Marsman en Slauerhoff

Verzameling handschriften van Henny Marsman.

Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936) en Hendrik Marsman (1899-1940) behoren tot de belangrijkste Nederlandse schrijvers uit het interbellum. De KB beschikt over een omvangrijke collectie rond Marsman, met onder meer handschriften en correspondentie. In 2026 kreeg de KB de gelegenheid om op een veiling in Antwerpen een aantal bijzondere manuscripten en brieven van deze schrijvers aan te kopen. Deze aankoop kon worden gerealiseerd dankzij de steun van de Vrienden van de KB. De verworven stukken vormen een waardevolle aanvulling op de collecties rond het Nederlandse literaire leven van vóór de Tweede Wereldoorlog II.

Een eerste handschrift van Slauerhoff

Eerste pagina van het gedicht "Het laatste zeilschip" van Jan Jacob Slauerhoff (KW 1920 A 450)

Tot 2026 beschikte de KB nog niet over een originele handschrift van Jan Jacob Slauerhoff. Op de Antwerpse veiling werd een autograaf van het gedicht Het laatste zeilschip aangeboden, een grote zeldzaamheid. Het gaat om een conceptversie uit 1923. Vijf jaar later publiceerde Slauerhoff het gedicht, met enkele wijzigingen, in zijn bundel Eldorado (1928). Het gedicht sluit aan bij een terugkerend thema in Slauerhoffs werk: het ruwe en rusteloze leven op zee. Een oud, versleten zeilschip probeert bij de Kaap de Goede Hoop een stoomschip uit een storm te redden, maar gaat daarbij zelf reddeloos ten onder.

Marsman en De Vliegende Hollander

Het handschrift De Vliegende Hollander, autograaf van Henny Marsman (KW 1920 A 449)

Ook enkele verworven handschriften van Henny Marsman hebben een nautisch thema. In 1923 schreef Marsman het kortverhaal De Vliegende Hollander, waarin de schrijver de zeejournaals van het gelijknamige legendarische spookschip in handen krijgt. Via deze dagboeken leert hij de kapitein kennen, wiens rusteloze zucht naar avontuur uiteindelijk eerder een vloek dan een zegen blijkt.

De KB bezat al een getypte versie van het verhaal. Het verworven handschrift van vijf bladen is echter de definitieve versie. Marsman publiceerde het verhaal zelf nooit. Wel publiceerde hij in 1924 een prozagedicht met dezelfde titel in het literaire tijdschrift De Vrije Bladen.

Meer manuscripten en correspondentie

Naast deze bijzondere handschriften droegen de Vrienden van de KB ook bij aan de verwerving van een convoluut met zeven autografen van Marsman. Daartoe behoren onder meer Drievoudig Afscheid (1934), Twee Andalusische steden (1934) en Marsmans nawoord bij een boek van Edgar Du Perron (1932).

Ook de correspondentie van Marsman met andere letterkundigen kon worden aangevuld. De aankoop omvatte onder meer brieven van schrijvers Edgar du Perron (uit 1933), Eduard Hoornik (uit de periode 1938-1940), Gerard Walschap (uit 1933) en recensent J.M. Uitman (uit de periode 1931-1938). Deze brieven vormen waardevolle aanvullingen op de reeds aanwezige correspondentie in de Marsmancollectie.