De Blauwe Schuit: Nieuwjaarsbrief 1944

Naast de druksels van H.N. Werkman komen in sommige uitgaven van de Blauwe Schuit andere illustraties voor, zoals foto's.

Voorzijde omslag (Museum Meermanno)

Twee keer worden daarvoor clichés gebruikt, maar één keer wordt in elk exemplaar een originele foto geplakt. Dat is het geval bij de Nieuwjaarsbrief 1944. Die had eind 1943 moeten verschijnen, maar dat werd uiteindelijk januari 1944.

Een oud-testamentische kast voor vrienden verklaard

In de zomer van 1943 beschilderde Hendrik Werkman voor Julia en August Henkels twaalf panelen die op een eikenhouten kast werden aangebracht. De kast zelf was eerder door de dorpsschilder onder handen genomen: hij had 'het onbeschrijflijke blauw' ervan zelf 'uit oude materialen' weten te bereiden. Een foto van de kast is in zwart-wit aan de binnenzijde van het omslag van Nieuwjaarsbrief 1944 geplakt. Henkels had zelf voor de 30 afdrukken gezorgd. (Deze kast is in 2017 aangekocht door het Groninger Museum).

Het is een brief van een literaire dominee, die de panelen met scenes uit het Oude Testament toelicht. Hij verwijst niet alleen naar de Bijbel, maar ook naar literaire werken zoals die van Lev Tolsjoi (Oorlog en vrede) en Gustave Flaubert (L'éducation sentimentale). In het voorbijgaan noemt hij de dichter Petrarca. Aan het eind vertelt hij iets over wat er in de kast staat, en daarbij zijn ook een aantal boeken: gedichten van Apollinaire ('teer van kleur'), proza van André Gide ('waarin hij tekeer gaat tegen alle formalistische verstarring'), een op de huwelijksreis naar Rome gekochte uitgave van Sallustius (gedrukt door Aldus Manutius) en een essay van Paul Valéry. Van de moderne literatuur noemt August Henkels dus alleen Franse auteurs.

Foto van de Henkels-kast in August Henkels, H.N. Werkman, Nieuwjaarsbrief 1944 (1944)

Maar het was ook een tekst over en voor vrienden. Hendrik Werkman wordt enkele malen genoemd:

'En dan was onze trouwe vriend Hendrik er. Ja, en hoe! Hij nam de Bijbel die ik hem toeschoof en las. Daarna schreef hij ons dat hij er een zwaar hoofd in had. Toen wisten we dat het goed zou worden! En nog een poos later prijkten zijn verbeeldingen uit de Schrift in de paneelen van de kastdeuren.'

Veel succes had de kast niet, schrijft Henkels dan met veel ironie. Deftige dames gingen er zwijgend voor staan en haalden hun neus er voor op, 'want je ziet het er niet af dat het duur is'.

Dat Werkman stad en land moest aflopen om nog met echt goud te kunnen schilderen kon zulke dames niets schelen. Henkels prijst Werkman, ook om een andere reden: 'Niemand kan zoo wonderbaarlijk vuur en vlammen schilderen als onze vriend'. En 'dat mijn vriend Hendrik, die geen schuldige kennis bezit van exegese en christologie en dergelijke vakmanszaken' sommige scenes zo treffend kon schilderen was hem een raadsel.


Veel tekst, fleurige druksels

De sjabloondruk achterin het boekje is een variant op een van de paneelschilderingen van Werkman. Het verwijst naar Numeri 13:23. In die Bijbelpassage stuurt Mozes twee verkenners op pad naar het beloofde land. Zij keren terug met een tros wijndruiven, granaatappelen en vijgen. In de schildering zijn de figuren wat onbeholpen en de kleuren minder subtiel; de versie in Nieuwjaarsbrief 1944 is genuanceerder.

De bedoeling was om de uitgave vóór Nieuwjaarsdag te versturen, maar pas op 11 januari was de oplage klaar. Dat kwam doordat Henkels de tekst veel te laat inleverde, het tweede deel verstuurde hij pas op 26 december! Werkman had gezegd ongeveer twee weken nodig te hebben. Werkmans assistent zette de tekst uit de Egyptienne (corps 12, het colofon zoals gebruikelijk kleiner, in corps 9). Op het omslag maakte Werkman eerst een sjabloondruk in geel, vervolgens een in blauw en tenslotte drukte hij de tekst in bruin. De titel was gezet uit de Vette Antieke Cursief (corps 28) van Lettergieterij "Amsterdam". In sommige exemplaren staan de letters en cijfers lager ten opzichte van het blauwe sjabloon dan bij de andere exemplaren.

De twee fleurige druksels omringen een lange tekst van maar liefst achttien pagina's die door de zwarting van de inkt een wat monotone indruk zouden hebben gemaakt, als de kleuren niet voor een aangename balans hadden gezorgd. Werkman sprak over 'dit boekje met allemaal zwarte letters'. Het kwam gereed op 11 januari 1944. Deze privé-uitgave van Henkels onder de vlag van De Blauwe Schuit kostte hem zestig gulden.

[Auteur van deze bijdrage: Paul van Capelleveen]

Copyright

© De teksten van F.R.A. Henkels worden hier gereproduceerd met toestemming van de Erven Henkels.

Beschrijving van BS32

[August Henkels], Nieuwjaarsbrief 1944. [Druksels: H.N. Werkman].
20 pagina's, genaaid in omslag, 229x175 mm.
Januari 1944.
Letter: Egyptienne, Vette Antieke Cursief.
Oplage: 30.
Papier: Ongekleurd Zaans bord (dunne kwaliteit karton) (omslag); op kleur bijgezocht dunnere kwaliteit Zaans bord (voor het binnenwerk).
Colofon: 'Deze Nieuwjaarsbrief 1944 werd, versierd met een foto, gedrukt en verlucht in 30 exemplaren door H.N. Werkman in December 1943 voor de vrienden van Julia en August Henkels.’

Literatuur