De illegale pers tijdens de Tweede Wereldoorlog

Over illegale kranten, waarom ze ontstonden, hoe ze zich ontwikkelden, en hoe de Duitsers probeerden ze te bestrijden.

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland, van mei 1940 tot mei 1945, werd de persvrijheid afgeschaft. De Duitse bezetter bepaalde wat er in de kranten geschreven mocht en moest worden. Omdat de behoefte aan betrouwbaar nieuws en een kritisch tegengeluid groot was ontstonden al vroeg in de oorlog illegale krantjes. De illegale pers ontwikkelde zich tijdens de oorlog tot een pluriforme verzameling kranten en bladen, waarvan sommigen gepubliceerd werden door uiterst professionele clandestiene organisaties. De illegale pers behoort tot de belangrijke vormen van verzet tijdens de Tweede wereldoorlog. De Duitsers was de illegale pers natuurlijk een doorn in het oog en zij probeerden deze uit alle macht te bestrijden, zowel door repressie als door tegenpropaganda. Daardoor werd zowel het maken als het lezen van illegale kranten een levensgevaarlijke bezigheid.

Veel Nederlandse kranten uit de Tweede Wereldoorlog die bewaard zijn gebleven zijn gedigitaliseerd en vindbaar en doorzoekbaar gemaakt op Delpher

 

Duitse inval en censuur

Nederland is in oorlog. Algemeen Handelsblad, 10 mei 1940

Op 16 mei 1940, één dag na de Nederlandse capitulatie, riepen de kersverse Duitse bezettingsautoriteiten de hoofdredacteuren van alle Nederlandse kranten bij elkaar. Op die bijeenkomst werd aan de pers uitgelegd wat de bedoeling was tijdens de Duitse bezetting. Uiteraard mocht er niet kritisch over het Duitse regime geschreven worden. Ook mochten geen berichten geplaatst worden die de Duitse oorlogvoering in gevaar konden brengen. En bovendien moesten de persberichten van het Duitse persbureau DNB (Deutsche Nachrichten Büro) en het Duitse militaire opperbevel (Oberkommando der Wehrmacht) op de voorpagina van de krant worden geplaatst. 

Censuur vooraf zou niet plaatsvinden. Maar wel achteraf. Kranten die zich niet aan de opgelegde spelregels hielden kregen eerst een vriendelijke waarschuwing, maar als dat niet hielp, werd een tijdelijk of een permanent verschijningsverbod opgelegd. De krant was dan feitelijk gewoon opgeheven. Met die ogenschijnlijk vriendelijke benadering hadden de Duitsers een doel. Zij wilden de Nederlandse samenleving ‘gelijkschakelen’ met de Duitse samenleving. Zij wilden de Nederlanders langzaam, vriendelijk, doch beslist tot het nationaalsocialisme bekeren, met als einddoel Nederland als provincie op te laten gaan in het Duitse Rijk.

Gelijkschakeling van de Nederlandse pers

De Nederlandse pers zet aanvankelijk in op samenwerking met de bezettingsautoriteiten. De Telegraaf, 17 mei 1940.

De Nederlandse pers zou een belangrijke rol moeten spelen in die gelijkschakeling, namelijk het Nederlandse volk via zijn eigen vertrouwde kanalen voorzien van nationaalsocialistische informatie. Het idee was dat dit op basis van vrijwilligheid en met behulp van zachte dwang zou geschieden. De redacties en hoofdredacteuren van de verschillende kranten mochten van de Duitse bezetter aanvankelijk op hun post blijven. Maar bij sommige kranten gingen de Duitsers verder. De kranten van de sociaaldemocratische uitgeverij De Arbeiderspers, waaronder Het Volk, Vooruit en Voorwaarts, werden door de Duitse bezetter direct geconfisqueerd. Niet alleen zagen de Duitsers in de sociaaldemocraten politieke tegenstanders, ook wilden zij met behulp van deze kranten de Nederlandse arbeiders massaal tot het nationaalsocialisme bekeren. De kranten van De Arbeiderspers kregen dan ook een nieuwe geheel Duitsgezinde redactie.

Hoewel de meeste kranten zich mokkend aan de regels hielden om het bedrijf en de werkgelegenheid te kunnen behouden, was van enthousiasme voor het nationaalsocialisme vrijwel nergens sprake. Bovendien haakten de krantenlezers massaal af. Zij waren niet gediend van de voortdurende Duitse oorlogspropaganda. De oplages van de Nederlandse kranten liepen gedurende het eerste bezettingsjaar dramatisch terug. Die van Het Volk, een van de kranten van De Arbeiderspers, liep bijvoorbeeld in de loop van 1940 terug van 212.000 tot 82.000, een afname van meer dan 60%. Het Duitse persbeleid in Nederland was dus mislukt.

Het ontstaan van de illegale pers

Een gelijkgeschakelde krant. De voorpagina staat vol berichten van de Duitse en Italiaanse persbureaus. Algemeen Handelsblad, 7 oktober 1940.

De Nederlandse krantenlezer had al snel door dat zijn of haar krant enkel nog het gezichtspunt van de Duitse bezetter naar buiten bracht. Veel mensen waren daar niet van gediend, en het aantal abonnementen op kranten liep snel terug. Alternatieven waren er door de censuur niet. Of toch wel?

In de zomer van 1940, slechts enkele weken na de Duitse inval, verschenen de eerste illegale krantjes en pamfletten, vaak in kleine oplages, en bestaande uit maar een enkel velletje papier. Ze waren eenvoudig gemaakt: getypt of handgeschreven, vermenigvuldigd op een stencilmachine. Er was moeilijk aan te komen. De oplage was maar enkele tientallen of honderden exemplaren. Als je de juiste mensen kende kon je een abonnement nemen. Of de krant werd onder betrouwbare vrienden en kennissen verspreid. Deze krantjes brachten niet zozeer nieuws, maar aanvankelijk vooral een kritische mening over de Duitse bezetter en zijn maatregelen. Soms riepen ze ook op tot verzet. Deze eerste illegale kranten behoorden tot de vroegste vormen van verzet tegen de Duitse bezetter.

De allereerste illegale krant: Geuzenactie

De eerste illegale publicatie die bewaard gebleven is. Geuzenactie, 18 mei 1940

De eerste illegale publicatie verscheen al op 15 mei 1940, de dag van de Nederlandse capitulatie. Onder de titel Geuzenactie riep de maker van deze handgeschreven kettingbrief, Bernard IJzerdraat, op tot actief verzet tegen de Duitse bezetting.  Het tweede nummer van 18 mei 1940 geldt als de eerste Nederlandse verzetskrant die bewaard is gebleven. Geuzenactie verscheen al snel drie keer per week en werd vanaf de zomer van 1940 getypt en gestencild in plaats van overgeschreven, onder de titel De Geus van 1940. Bernard IJzerdraat verzamelde ook een verzetsgroep om zich heen, de Geuzen, die zich met spionage en sabotage gingen bezighouden. In november 1940 werd de groep echter opgerold. Bernard IJzerdraat werd, samen met een groep van zijn medewerkers op 13 maart 1941 gefusilleerd. Jan Campert schreef hierover het bekende gedicht De achttien doden. Het was het eerste grote proces tegen het Nederlandse verzet. En de achttien doden behoorden tot de vroegste in Nederland door de Duitse bezetter voltrokken doodvonnissen. Waar de Duitsers in 1940 nog trachtten de Nederlandse bevolking door verleiden en overtuigen tot het nationaalsocialisme te bekeren, gingen na de Februaristaking van 1941 de handschoenen uit. De gelijkschakeling was mislukt. De Duitse terreur was begonnen.

Opinie in plaats van nieuws

Een vroege illegale krant, eenvoudig gemaakt met een typemachine en een stencilapparaat.  De inhoud bestaat vooral uit opinie. De berichtendienst, 5 augustus 1940

Nieuws en informatie was er nog voldoende in die eerste oorlogsjaren. De kranten, de Nederlandse radio en het bioscoopjournaal werden weliswaar gedomineerd door de Duitse propaganda, maar het was, ondanks de Duitse stoorzenders, niet moeilijk om op de radio de buitenlandse zenders te beluisteren. Met name de op Nederland gerichte uitzendingen uit Londen, waaronder Radio Oranje, waren populair. Zo was er toch nog sprake van enige pluriformiteit in de berichtgeving. Maar ook de buitenlandse zenders bedreven oorlogspropaganda. Het probleem was dus niet zozeer om aan informatie te komen, maar om die informatie te duiden. Wat was waar? En hoe het nieuws te interpreteren? In dat gat probeerden de eerste illegale kranten te springen. Zij verschaften niet zozeer nieuwe informatie, maar vooral een perspectief op de wereld. Opinie dus. Neutraal waren zij daarbij zeker niet. De meeste illegale kranten ontstonden uit woede over de Duitse bezetting en de maatregelen die de Duitse bezetter afkondigde. Zij waren dus vaak virulent anti-Duits.

Betrouwbaarheid van het nieuws

“Het eerste slachtoffer van oorlog is de waarheid” is een bekend gezegde. En het is waar omdat alle bij oorlog betrokken partijen er belang bij hebben de eigen zwakheden en sterke kanten te verbloemen en de tegenstander zwart te maken en te misleiden. Betrouwbare informatie wordt bewust achtergehouden, censuur wordt ingevoerd, hoor en wederhoor is vaak onmogelijk en liefst wordt ook de pers ingeschakeld in de oorlogsinspanning en gevraagd, zoniet gedwongen, om propaganda te bedrijven. Dat maakt het bedrijven van neutrale en kritische journalistiek in oorlogstijd bijzonder moeilijk. We zien ook de illegale pers hiermee worstelen. Interessant is een bericht dat op 2 juli 1940 verschijnt in De Geus van 1940, onder kop De ware geest van het Duitsche beest komt steeds meer voor de dag.

De krant met het valse gerucht over de Duitse bombardementen. Geuzenactie, 2 juli 1940

In den Helder , Haarlem, Schiedam en Rotterdam, is vast gesteld, dat Duitsche vliegtuigen, zich verschuilende achter wolken of het nachtelijk duister, achter de Engelsche machines zijn gaan vliegen, toen de Engelschen hunne bommen hadden uitgeworpen op militaire doelen (o.m. het roode kruishospitaal in den Helder, alwaar Oorlogsmaterialen waren opgeslagen) hebben daarna de Duitschers nog enige bommen geworpen op burgers en woonhuizen (zooals in Rotterdam). Per Radio en Pers beweren ze nu dat deze moordenaarsbommen ook van de Engelschen afkomstig zijn. ZOEK EN BEWAAR DEZE BOMSCHERVEN. Zij zullen de Leugenaars aan de kaak stellen[…]

Met de kennis van nu weten we dat bovenstaand bericht niet waar is. De bommen die op burgerdoelen vielen waren óók Britse bommen. Bombarderen was, zeker in de beginjaren van de oorlog, notoir onnauwkeurig. Bij talloze bombardementen vielen burgerslachtoffers door afgedwaalde bommen. Maar voor burgers was het in die tijd vaak onbegrijpelijk dat Britse vliegtuigen hun bommen op burgerdoelen lieten vallen. Uitleg vragen bij de Duitse of Britse instanties was niet mogelijk, net zomin als onderzoek doen ter plaatse. Daardoor deden verhalen en geruchten als bovenstaande met regelmaat de ronde en was het onmogelijk ze met betrouwbare informatie te ontzenuwen.

Verschillende kranten, dezelfde inhoud

Met regelmaat tref je twee illegale kranten aan, waarvan je je afvraagt: is dit nou dezelfde krant, of een andere krant? Dezelfde titel, dezelfde datum, dezelfde inhoud, maar een ander uiterlijk. Hoe kan dat nou?

Het distribueren van duizenden gedrukte kranten naar andere plaatsen was gevaarlijk werk. Het moest met de trein of een vrachtauto gebeuren, en dat viel snel op. Veiliger was het om één exemplaar van de krant, of de uitgetypte tekst, door een koerier te laten brengen. De krant werd dan in een andere plaats overgetypt en ter plekke gestencild, of opnieuw gezet en gedrukt. Daardoor kunnen twee exemplaren van dezelfde krant er heel anders uitzien, maar wel dezelfde inhoud hebben. Dit komt veel voor bij illegale kranten en kan soms verwarrend zijn.

Radioverbod 1943

De aankondiging van het radioverbod in de krant. Utrechtsche Courant 13 mei 1943

Naast de krant was de radio de belangrijkste bron van nieuws. (Televisie en internet bestonden uiteraard nog niet.) Het stak de Duitse bezetter dat de Nederlandse bevolking gewoon naar de Engelse radio kon luisteren, waaronder de uitzendingen van Radio Oranje uit Londen. Het Britse nieuws en de Britse oorlogspropaganda vormden een kritisch tegenwicht en een machtig wapen van de geallieerden tegen de Duitse propaganda. Het storen van de Britse zenders lukte onvoldoende. Daarom werden in mei 1943 alle Nederlanders verplicht hun radiotoestel in te leveren. Sommige mensen durfden een radio te verstoppen om stiekem toch naar de Engelse zenders te luisteren. Maar op overtreding van het radioverbod stonden draconische straffen, zoals opsluiting in een concentratiekamp, wat met regelmaat de dood tot gevolg had. 

De latere illegale kranten

Een late illegale krant met vooral nieuwsberichten, afgeluisterd van de Engelse radiozenders. De Duikbode, 7 juni 1944

Het radioverbod van 1943 had tot gevolg dat veel Nederlanders verstoken waren van pluriform nieuws, terwijl de behoefte hieraan tijdens de oorlog enorm was. Iedereen wilde weten hoe het er in de oorlog werkelijk voorstond, en vooral hoe snel de bevrijding zou komen. Het radioverbod gaf een enorme impuls aan de illegale pers. Illegale krantjes schoten als paddenstoelen uit de grond. Uiteindelijk werden er meer dan duizend verschillende titels uitgegeven! Door het radioverbod publiceerde een groot aantal van deze kranten vooral de nieuwberichten die stiekem afgeluisterd waren van de Britse radiozenders.

Professionalisering

Sommige illegale kranten werden door één persoon op een zolderkamertje in elkaar gezet. Soms verscheen er maar één nummer van. Maar andere kranten ontwikkelden zich tot grote professionele geheime organisaties. De bekendste daarvan zijn Het Parool, Trouw en Vrij Nederland, die nu alle drie nog bestaan. Maar bijvoorbeeld ook Je Maintiendrai en het communistische De Waarheid waren grote titels. Zij beschikten over een meerdere drukkerijen, een distributienetwerk voor de verspreiding van de krant over het land, en wisten op illegale wijze voorraden papier en drukinkt te regelen. Ook lukte het hen om op verschillende manieren aan de grote sommen geld te komen die nodig waren voor het drukken en verspreiden van de duizenden exemplaren die van hun kranten gedrukt werden. 

Pluriformiteit en verzuiling

De Rooms-Katholieke verzetskrant Christofoor, 15 januari 1944 

De Duitse censuur en gelijkschakeling veranderde het vooroorlogse pluriforme Nederlandse medialandschap in één pot nat. Toch was er niet louter tevredenheid over de vooroorlogse situatie. Net als de gehele samenleving was de Nederlandse pers sterk verzuild. De protestanten en de katholieken hadden hun eigen politieke partijen, scholen, ziekenhuizen, voetbalclubs, vakbonden, enzovoorts. En dus ook hun eigen kranten. Bij deze zogenaamde ‘zuilen’ voegden zich ook een liberale, een sociaaldemocratische en een communistische zuil. De mensen binnen een zuil leefden vaak in een soort bubbel. Ze lazen alleen hun eigen krant, en maakten in de praktijk geen gebruik van de verrijkende pluriformiteit die de Nederlandse persvrijheid hen bood. Die verzuiling zette zich tijdens de oorlog door in de illegale pers. Het blad Trouw had een sterke gereformeerde signatuur en was nauw verbonden met de Landelijke Hulp aan Onderduikers (LO) en de Knokploegen (KP). De Waarheid was de krant van de illegale Communistische Partij Nederland. Het Vrije Volk was de illegale voortzetting van de sociaaldemocratische krant Het Volk die was verbonden aan de Sociaal Democratische Arbeiders Partij. Christofoor was een katholieke verzetskrant. Zo waren veel van de verzetskranten (maar lang niet allemaal) de spreekbuis van vooroorlogse groepen binnen de verzuiling. Niet iedereen was daar gelukkig mee, want juist in de oorlog ontwikkelde zich de ‘Doorbraakgedachte’, het idee dat de vooroorlogse zuilen na de bevrijding opgeheven zouden moeten worden ten gunste van bredere samenwerking in een vernieuwde Nederlandse samenleving. Hoe groot die idealen ook waren, na de oorlog werden de zuilen weer grotendeels hersteld, om pas vanaf de jaren 1960 in hoog tempo afgebroken te worden.

Het gedicht ‘De 18 dooden’ van Jan Campert gaat over de executie van de leden van de Geuzengroep die zich naast spionage en sabotage ook bezighielden met het publiceren van de illegale krant De Geuzenactie, later De Geus van 1940 geheten.

Moeilijk en gevaarlijk

Het was niet makkelijk om tijdens de oorlog aan de middelen te komen die nodig waren om op grote schaal een krant te maken, te drukken en te verspreiden: betrouwbare informatie, papier, drukinkt, een drukpers, transport, distributie, opslag, geld en betrouwbare mensen. Papier en drukinkt waren schaars en eigenlijk alleen via het officiële distributiesysteem verkrijgbaar.  Een hele keten van mensen moest dus frauderen en een oogje toeknijpen om deze materialen te ‘organiseren’. Drukkerijen die overdag gewone kranten drukten, of zelfs blaadjes voor de NSB of de Duitse Wehrmacht drukten ’s nachts illegale krantjes. En dat moest allemaal in het diepste geheim. Er hoefde maar één iemand loslippig, onhandig of onvoorzichtig te zijn en mensenlevens stonden op het spel. Want op het meewerken aan een illegale krant stonden draconische straffen: gevangenis, concentratiekamp of de doodstraf. Vele illegale kranten werden gedurende de oorlog opgerold door het Duitse opsporingsapparaat en talloze medewerkers werden gearresteerd. Velen stierven in een concentratiekamp of voor een vuurpeloton. Van de Vrij Nederland-organisatie hebben tijdens de oorlog bijvoorbeeld 151 mensen gevangen gezeten. 86 daarvan zijn geëxecuteerd of in een concentratiekamp om het leven gekomen. Het maken of verspreiden van een illegale krant was dus levensgevaarlijk.

Tegenpropaganda

De Gil, 15 september 1944

De illegale pers was de Duitse bezetter een doorn in het oog. Hoewel met grote regelmaat illegale krantenmakers werden opgepakt en organisaties werden opgerold, bleek de illegale pers onuitroeibaar door onderdrukking en terreur alleen. De Duitse autoriteiten zonnen daarom ook op andere maatregelen, zoals verwarring zaaien over de betrouwbaarheid van de illegale pers. Dat gebeurde onder andere door het uitbrengen van het blad De Gil in 1944. De Gil was een satirisch blad dat reageerde op de actualiteit. Het was kritisch op de Duitse bezetter en nam NSB'ers en andere collaborateurs op de hak. Tegelijkertijd probeerde het blad de motieven van het verzet in diskrediet te brengen en wakkerde het angst aan voor het oorlogsgeweld dat met de bevrijding gepaard zou gaan, en de chaotische periode na de bevrijding. Zo trachtte De Gil verwarring te zaaien in de publieke opinie. Het was de oplettende lezer echter al snel duidelijk dat De Gil uit de pro-Duitse hoek kwam. Het effect van De Gil was dus beperkt en na 14 nummers werd de uitgave gestaakt.

Vervalste kranten

Een vervalste aflevering van Trouw, half november 1943

De Duitsers gingen nog een stapje verder in hun psychologische oorlogsvoering tegen de illegale pers. In het concentratiekamp Vught lieten zij gevangen gezette drukkers en grafici nepexemplaren maken van illegale kranten. Daarin werd een gedeelte van de informatie aangepast om verwarring te zaaien over de betrouwbaarheid en de standpunten van de illegale pers. Over de omvang en het effect van deze vervalsingen is weinig bekend. Van de betrokken drukkers hebben weinigen de oorlog overleefd. Maar enkele vervalste exemplaren van verzetskranten zijn bewaard gebleven.

Conclusie: Verzet door het verspreiden van kritische informatie

Gedurende vijf oorlogsjaren brachten illegale kranten onder uiterst moeilijke omstandigheden en tegen een onwaarschijnlijk hoge prijs enige vorm van pluriformiteit in de nieuwsberichtgeving. De illegale pers gaf mensen kennis, hoop en vertrouwen in een goede afloop van de oorlog en was zo tot morele steun van velen. De ondergrondse kranten waren kritisch, riepen op de maatregelen van de bezetter niet te accepteren of op te volgen en waren een inspiratiebron voor allerlei vormen van verzet. Hoewel illegale kranten ook niet objectief waren, en ook opzettelijk of per ongeluk onjuiste informatie verspreidden, vormden zij een belangrijk tegenwicht tegen de door de Duitsers gelijkgeschakelde reguliere pers en de Duitse propagandistische publicaties. Dat maakt de illegale pers tot een van de belangrijke vormen van verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Honderden illegale werkers hebben hiervoor met hun leven moeten betalen. 

Literatuur

  • Lydia E. Winkel, De ondergrondse pers 1940-1945, (Amsterdam, 1989)
    Standaardwerk, oorspronkelijk uitgegeven in 1954, aangevuld en herzien in 1989, met een overzicht en korte beschrijving van alle illegale krantentitels die tijdens de oorlog zijn verschenen.
  • Heuvel, Hans van den en Gerard Mulder, Het vrije woord : de illegale pers in Nederland, 1940-1945, (’s-Gravenhage, 1990)
  • Vries, Hille de, Een ophitsend geschrift : de geschiedenis van het illegale blad Trouw, (Utrecht, 1968)
  • Keizer, Madelon de, Het Parool 1940-1945, verzetsblad in oorlogstijd, (Amsterdam, 1991)
  • Talloze Nederlandse verzetskranten zijn te vinden, te bekijken en te doorzoeken op Delpher
    De KB heeft een aanzienlijke collectie verzetskranten in haar bezit. De grootste collectie Nederlandse verzetskranten bevindt zich bij het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies). Beide collecties zijn gedigitaliseerd en beschikbaar gesteld op Delpher.