Het Vredespaleis
Opmerkelijk weinig moderne architecten hadden belangstelling getoond. Daardoor hadden de meeste inzendingen een conservatief karakter, met veel neo-stijlen en imitatiebarok. De niet echt enthousiaste jury kende uiteindelijk de prijs toe aan de Fransman Louis Cordonnier. Deze was geen totaal onbekende, want hij had voordien een ontwerp ingestuurd voor het beursgebouw in Amsterdam.
Afgeslankt ontwerp
Het oorspronkelijke ontwerp van Cordonnier, met maar liefst vier torens, werd overdadig en te kostbaar gevonden. In samenwerking met de Haarlemse architect J. van der Steur werd het ontwerp aan de Nederlandse technieken en materialen en aan het budget aangepast. Het resultaat is een mengeling van Hollandse neo-renaissance en een Frans kasteel, met slechts één toren. Op 30 juli 1907 werd symbolisch de eerste steen voor het nieuwe gebouw gelegd tijdens de Tweede Haagse Vredesconferentie.
Een internationaal gebouw
Tijdens deze conferentie kwam de oproep om het Vredespaleis in te richten met giften van de deelnemende landen, om zo een mondiaal streven naar vreedzame bemiddeling tot uitdrukking te brengen. Veel landen hebben inderdaad een bijdrage geleverd voor het gebouw en de tuin. Die hebben daardoor een internationale uitstraling gekregen. Zo werden uit Nederlands-Indië en Brazilië houtsoorten aangevoerd voor de lambriseringen, uit Italië kwam het marmer voor de grote hal en Duitsland schonk het toegangshek. De bronzen entreedeuren in art nouveaustijl kwamen uit België en het torenuurwerk was een geschenk van Zwitserland.
Een ontwerp voor de tuin
De Engelse landschapsarchitect Thomas Mawson leverde het winnende ontwerp voor de tuin. Daarin had hij onder meer een vredesfontein en een vredestempel opgenomen, maar deze sneuvelden ook wegens budgetoverschrijding. De rozentuin en de langgerekte vijver uit zijn ontwerp bleven behouden. Bij de aanleg van de vijver gebruikte Mawson de natuurlijke loop van de Haagse Beek. Verder kregen in de tuin het door Chili geschonken beeld ‘Gruwelen van de Oorlog’ en een beeld van Erasmus een plaats.
Opening
Op 28 augustus 1913 werd het Vredespaleis officieel geopend in aanwezigheid van koningin Wilhelmina en Andrew Carnegie. De Nederlandse Nobelprijswinnaar voor de Vrede Tobias Asser ontbrak helaas, hij was een maand eerder overleden. Het hoge gezelschap werd in een open koets naar het paleis gereden en met alle egards ontvangen. In aanwezigheid van talloze genodigden overhandigde Carnegie de sleutel van het Vredespaleis aan de Raad van Beheer van het Permanente Hof van Arbitrage.
Ter gelegenheid van de opening werden verschillende publicaties uitgebracht. Zo publiceerde De Algemene Bond voor Vrede door Recht een bundel met bijdragen van onder meer Hjalmar Hammarskjöld, de vader van de latere secretaris-generaal van de VN, en van Bertha von Suttner en Louis Renault, Nobelprijswinnaars voor de Vrede. Minder idealistisch getinte publicaties, zoals En Voyage aux Pays-Bas, een reisgids ter gelegenheid van de “Inauguration du Palais de la Paix” en “le centenaire de la constitution Néerlandaise”, probeerden met Hollandse handelsgeest niet alleen de vrede maar ook het toerisme te bevorderen.