Anne Frank, 'Het Achterhuis'

Omslag van Het Achterhuis

Amper twee jaar na het overlijden van Anne Frank verschijnt haar dagboek, de wonden van de Tweede Wereldoorlog waren nog lang niet geheeld. In de loop der jaren zijn talloze uitgaven van het dagboek verschenen, maar deze eerste druk heeft uiteraard een bijzondere plaats in de collectie van de KB. 

Het dagboek van Anne

Anne Frank duikt in juli 1942 met haar familie onder. Ze verschuilen zich in het achterhuis van het bedrijf van vader Otto Frank, Opekta. Vlak daarvoor had Anne op haar dertiende verjaardag, 12 juni 1942, een poëziealbum cadeau gekregen. In dit album noteert zij gedachten, gebeurtenissen en verhaaltjes uit achterhuis. Als het album vol is, krijgt zij nog een paar schoolschriften, waarin ze haar notities en dagboekaantekeningen voortzet. Anne noemt haar dagboek ‘Kitty’, alsof ze een echte vriendin heeft met wie ze alles kan delen. 

Op 28 januari 1944 hoort de familie Frank op Radio Oranje een oproep van minister Gerrit Bolkestein om alle dagboeken uit de oorlogstijd te bewaren voor onderzoek en documentatie na de oorlog. Anne besluit haar eerdere dagboek om te werken. In mei 1944 begint zij aan wat later Het Achterhuis  zal gaan heten: op velletjes doorslagpapier herschrijft ze haar eerste dagboeken. Van deze losse vellen zijn helaas veel verloren gegaan. 

De teksten gered en bewerkt

Op 4 augustus 1944 worden de onderduikers in het achterhuis ontdekt. De familie wordt afgevoerd naar Westerbork en vanaf daar later naar de vernietigingskampen in Polen. Vriendin van de familie Miep Gies vindt later in het achterhuis de dagboeken en de losse bladen van Anne terug en bergt ze op in haar bureau op kantoor. Weken later, als het achterhuis leeggehaald wordt, komen nog wat beschreven bladen bij Miep terecht. Als Otto Frank in juni 1945 als enige overlevende van de familie terugkeert naar Amsterdam, gaat hij bij Miep en Jan Gies wonen. In augustus van dat jaar wordt duidelijk dat Anne en zus Margot niet meer terugkomen en dan geeft Miep de geschriften van Anne aan haar vader. Otto Frank krijgt het poëziealbum, de schoolschriften, een kasboek en de losse vellen van zijn dochter in handen. Op zijn schrijfmachine stelt Otto Frank een afschrift samen door delen weg te laten en stukken uit de latere delen eraan toe te voegen. Daarna werden de teksten ook door anderen, waaronder een oude vriend van de familie, Albert Cauvern, gewijzigd en verbeterd. Met behulp van vrienden en kennissen is een afschrift van dit tweede typoscript aan meerdere uitgevers aangeboden, maar geen enkele uitgever toonde belangstelling om het te publiceren. 

Titelpagina van Het Achterhuis

Publicatie

Maar dan komt het tweede typoscript onder de aandacht van het historici-echtpaar Jan en Annie Romein. Jan Romein schreef in Het Parool van 3 april 1946 een artikel over het dagboek: ‘Kinderstem’. Verschillende uitgevers namen hierop contact met hem op, waaronder Uitgeverij Contact te Amsterdam. De staf van Contact was na lezing erg onder de indruk van het dagboek en was bereid het uit te geven, mits bepaalde stukken weggelaten zouden worden. Het ging voornamelijk om bepaalde passages met ‘seksuele inhoud’ (over menstruatie en over het betasten van elkaars borsten) en negatieve opmerkingen over de moeder van Anne. Otto Frank heeft hiermee ingestemd, zoals blijkt uit een verklaring van hem in 1959. Er zijn veranderingen in woordkeus aangebracht, regels weggelaten, soms is de tekst uitgebreid en bepaalde delen werden geschrapt. Gerrold van der Stroom stelde in de wetenschappelijke editie die in 1986 uitkwam onder auspicien van het Riod (later Niod) dat men ‘met het uiteindelijke resultaat … ook eerder een literair werk van Anne Frank in handen [heeft] dan een historisch (ego-)document in de wetenschappelijke zin van het woord’. 

En zo verscheen in de zomer van 1947 Anne Frank, Het Achterhuis: dagboekbrieven van 12 juni 1942-1 augustus 1944, met een woord vooraf door Annie Romein-Verschoor in 1.500 exemplaren. Op de flap is een gedeelte van Jan Romeins artikel uit Het Parool van 3 april 1946 opgenomen.

Vertalingen

In 1946 was er al een Duitse vertaling van Het Achterhuis gemaakt, bedoeld voor Annes grootmoeder in Basel. De vertaling werd gedaan door de journaliste Anneliese Schütz, een kennis van Frank. Haar woordkeuze is wat ouderwets, maar zij had de beschikking over het volledige typoscript, waardoor haar vertaling meer omvattend is dan de Nederlandse uitgave. Maar verwijzingen naar Duitsers en Duitsland in de negatieve zin, waren veranderd of weggelaten. In 1950 verscheen de nieuwe editie van Das Tagebuch der Anne Frank bij Verlag Lambert Schneider in Heidelberg. 

De Engelse vertaling verscheen pas in 1952, onder de titel The Diary of a young Girl. Hetzelfde jaar volgde een publicatie in de Verenigde Staten. Na Nederland, Engeland, Duitsland en de Verenigde Staten, volgden andere landen over de hele wereld. Het boek is vertaald in meer dan zestig verschillende talen. Van het dagboek van Anne Frank zijn onder ander vertalingen in het Frans, Duits, Engels, Russisch, Roemeens, Hongaars, Hebreeuws, Chinees, Japans, Koreaans en Amhaars in de KB-collectie aanwezig. Je kunt de eerste druk van Het Achterhuis (aanvraagnummer KW 2295 F 46) en alle vertalingen ter inzage aanvragen via de KB-catalogus. Het boek is gedigitaliseerd, maar wordt op verzoek van de rechthebbende niet getoond op DBNL.

Literatuur