Magazijn van tuinsieraden
Het boek bevat meer van zijn ontwerpen, maar bovendien die van andere Nederlandse ontwerpers, zoals Pieter Schuppens (1769-1850) die de tekeningen van een tuin voor buitenplaats Ter Hooge bij Middelburg aandraagt. Zijn naam wordt er niet bij vermeld. Hij ontwerpt de tuin tussen 1806 en 1809. Het Magazyn van tuinsieraaden verschijnt aanvankelijk in Amsterdam bij Johannes Allart in losse afleveringen tussen 1802 en 1809 en de ontwerpen van Schuppens zijn net op tijd voor de laatste aflevering.
Herdrukken
Het boek wordt door verschillende negentiende-eeuwse uitgevers in herdruk uitgegeven. Daaronder is een editie uit 1831 van uitgever Noman in Zaltbommel. Ook hierin worden de platen met de hand ingekleurd, wat in sommige exemplaren zorgvuldiger gebeurt dan in andere. De kleuren van plaat CXLII zijn bijvoorbeeld in de eerste druk uit 1806 anders ingekleurd dan in de uitgave uit 1831. Het KB-exemplaar uit 1806 toont geel en blauw, maar de binnenzijde van het dak is minder subtiel gekleurd dan in het KB-exemplaar uit 1831.
Nederlandse 'follies'
De tekeningen, gemaakt door een anonieme werkman, worden door enkele moderne critici amateuristisch genoemd, bijvoorbeeld vanwege de overmatige detaillering van enkele boerenhuizen, herbergen en priëlen van walvisribben. De typische ‘Hollandsche’ stijl wijst erop dat deze ontwerpen door Van Laar of een collega zelf zijn bedacht. Enkele afbeeldingen getuigen van daadwerkelijk in Nederland gerealiseerde ‘follies’, zoals de Chinese tent, de hermitage en een jeneverhuisje bij buitenplaats Velserbeek bij Velsen.
De tekst bij de afbeelding van de hermitage legt uit dat je bij binnenkomst een kluizenaar met brevier en paternoster ziet zitten naast een altaar, terwijl zijn doodkist dient als bedstee. Het gaat om een pop, die je in elke gewenste houding kunt plaatsen (zittend, liggend, knielend). Die ziet er in de tuin in Velsen zo levensecht uit dat passanten hem als mens aanspreken. Daarmee hoort deze attractie tot het genre van de ‘bedriegertjes’, dat destijds gewild is.
Buitenlandse inspiratie, binnenlandse invloed
Van Laar hoeft veel van zijn ontwerpen niet zelf te bedenken, want hij neemt een deel over uit een Duitse voorganger, Ideen-Magazin für Architecten, Künstler und Handwerker (1763-1806) door J.G. Grohmann, die overigens zelf ook links en rechts tekeningen plagieert, zoals destijds het gebruik is. Van Laar zegt zelf in zijn voorwoord dat hij zich oriënteert op buitenlandse voorbeelden. Dat verklaart deels een latere kritiek op dit werk van Leopold Springer die in 1936 zijn bibliografie over boek- en plaatwerken over tuinkunst uitbrengt. Hij vindt het werk al bij publicatie in 1802 achterhaald en meer passen bij de achttiende eeuw omdat het ‘al de gebreken van dien tijd’ vertoont. Curieus is intussen dat Springer wel de uitgave uit 1802 kent en een latere uit 1842, maar dat hij deze editie uit 1831 niet heeft opgenomen in zijn bibliografie.
De smaak van de negentiende-eeuwer zelf verschilt ook enorm van die van Springer: er verschijnen immers vier edities van het werk. Bovendien wordt het boek bestudeerd door contemporaine en latere tuinarchitecten, zoals Lucas Roodbaard (1782-1851), die in de noordelijke provincies tuinen en tuinsieraden ontwerpt en bijvoorbeeld een prieel op Oranjestein kopieert naar een plaat in het boek van Van Laar. Op verschillende plaatsen in Nederland staan ook nu nog kapellen, bruggen en andere tuinobjecten die hun bestaan aan Van Laar danken.
Catalogusbeschrijving
G. van Laar, Magazijn van tuin-sieraaden; of Verzameling van modellen van aanleg en sieraad, voor groote en kleine lust-hoven, voornamelijk van dezulke die, met weinig kosten, te maken zijn. Getrokken uit de voornaamste buitenlandsche werken naar de gelegenheid en gronden van dit koningrijk gewijzigd, en met vele nieuwe platte gronden en sieraden vermeerderd. Zaltbommel: Johannes Noman en Zoon, 1831. Aanvraagnummer: KW 1307 D 61.
Literatuur
- Martin van den Broeke, Wim Meulenkamp. ‘Gijsbert van Laar (1767-1829[1820]), tuinarchitect. Het Magazijn van Tuin-sieraaden, de Nederlandse landschapsstudie en de Vanlaarologie’, Cascade. Bulletin voor tuinhistorie, 12 (2003) 1, p. 5-47.
- Arinda van der Does, ‘Gijsbert van Laar (1767-15 [1] december 1820)’, Cascade. Bulletin voor tuinhistorie, 17 (2008) 1, p. 7-16.
- W.G.J.M. Meulenkamp, ‘G. van Laars Magazijn van tuin-sieraaden als een voorbeeldenboek voor Nederlandse tuingebouwen’, Bulletin KNOB. Tijdschrift van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond, 82 (1983), 3-4 (augustus), p. 124-141.
- Leopold Springer, Bibliographisch overzicht van geschriften, boek- en plaatwerken op het gebied der tuinkunst. Wageningen: Veenman & Zonen, 1936.