Travels in the Interior of South Africa

Tegenover p 494 in deel 2: Portrait of Mehútu

In november 1810 komt William John Burchell (1781-1863) aan in Kaapstad. Dit is de eerste ontdekkingsreis van de 30-jarige Britse ontdekkingsreiziger en natuuronderzoeker. Daarvoor zit hij kort in de handel, maar dat bevalt hem niet. Hij maakt deze reis op aanbeveling van een Nederlander, Jan Willem Janssens, die tussen 1802 en 1806 gouverneur van de Kaap is – maar tegen de tijd dat Burchell arriveert is hij allang terug in Nederland en is de Kaap weer Engels terrein.

Een reis van vier jaar

Eenmaal in Zuid-Afrika begint de onderzoeker met de voorbereidingen van een expeditie naar het binnenland. Vanaf juni 1811 tot in 1815 maakt hij een tocht door het ruige landschap. Hij legt meer dan 7000 km af. Een wisselende ploeg personeel, gekozen uit de plaatselijke bevolking, staat hem bij; bij wijlen, zegt hij, laten ze hem in de steek en je vraagt je af hoe hij ze behandelt. Hij noemt ze ‘Hottentot’ of ‘Bushman’, termen die in de loop der jaren racistische connotaties kregen. Burchell reist van Kaapstad, via Stellenbosch door de Karoo naar het oosten tot bij de Kerkenberg. Dan verblijft hij geruime tijd in en om Durban aan de oostkust. Hij reist door naar Graaff-Reinet in de Oost-Kaap-provincie en vervolgens gaat de tocht naar het noordwesten, via Dithakong in de Noordkaap naar andere plaatsen in deze regio.

Verzameling

Het doel is om de flora van dit deel van de wereld te inventariseren en om zijn eigen botanische verzameling aan te vullen. Dat doet hij met verve. Meer dan 50.000 exemplaren van planten en dieren worden verzameld en bij zijn terugkeer naar Londen in augustus 1815 vullen die 48 scheepskratten. Eenmaal thuis worden zijn aantekeningen en de collectie door hem nader bestudeerd en in 1822 en 1824 publiceert hij twee delen van zijn reisverslag. De tekst in de twee boeken volgt die van zijn dagboek: Travels in the Interior of Southern Africa. Een derde deel, dat het eind van zijn reis zou beschrijven, is niet voltooid. 

  • "Caravan of waggons assembled at Zak River, on the borders of the country of the Bushmen" (Een karavaan van wagens verzamelde zich bij de Zak-rivier, aan de grens van het gebied van de Bosjesmannen.)

The Bookoo plant

Gravures

De uitgave wordt geïllustreerd met vignetten die gebaseerd zijn op zijn eigen tekeningen. Zo is er de ‘Bookoo’, de Agathosma serratifolia, waarvan de bladen worden gebruikt om een azijn van te maken. Die dient, bijvoorbeeld, om de brandwonden te verzorgen als het pistool van een van zijn gehuurde assistenten, Gert genaamd, in diens handen ontploft. (Het vignet is afgebeeld op pagina 476 van deel 1). Er zijn in het boek ook andere gravures opgenomen met afbeeldingen van personen en landschappen, soms zijn het uitklapbare prenten. Deze zijn met de hand ingekleurd, zoals die van het uitzicht op Kaapstad en de Tafelbaai – met op de voorgrond een man met een parasol, waarschijnlijk Burchell zelf. Een andere prent laat een kampement bij de Zakrivier zien, waar hij in september 1811 wacht tot een konvooi zo is aangegroeid dat men een gezamenlijke route door een droog woestijnachtig gebied aandurft.

  • Uitzicht op Kaapstad en de Tafelbaai.

Brazilië

Het blijft niet bij deze Afrikaanse expeditie. Tussen 1825 en 1830 reist Burchell rond door Brazilië, waar hij een tweede verzameling aanlegt: een groot aantal planten en dieren en bovendien een collectie van meer dan 20.000 insecten. Hij laat zijn duizenden specimina van planten na aan Kew Gardens – hét centrum van de botanie in Engeland. De verzamelaar kent de instelling goed, want in zijn jeugd brengt hij er een stage door. Zijn Braziliaanse insecten maken hun laatste reis intussen naar het Museum of Natural History van Oxford University.

  • Afbeelding tegenover p. 132 van deel 2: Descending from the Snow Mountains

Catalogusbeschrijving

William John Burchell, Travels in the Interior of Southern Africa. London: Printed for Longman, Hurst, Rees, Orme, and Brown, 1822-1824. Aanvraagnummer: KW 9065 B 13 [-14].