Fotoalbum voor Abraham Koolhoven
De boekband van dit album is bijzonder uitgevoerd: in goud bestempeld perkament dat bovendien in aquarelverf is beschilderd. Dit is het werk van boekbinder J.A. Loebèr jr. Het formaat is niet klein (bijna 35 cm hoog). Op de voorzijde is het monogram AK van Koolhoven in zwart geschilderd. In de hoeken verschijnt het ook.
Opvallend zijn de langwerpige velden daartussen: die zijn beschilderd met roze en rode tulpen en groene bladeren, opgevuld met gele en paarse meanderende lijnen. In het midden van elk vlak is een fiets geschilderd. De vier fietsen in de vier vlakken verschillen op nogal wat punten, bijvoorbeeld het frame en het formaat van de wielen.
Als het boek wordt geopend, verschijnt op de binnenzijde van de boekband een heel andere voorstelling met centraal de Nederlandse leeuw. Die is echter omringd door een gestempelde rand van tulpmotieven. Ook langs de onderzijde is de vorm van de bloem en het blad van de tulp herkenbaar.
De boekband is het werk van de Leidse boekbinder Johannes Aarnout Loebèr jr. (1869-1957), die zich vanaf ongeveer 1890 actief opstelt in de wereld van de boekbinders. Hij geeft lezingen, richt een tijdschrift op, maakt tentoonstellingen en geeft praktische cursussen.
Zijn vroege banden zijn uitgevoerd in een andere stijl, voornamelijk negentiende-eeuwse neostijlen. Maar vanaf 1894 gebruikt hij steeds vaker gestileerde composities met bloemen, zoals fuchsia of lelie. Er is echter geen enkel verband tussen de decoratie en de inhoud van het boek dat hij bindt. Het album voor Koolhoven is het eerste (nu bekende) bindwerk van Loebèr waarbij de realistische motieven aansluiten op de inhoud van het album: foto’s van het rijwielbloemencorso. Deze samenhang tussen decoratie en onderwerp is voor hem in deze periode uniek.
Catalogusbeschrijving
Boekband door J.A. Loebèr jr. om Fotoalbum voor Abraham Koolhoven, 1895. Aanvraagnummer: KW 1770 B 15
Tekst gebaseerd op: Paul van Capelleveen, ‘Een rijwielcorso en Psyche in Nieuwe-Kunststijl. Twee boekbanden van Loebèr en Smits’, De Boekenwereld, 42 (2026) 2 (juni), p. 42-47.