De Blauwe Schuit: Turkenkalender 1942

De achtste uitgave was tot dan toe de omvangrijkste uitgave van De Blauwe Schuit: Turkenkalender 1942. Het omslag meegerekend zijn er 32 bladen met illustraties.


Turkenkalenders 1454 en 1942

De kalender werd samengesteld door [Adri (Adriana Jantina) Buning](zie De schippers van De Blauwe Schuit: biografieën).

Ze werkte daar al in maart 1941 aan. Ook Ate Zuithoff en August Henkels leverden teksten aan. Maar het eerste idee is waarschijnlijk van Henkels afkomstig. Hij bezat een facsimile van een van de eerste gedrukte boeken, een titelloze oproep om de veroveringen van het Turkse rijk tot een halt te brengen: Eyn Mannung d’ cristenheit widder die durken. Het werd bekend als de Türkenkalender. Deze Türkenkalender is altijd in verband gebracht met Johannes Gutenberg en zou in 1454 zijn verschenen.

De gedichten werden gekozen uit enkele bekende bronnen, vooral het zogeheten Geuzenliedboek(link is external) en een ander werk met vaderlandse liederen: Adriaen Valerius' Nederlantsche gedenck-clanck (allebei uit het begin van de zeventiende eeuw). De selectie van teksten was begin augustus klaar. Nadat Buning ze in het net had overgeschreven ontving Werkman ze begin september. Hij vond dat de teksten erg klein geschreven waren en vroeg zich af of hij toe was aan een sterkere bril.


Proef en prijs van de uitgave

De teksten zijn uit diverse lettertypen gezet (zoals de Annonce, Nobel, Hollandsche Mediaeval, Block en de Vette Antieke cursief) en gedrukt op verschillende soorten en kleuren papier (waaronder karton en Italiaans Fabrianopapier). Op 6 oktober stuurde Werkman een eerste proef, nog zonder de kalenderbladen voor de maanden. Zowel Buning als Henkels ontvingen zo'n proef.

Eind november was een eerste exemplaar klaar. Het drukken van de hele oplage kwam gereed op 5 december 1941. Het werd een echte kalender met een apart blad voor elke maand; maar waarschijnlijk heeft niemand het fraaie drukwerk als kalender gebruikt. Werkman vond dat zo'n kalender niet meer dan twee gulden mocht kosten en rekende voor het drukwerk (inclusief de enveloppen) de som van ƒ203,00. Uiteindelijk werd de prijs vastgesteld op ƒ2,50.


Illustraties door H.N. Werkman

De illustraties zijn al even divers als de papiersoorten en letterttypen. Op de meeste pagina's worden verschillende technieken toegepast.

  • Linoleumsneden (zoals het oranje vlak op het omslag),
  • Abstracte motieven opgebouwd uit los zetmateriaal, met de hand gestempeld (zoals op blad 2 en 3 en de naam van de maand ‘juli’ op blad 19),
  • Sjabloondrukken (zoals de kop op blad 3 en de figuur op het middenblad, 16-17),
  • Met de inktroller aangebracht kleurenbanen (zoals de groene kolommen op blad 14),
  • Afdrukken van een rubberen geldmat (op blad 19).

Niet alle exemplaren zijn hetzelfde. De naam ‘October’ (blad 24) is in sommige exemplaren (Stedelijk Museum, Amsterdam) links van de data geplaats, in andere exemplaren rechts ervan (zoals in het exemplaar van Museum Meermanno). De oplage was: 120 exemplaren (brief van Werkman aan Henkels, 5 december 1941).


Zeventiende-eeuwse proteststemmen

Bij de maanden is een bloemlezing van zeventiende-eeuwse gedichten afgedrukt: Vondel, Cats, Revius, Starter en Marnix van Sint Aldegonde. Ook zijn er liederen uit de Neder-landtsche gedenck-clanck van Adriaen Valerius en uit het Geuzenliedboek gekozen. Ze veroordelen de Spaanse inquisitie en prijzen het vrijheidsstreven van de geuzen. Als prozatekst is een lang citaat uit het Plakkaat van Verlatinghe (1581) opgenomen. Een indirecte protestuitgave kortom, die het verzet tegen de Spaanse overheersing van de Nederlanden in de zestiende eeuw inzet als metafoor voor het verzet tegen de Duitse overheersing.

Een fleurige oorlogsuitgave

Werkman schreef tijdens het werken dat het er ‘fleurig en frisch’ zal gaan uitzien: ‘het zal een goede indruk geven van onze opgewekte geestesgesteldheid. Het is verbazend met zooveel pleizier ik daaraan gewerkt heb, gezwoegd gewoonweg.’ Hij merkte tot zijn genoegen dat de kopers soms vooral in de teksten, maar vaak ook juist in de uitvoering waren geïnteresseerd. In maart 1942 was de Turkenkalender uitverkocht, al waren er enkele exemplaren achtergehouden, zodat Werkman bijvoorbeeld nog een jaar later een exemplaar kon sturen aan de Amsterdamse uitgever A.A. Balkema.

Proef van de Turkenkalender (exemplaar Museum Meermanno)

Een proef met handgeschreven correcties is bewaard in Museum Meermanno. De volgorde van de teksten stond toen nog niet helemaal vast (Cats en Revius zijn later verplaatst). Aan bijna alle opschriften, titels en gedichten zijn nog kleine en soms grote typografische veranderingen aangebracht. Deze proef bevat niet de twaalf kalenderbladen en de omvang is dan ook net 32, maar 20 bladen.

[Auteur van deze bijdrage: Paul van Capelleveen]

Beschrijving van BS8

Turkenkalender 1942. [Redactie: Adrie Buning, illustraties: H.N. Werkman].
32 bladen (inclusief omslag), 324x253 mm.
December 1941.
Letter: verschillende lettertypen, onder andere: Annonce, Nobel, Hollandsche Mediaeval (ook: verlengde Hollandse Mediaeval), Block, Vette Antieke cursief.
Oplage: 120.
Colofon: 'Colophon De eerste Turkenkalender is van Johannes Gutenberg, en werd gedrukt te Mainz in de maand December van het jaar 1454. Deze, de tweede van dien naam, werd in opdracht van De Blauwe Schuit gedrukt in het late najaar van 1941 door H.N. Werkman op zijn handpers, en verscheen tusschen Kerstmis en Nieuwjaar. Er werden 120 exemplaren gedrukt alleen voor de vrienden van De Blauwe Schuit.’

Literatuur

  • Diewertje Dekkers, Jikke van der Spek, Anneke de Vries, H.N. Werkman, Het complete oeuvre. Rotterdam, Groningen, 2008.
  • G.W. Ovink, 'Typographische Beschreibung des Türkenkalender von Werkman (Ex. Prentenkabinet Sted. Mus. Amsterdam, cat. nr A 6670)', in: Henk Prakke, Der Zweite Tükenkalender. 1942 Groningen: Hendrik Nicolaas Werkman. Mainz, Assen, 1967, p. 23-26.
  • Andreas Venzke, Johannes Gutenberg. Der Erfinder des Buchdrucks. Zurich 1993, pp. 242-249.
  • Hendrik Nicolaas Werkman, Brieven rond De Blauwe Schuit (1940-1945). Nijmegen, 2008