In één half uur
In één half uur, 1937
''t Werk is gedaan en dus ... naar huis, naar huis om te eten. Maar vóór er gegeten kan worden moet er zoo nog het een en ander worden gedaan. Dat is werk, waarin een vrouw, die overdag andere plichten heeft gehad, niet altijd zoo héél veel zin meer heeft [...]. Niet zelden verdwijnt zoo'n werkende vrouw, alléén of met haar huisgenoot, in een van die vele gelegenheden, waaraan de groote stad rijk is, om vlug en goedkoop iets te eten.' Bovenstaande tekst is niet afkomstig uit een damesblaadje uit de jaren tachtig of een kookblad uit de jaren negentig: het betreft de inleiding van een verrassend kookboek uit 1937, dat zich richt op de buitenshuis werkende vrouw.
Een gezonde maaltijd van twee gangen op tafel zetten binnen een half uur tijd behoort absoluut tot de mogelijkheden, zo luidt de boodschap in dit kookboek. Een conservatieve huisvrouw uit de jaren dertig zal na zo'n mededeling natuurlijk onmiddellijk gedacht hebben dat dit klinkklare nonsens is: om echt lekker te worden moet eten nu eenmaal urenlang stoven of sudderen. De schrijfster van dit kookboek weet echter beter: 'Er is bij onze voedingsmiddelen véél dat lekkerder, waardevoller en ook mooier blijft, als het niet zoo lang wordt gekookt.' En zelfs rauw is veel groente erg lekker.
Voorwaarden voor succes
Waar het bij het bereiden van een snelle maaltijd op neer komt, is heel simpel overleg oftewel een goede planning, een paar flinke handen, een gezond oordeel en goede gereedschappen. Na een uiteenzetting waarin op alle vier deze punten nader ingegaan wordt, volgen vijftig tweegangen menuutjes. Het overgrote deel hiervan is vertrouwd Hollands, maar er zijn ook meer exotische gerechten als nasi goreng te vinden. Verder komen vooral gerechten voor als gebakken paling, komkommersla en aardappelen, met rijstepap als toetje, of kalfskarbonade, doperwtjes en aardappelen en bananenkoekjes na. De recepten zijn bedoeld voor twee personen. Soms wordt er wat gesmokkeld met het halve uur bereidingstijd: zo is er in het geval van gekookte aardappelen steevast sprake van aardappelen die al geschild zijn. Of, zoals dat in de inleiding verdedigd staat, een vrouw met een gezond oordeel 'zorgt dat gebruik wordt gemaakt van de "service", die ons wordt geboden in den vorm van allerlei half of heel voorbereide levensmiddelen (schoongemaakte groenten, vlug kokende havermout, rijst, peulvruchten, enz.).'
De schrijfster eindigt haar verhaal met aanwijzingen voor de afwas, 'het werk dat door velen zoo grondig wordt gehaat.' Zo min mogelijk vuil maken, en vieze spullen meteen met papier afvegen of afspoelen, zo luidt het devies. Dat maakt alles stukken gemakkelijker, want de tijd immers 'dat den kaboutertjes den rommel voor ons opruimden' ligt ver achter ons. Als die tijd al bestaan heeft.
Het kookboek is zeer bijzonder vormgegeven: een zorgvuldig gekozen lettertype, een fraaie kwaliteit dik papier, en -heel bijzonder- de gehele linkerpagina is steeds gereserveerd voor de aankondiging van de twee gangen van het menu, terwijl op de rechterpagina lijstjes met ingrediënten en de bereiding volgen.
Recept
Hieronder volgt menu nummer 10.
Recept: Broodschotel met kaas
400 gram oud brood, zonder korst, zout, peper, 3 dl. melk, 1 ei, 200 gram kaas, 30 gram boter, 1 beschuit
Het brood in kleine stukjes kruimelen en vermengen met het geklopte ei met zout, peper en melk. Kaas in kleine stukjes snijden. Laag om laag in een aluminium of emaille ovenschoteltje geweekt brood en kaas doen. Op een zacht vuurtje (en asbestplaat) warm laten worden. Bij gebrek aan een oven, het bruine korstje imiteeren door vlak voor het opdoen de bovenkant te bestrooien met fijngewreven beschuit en te begieten met wat gesmolten boter. De boter eventueel smelten in een schepje boven de gasvlam.Tomatensoep
1 tablet vermecellisoep, tomatenpurée uit blik naar smaak, 20 gram (± 1 lepel) boter of margarine
Zoodra de broodschotel op het vuur staat de inhoud van een tablet vermecellisoep in ½ liter kokend water doen, zachtjes door laten koken. Zie de gebruiksaanwijzing op het tablet. Zoodra de soep klaar is, tomatenpurée naar smaak door roeren en een klontje boter.
Bron
In één half uur / R. Lotgering-Hillebrand. - Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1937