Een boekband voor Tulips and Tulipomania door Jean Gunner

Boekband door Jean Gunner

Een van de vele bijzondere boekbanden in de KB-collectie is die van Jean Gunner om een exemplaar van Tulips and Tulipomania. De tulpen, uitgevoerd in verschillende kleuren leer, sieren Wilfrid Blunts standaardwerk over de zeventiende-eeuwse tulpenmanie.

Reizigers die halverwege de zestiende eeuw Turkije bezochten, werden getroffen door een eigenaardig soort plant: de tulp. Al spoedig werd de bol naar West-Europa uitgevoerd en kwam hij ook in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden terecht, waar men zich toelegde op het kweken van bijzondere soorten. Aanvankelijk ontstond een handel in bollen tussen kwekers en rijkelui, maar allengs ontwikkelde zich een echte ‘tulpomanie’, waarbij levendig werd gespeculeerd op de mogelijke toename in waarde van bepaalde tulpenbollen: bollen dus, waaruit de bloem nog moest komen groeien.

Speculatie en kwekers

Rond 1636-37 liep dat laatste uit de hand en ging het om exorbitante bedragen – op het hoogtepunt meerdere duizenden guldens – in de vorm van opties: het verschil in waarde zou ofwel door de kweker ofwel door de financier betaald moeten worden aan de andere partij. In februari 1637 ontplofte de markt. Het is een van de vroege bubbels in de economie.

Bloemen, speculatie en koersval. Het was voer voor driftige theologische pamfletten waarin de speculanten als gokverslaafde zondaren werden voorgesteld. Toch waren de gevolgen van de waardenval gering: er schijnt niemand echt failliet gegaan te zijn. De contracten werden waardeloos en de meeste speculanten en kwekers zetten daarna het normale leven weer voort.

De tulp als symbool

Vanaf dat moment bleef de tulp een geliefde, maar niet langer financieel overgewaardeerde bloem. De tulp is afgebeeld op talloze Nederlandse schilderijen uit de zeventiende eeuw, vooral op stillevens, niet alleen om de esthetiek, maar ook om de symboliek. De snel verwelkende bloem stond voor ‘vanitas vanitatum’: ijdelheid der ijdelheden (zoals Prediker 1:2 in de Bijbel zegt). 

Vanaf de negentiende eeuw werd de tulpenwindhandel een romantisch thema. Alexandre Dumas père schreef er zijn roman La Tulipe noire (De zwarte tulp) over en het werd ook een onderwerp voor film en thriller. Internationale economische en kunsthistorische studies probeerden vervolgens feit en fictie te scheiden. Een populaire introductie tot de materie verscheen in 1950 in de bekende reeks King Penguin van de Engelse uitgeverij Penguin. Kunsthistoricus Wilfrid Blunt (1901-1987), onder andere bekend door zijn boek The Art of Botanical Illustration (ook 1950), schreef in Tulipomania over de tulpenmodes in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Turkije en selecteerde er zeventiende-eeuwse illustraties bij. 

Tulips and Tulipomania

Een geheel herziene luxe editie, onder de titel Tulips and Tulipomania, verscheen in 1977 bij de door Charlene Gary opgerichte Basilisk Press, een private press die enkele boeken op het grensgebied van botanie en kunsthistorie publiceerde, zoals The Australian Flower Paintings of Ferdinand Bauer (1976) en Gardens of Delight (1978), maar ook facsimile’s van bijzondere uitgaven zoals de Kelmscott Press-editie van de werken van Chaucer. 

Rory McEwan: plate 16 ‘Akers’

Deze editie van Tulips and Tulipomania bevat naast de historische hoofdstukken een overzicht van Engelse tulpen met speciaal vervaardigde schilderingen daarvan door de Schotse kunstenaar Rory McEwen (1932-1982). Hij werkte eerst als schilder en als zanger/gitarist, maar vanaf 1962 legde hij zich uitsluitend toe op de beeldende kunst. De samenwerking met Blunt kwam niet uit de lucht vallen: hij was McEwens leraar op Eton. Voor het boek schilderde McEwen zestien soorten tulpen. Hij bouwde de prent op door een oneindig aantal kleine, parallelle streepjes in aquarel naast elkaar te schilderen op vellen perkament. De tulpen zijn daarop driemaal zo groot als in werkelijkheid, zodat ze vervolgens voor het boek (verkleind) kunnen worden gereproduceerd in lithografie.

Tulpenbossen in leer ontworpen door Jean Gunner

Boekband door Jean Gunner

In opdracht van de KB werd een exemplaar van deze uitgave in heel leer gebonden door de boekbinder Jean Gunner (*1947). Deze Britse boekbinder werd opgeleid tussen 1962 en 1967 maar emigreerde in 1969 naar de Verenigde Staten om lessen te volgen bij boekbinder Carolyn Horton. In de periode 1972–1986 was zij als boekbinder en restaurator verbonden aan de Hunt Botanical Library van Carnegie Mellon University (Pittsburgh, Pennsylvania). Ze gaf daar ook avondcursussen voor boekbinders en restauratoren.

De boekband werd beschreven door de toenmalige KB-conservator Jan Storm van Leeuwen. Hij schreef dat het op het eerste gezicht lijkt alsof Gunner in haar ontwerp direct aansloot op de aquarellen van McEwen, maar er zijn grote verschillen: “De details in haar tulpen zijn niet door lijnen tot stand gebracht, maar door vlakken verschillend gekleurd leer. In tegenstelling tot de schilder geeft zij groeperingen van tulpen, die op het achterplat nog gesloten zijn en op het voorplat al over hun hoogtepunt heen, als een directe verwijzing naar de ijdelheid”. De donkergrijsblauwe geitenleren band is opgelegd met vele tinten rood, bruin, geel en groen leer, met op de rug een titelschildje in groen en rood. De band is aan de binnenzijde van het achterplat gesigneerd met een blindstempeling: J. GUNNER 1982’. De kopzijde is verguld.

De documentatie over de boekband bevat schetsen van de boekbindster op kalkeerpapier en een geschilderde schets dat de kleuren voor de band toont. Daarbij is ook een vel bewaard met voorbeelden van de vele verschillende kleuren leer.

Catalogusbeschrijving

Boekband, ontworpen en uitgevoerd door Jean Gunner, Pittsburgh, Pennsylvania, USA, 1982. 
Voor: Wilfrid Blunt, Tulips and Tulipomania. London, The Basilisk Press, 1977. Oplage: 515 exemplaren. Dit is nr. 309. 
Aanvraagnummer: KW 1770 C 25
Documentatie en schetsen van de boekbinder: aanvraagnummer KW 1798 A 008 (9)

Literatuur

  • J. Storm van Leeuwen, De meest opmerkelijke boekbanden uit eigen bezit. ’s-Gravenhage: Koninklijke Bibliotheek, 1983, p. 101-102, 157, nr. 155.