Leren boekbanden
In de vijftiende en zestiende eeuw werden boeken in Duitsland en omstreken vooral in varkensleer gebonden: robuust wit leer met een kenmerkende, vaak nog zichtbare haarinplant van drie bijeen staande puntjes. De banden werden versierd met rol- en plaatstempels, meestal zonder gebruik van bladgoud.
Vanuit de Islamitische wereld werd ‘marokijn’ geïntroduceerd. De bijzonder fijne huid van geiten (oorspronkelijk uit Marokko) bleek sterker dan andere leersoorten en het liet zich makkelijker verven. Ook moderne binders maken nog graag gebruik van dit materiaal. KW 74 G 39, KW 1754 E 107-109 en KW 1771 A 10 zijn voorbeelden van boekbanden van marokijn uit verschillende periodes.
Haaien en andere exoten
In het nietsontziende streven naar exclusiviteit en luxe bleken ook minder voor de hand liggende diersoorten bruikbaar voor boekbanden. De huid van paarden en ezels wordt ingenieus geprepareerd tot een leersoort die tijdenlang ten onrechte haaienleer werd genoemd. Een echte haai werd in 1984 verwerkt door Germaine de Coster en ook de rog ontsnapte niet aan de artistieke dadendrang. Met exoten als schildpadden, hagedissen en slangen bleken boekbinders zeer opmerkelijke stukken te kunnen maken. Tenslotte gebruikten ze ook delen van botten en tanden (ivoor), maar hoofdzakelijk als decoratieve elementen.
De ondergrond van boekband KW 1770 C 18 is gemaakt van bruin geitenleer. De band is deels voorzien van een ruitjespatroon en heeft een versiering van opgelegde stukken reptielenhuid die zijn verwerkt tot leer. De suggestieve vorm verbeeldt een slang. De band werd in 1982 gemaakt door de Engelse boekbinder Jenni Grey (nu Jenn Belfield). De inhoud is een bestiarium, een boek over dieren, dat bestaat uit een serie houtsneden en etsen gemaakt door studenten van Brighton Polytechnic in Engeland. De slang ontbreekt in het bestiarium, die staat op de band.