Natuurkundige beschryving eener uitmuntende verzameling van zeldsaame gedierten

De rode rotshaan in Natuurkundige beschryving eener uitmuntende verzameling van zeldsaame gedierten, 1804

Vosmaers Natuurkundige beschryving bracht het Nederlandse publiek in de tweede helft van de achttiende eeuw op een bijzondere manier in aanraking met het uiterlijk en het gedrag van zeldzame exotische dieren. Doordat de auteur en de ontwerper toegang hadden tot de levende dierencollectie van Willem V bevat dit werk observaties en natuurgetrouwe afbeeldingen van diersoorten die op dat moment weinig bekend waren in Nederland.  

Een exotische menagerie bij Den Haag

In de tweede helft van de achttiende eeuw bevond zich op het landgoed Het Kleine Loo, in de buurt van Den Haag (tegenwoordig op een steenworp afstand van station Voorburg 't Loo), een opmerkelijke verzameling exotische dieren. Op dit door stadhouder Willem IV gekochte landgoed lag een koninklijke menagerie, gevuld met dieren die geschonken waren door onder andere gouverneurs uit de Nederlandse koloniale gebieden. 

Gedurende het stadhouderschap van Willem V werd deze menagerie verder uitgebreid en waren er verschillende zoogdieren, vogels en slangen te vinden. Vanaf 1756 werden de menagerie en de natuurhistorische collectie, het naturaliënkabinet, beheerd door de natuuronderzoeker Arnout Vosmaer (1720-1799). 

Vosmaers uitgaven

Vanaf 1766 publiceerde Vosmaer een reeks losse uitgaven, elk gewijd aan een bijzondere diersoort uit de menagerie. In 1804, vijf jaar na het overlijden van Vosmaer, werden de 33 stukjes die over een periode van ongeveer 20 jaar afzonderlijk gepubliceerd waren samengebracht in een uitgave onder de titel Regnum Animale.

In deze uitgaven werd het uiterlijk en het geobserveerde gedrag van de dieren beschreven en werden de teksten voorzien van afbeeldingen. De gravures zijn gemaakt door Simon Fokke en zijn gebaseerd op ontwerpen van Aert Schouman. Deze gravures zijn vervolgens met de hand gekleurd. Hoewel de afbeeldingen gemaakt zijn terwijl de dieren in gevangenschap leefden worden de dieren getoond in hun natuurlijke habitat.

Natuuronderzoek in de menagerie

De Surinaamse ratelslang

Doordat Vosmaer bij de menagerie over levende exemplaren van de dieren beschikte kon hij de waarnemingen van eerdere onderzoekers, die de dieren vaak alleen kort in het wild hadden waargenomen, controleren en aanvullen. Bij een bezoek van Willem V aan de menagerie werd bijvoorbeeld een vogel in het verblijf van een ratelslang losgelaten, zodat vastgesteld kon worden dat zijn gif voor dit diertje na 10 minuten dodelijk was.

De meeste dieren in de menagerie stierven relatief snel. Vosmaer vermoedde dat bij veel dieren de lange reis naar Nederland en het gebrekkige voedsel onderweg de hoofdoorzaken waren. Na hun dood werden veel van de dieren geprepareerd en toegevoegd aan het naturaliënkabinet van Willem V. 

Het einde van het naturaliënkabinet

In 1786 verhuisden de dieren en de natuurhistorische collectie naar Paleis Het Loo bij Apeldoorn. Daar kwam in 1795 met de inval van Franse troepen in Nederland een einde aan de menagerie en het naturaliënkabinet. De bezittingen van de stadhouder werden geconfisqueerd en zowel de levende dieren als de collectie werd naar Parijs gebracht. Twintig jaar later zou een deel weer teruggegeven worden aan Nederland, maar Vosmaer, die in 1799 overleed, heeft dit niet meer mee mogen maken.

Catalogusbeschrijving

Natuurkundige beschrijving eener uitmuntende verzameling van zeldzaame gedierten: bestaande in Oost- en West-Indische viervoetige dieren, vogelen en slangen, weleer leevend voorhanden geweest zijnde, buiten den Haag, op het kleine Loo van Z.D.H. den prins van Orange-Nassau. A. Vosmaer. Amsterdam, 1804.  Aanvraagnummer: KW 3135 C 22.

Literatuur

  • Sliggers, B.C., en A.A. Wertheim, eds. Een vorstelijke dierentuin: de menagerie van Willem V = Le zoo du prince: la ménagerie du stathouder Guillaume V. Zutphen, 1994.
  • Pieters, F. F. J. M. “Het schatrijke naturaliënkabinet van Stadhouder Willem V onder directoraat van topverzamelaar Arnout Vosmaer.” In Het verdwenen museum: Natuurhistorische verzamelingen 1750-1850, (B.C. Sliggers ed.), 19-44. Haarlem, 2002.