De Blauwe Schuit: Ballade voor Herbert

Enkele uitgaven van De Blauwe Schuit tijdens de oorlog hadden een intiem karakter.

De Ballade voor Herbert uit 1942 is er een van; het gedicht is gedrukt voor 'de tweede verjaardag van zijn kleine zoon Herbert'. Een familie-uitgaafje kortom.


Derde kind van August Henkels

Het derde kind van August en Julia Henkels werd geboren op 27 november 1940. Herbert Henkels zou na de oorlog kunstgeschiedenis gaan studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen waar hij onder andere college kreeg van Henk van Os. Tussen 1973 en 1994 werkte hij in het Gemeentemuseum Den Haag. Hij schreef over kunstenaars als Piet Mondriaan en Jacoba van Heemskerck. Op 7 oktober 2002 stierf hij in Doetinchem. Zijn kunsthistorisch archief wordt bewaard in het RKD, Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.

Bij zijn tweede verjaardag was vader August Henkels nog gevangen in Sint Michielsgestel waar hij een gedicht voor zijn zoon schreef. (Zie een korte biografie van de uitgevers van De Blauwe Schuit). Daarin noemt hij hem een 'deugniet, pretmaker, listige schavuit' en een 'oorlogskind onder zorgen grootgebracht'. Medegevangene Simon Vestdijk schreef ook een gedicht voor de jonge Herbert: 'De terugkomst'


Kind met harlekijn naar Rousseau le Doaunier

In 15 dagen kwam de uitgave tot stand. Op 11 november 1942 stuurde Henkels vanuit zijn gevangenis de ballade aan Werkman. Hij wist dat het kort dag was - Herbertje zou immers op 27 november jarig zijn - en vroeg of het dan mogelijk zou zijn tenminste één exemplaar op tijd aan Julia Henkels te sturen, voor wie de uitgave ook een verrassing zou zijn. Het lukte Werkman om alle exemplaren één dag vóór de verjaardag te versturen, maar, waarschuwde hij: 'Ik heb overal een papiertje tusschen gelegd; recht droog zijn ze ook nog niet.' Dat vloeipapier is later uit de meeste exemplaren weggehaald.

Henri Rousseau (le Douanier), Pour fêter bébé, ou l'Enfant au polichinelle (1903)

Voor het omslag suggereerde Henkels een schilderij van Henri Rousseau le Douanier(link is external) (1844-1910) als voorbeeld te nemen, namelijk 'Pour fêter bébé, ou l'Enfant au polichinelle' uit 1903. Hij wees Werkman op de reproductie in een boek van André Salmon over deze schilder (Henri Rousseau dit le Douanier, 1927), maar vertelde er niet bij hoe Werkman dat boekje van Julia Henkels kon krijgen, zonder haar achterdochtig te maken over dit geheime project. Misschien dat Werkman zelf elders een afbeelding vond.

Er zijn nogal wat verschillen tussen het schilderij en de prent die Werkman met de inktroller, sjablonen en stempels maakte. Ten eerste gaf hij het kind een Nederlandse vlag in de hand, de bomen en het park in de achtergrond verdwenen, de harlekijn is minder veelkleurig en verloor daardoor zijn identiteit als typische harlekijn. Niet duidelijk is of dit kind ook het rokje opgetrokken houdt om er geplukte bloemen (die er bij Werkman niet zijn) in te verzamelen.

In het gedicht schreef Henkels:

Vannacht heb ik aan dat portret gedacht
Van Henri Rousseau: Kind met Harlekijn,
En zag opeens jouw snuitje, teer en fijn,
Alsof jij met je pop mij voor wou preeken
Die dooptekst die ik sprak bij 't heilig teeken:
De rechtvaard'ge leeft uit geloof alleen!

Het Groninger Museum, Werkman Archief Werkman meldt over de illustratie op de voorzijde: 'Werkman verzachtte de starheid van zijn voorbeeld door het gezicht van het kind niet helemaal frontaal weer te geven.' Maar dat is niet in alle exemplaren het geval. De 25 exemplaren van de oplage tonen enkele verschillen. Het exemplaar in het Joods Historisch Museum bijvoorbeeld laat het kind wel strak naar voren kijken.

Werkman maakte het druksel op de voorzijde door met een inktroller en met stempelmateriaal. Er waren steeds aparte sjablonen nodig voor (1) de roze delen, (2) de gele jurk, (3) de groene ondergrond, (4) de pop, die eerst in rood en daarna in blauw werd gerold, (5 en 6) de vlag, eerste voor rood dan voor blauw gerold en (7) het haar. De ogen, neus en mond zijn met de hand gestempeld met zetmateriaal: teksthaken voor wenkbrauw en mond, een nul (‘0’), met een punt in het midden voor de ogen.


Vignetten in rood, blauw, geel en groen

Op de binnenpagina's werd het gedicht gedrukt en dat werd verlucht met enkele vignetten die Werkman ook met sjablonen en stempelingen maakte. Op de linkerpagina verscheen een liggende figuur waarvan de kleuren die van de pop weerspiegelde: het bovenlijf hier echter blauw en de broek rood, terwijl dat bij de harlekijn andersom was. Is het wel de pop? Of is het een verre voorvader die Luthers leer verdedigde? De illustratie staat onder de tweede strofe waarin Henkels een voorvader beschreef waarnaar Herbert was genoemd. In het Logboek van de Blauwe Schuit schreef Henkels later over zijn zoon:

Wij noemden hem Herbert. Naar een voorvader, wapensmid zooals de meesten destijds van dit geslacht en schepen der oude vaderstad Solingen, in 1626 uit zijn gevangenschap bevrijd door de Staatsche troepen, die in dat jaar de stad binnendrongen. Hij moet een stuursch en koppig man zijn geweest, die zijn huis had opengesteld voor de verkondiging der nieuwe leer aangaande het Evangelie, en die daarvan ook niet wilde aflaten om dreigementen uit het naburige vorstbisschoppelijke Keulen. Tenslotte was het misgegaan en was hij gevangen gezet.

Een en ander komt soms woordelijk aan de orde in het gedicht.

De vignetten onder het gedicht en boven het colofon zijn van een eend, een kat en een boom, elk met een eigen sjabloon gemaakt. Het eendenoog is gestempeld met zetmateriaal; de boom is in drie kleuren inkt uitgevoerd en de ondergrond in groen is gestempeld.

Zetfout en opdrachtexemplaar

Julia Henkels - die tijdens de gijzeling van August Henkels optrad als zaakwaarnemer - kon de proeven niet corrigeren want dan zou de verrassing er af zijn en er is in de tekst een woord weggevallen. In enkele exemplaren is dat met de hand in potlood verbeterd door August Henkels. De exemplaren in de KB en in de Leidse universiteitsbibliotheek hebben een keurige correctie voor regel 5 van de derde strofe, waar het woord 'van' is ingevoegd. Dit exemplaar is door August en Julia Henkels gestuurd aan de mede-uitgever van De Blauwe Schuit, Ate en Wiea Zuithoff. Henkels schreef er in potlood een opdracht aan hen in.

Dit soort intieme uitgaven van De Blauwe Schuit werd niet aan alle geïnteresseerden gestuurd - daarvoor was de oplage ook te klein. Dat viel niet goed bij sommige verzamelaars van het eerste uur, zoals de schilder Ekke Kleima, die ontstemd reageerde dat hij toch een der oude getrouwen van De Blauwe Schuit was en hij rekende zichzelf bovendien tot 'de kinderen die daardoor opgevroolijkt moeten worden' (brief van H.N. Werkman,15 januari 1943). Kleima zou later de grafsteen voor Werkman ontwerpen.

[Auteur van deze bijdrage: Paul van Capelleveen]

Copyright

© De tekst van F.R.A. Henkels wordt hier gereproduceerd met exclusieve toestemming van de Erven Henkels.

Beschrijving van BS18

F.R.A. Henkels, Ballade voor Herbert. [Druksels van H.N. Werkman].
4 pagina's, gevouwen, 289x225 mm
November 1942.
Oplage: 25.
Letter: Halfvette Hollandsche Mediaeval (titel: corps 28, gedicht en titel colofon: corps 16; colofon: corps 12).
Papier: ? (Groninger Museum, Werkman Archief: 'naturel karton met daartussen een beige vloeiblad').
Colofon: 'Colophon Deze ballade werd geschreven door F.R.A. Henkels in St. Michielsgestel voor de tweede verjaardag van zijn kleine zoon Herbert op 27 November 1942. Gedrukt en verlucht door H.N. werkman in een oplage van 25 exemplaren, waarvan enekle beschikbaar zijn voor vrienden van De Blauwe Schuit.'

Literatuur

  • Groninger Museum. Werkman Archief [Online]
  • Jan Henk Hamoen, Het schip der zotten. Vught, 2010.
  • F.R.A. Henkels, Logboek van de Blauwe Schuit. Groningen, 1982.
  • Hendrik Nicolaas Werkman, Brieven rond De Blauwe Schuit (1940-1945). Nijmegen, 2008.
  • Ate Zuithoff, Hendrik Werkman en De Blauwe Schuit: herinneringen van een schipper. Utrecht, 1995