerkrans verdienden. Van Suster Bertken tot Leopold, van Huygens tot Lucebert, van Vondel tot Bilderdijk: zij werden alsnog Dichter des Vaderlands. Komrij voegde daar één levende dichter aan toe: Remco Campert.

Die dossiers zullen de komende jaren worden uitgebreid of gemaakt. Zo’n lange lijst met namen is voor de leden van de Stichting Drukwerk in de Marge een uitdaging gebleken die niet kon worden genegeerd. Deze drukkers zagen er een kans in voor een mooi samenwerkingsproject. Daarvoor ontfermde elke drukker zich over één van die dichters en ging met zijn eigen loden letters op zijn eigen drukpers aan de slag.

Zo drukte Marlies Louwes twee jazz-gedichten van Remco Campert. De Presse d'escargot (dat is Roel van Dijk) drukte gedichten van De Genestet en De Klaproos (oftewel Marja Scholtens) drukte gedichten van Jacob Cats.

Komrij staat natuurlijk zelf ook op de lijst. Hij is tenslotte de eerste echte Dichter des Vaderlands. Op speciaal verzoek van de redactie van de Drukkersdoos schreef Gerrit Komrij, het gedicht ‘Dag en nacht’. Ik lees het u voor, dan moet u er zelf zijn stemgeluid bij denken:

Dag en nacht

Ik zie je ten voeten uit
In je jas met glanzende knopen
Wanneer ik mijn ogen sluit –
Ik zie je nog als ik ze open –

In de knopen weerspiegelen zich
Als vuurvliegen in een glas
De stralen van mijn gezicht –
Op iedere brandhaard volgt as –

Je droeg een soldatenjas –
En terwijl ik daar verteerde
Wist ik nog niet wie je was –
Parasiet of geparasiteerde –

Gerrit Komrij

Ook de nieuwe Dichter des Vaderlands, Driek van Wissen, droeg een recent gedicht bij. Dat leest hij dadelijk zelf aan u voor.

Het resultaat wordt straks gepresenteerd. Het is een fraaie doos vol gedichten, katernen met bekende en onbekende dichtregels, en titelpagina’s vol illustere en welluidende namen. Het is me dan ook een genoegen om ter gelegenheid van de verschijning ervan een nieuw instituut in het leven te roepen en de hier aanwezige drukkers officieus te benoemen tot Drukkers des Vaderlands.

Paul van Capelleveen