De Blauwe Schuit: Ballade van de twee olmen

De eerste bijdrage van schrijver Simon Vestdijk aan De Blauwe Schuit was een vertaling uit het Frans naar een gedicht van Paul Verlaine.

Hoewel Simon Vestdijk vooral bekend werd als romanschrijver en als essayist, gaf De Blauwe Schuit alleen gedichten van hem uit: vier oorspronkelijke gedichten en één vertaling.


Oorlog, poëzie en De Blauwe Schuit

De gedichten van Vestdijk die De Blauwe Schuit publiceerde tijdens de Tweede Wereldoorlog sloegen allemaal op de gevangenschap van de auteur en zijn collega's in Sint-Michielsgestel. De vertaling naar Verlaine schijnbaar niet, maar in wezen wel en zo werd de tekst zeker door de kring rond de uitgeverij geïnterpreteerd. In de eerste plaats al door mede-gevangene en uitgever van de Blauwe Schuit, August Henkels (zie biografieën). Hij stuurde de tekst op 19 augustus 1942 naar de drukker, H.N. Werkman (zie een korte biografie).

Henkels schreef in zijn brief: 'Het schijnt heel ver af te staan van de dingen waar we ons in bevinden, maar bij nadere overweging zul je zeker begrijpen hoe er een discreet, zij het verborgen verband voor mij is tusschen dit eenvoudige lied en de onheilen die rondom ons zijn.'

Waarschijnlijk doelde hij vooral op de derde strofe:

Helaas, nu ik er niet meer woon,
Heb ik geen vergoeding gekregen:
Boomgaard, moestuin, appel en boon,
Men vindt ze wel aan alle wegen [...] Maar mijn olmen spanden de kroon.

Paul Verlaine, 'Ballade' (1888)


Gedicht van Paul Verlaine

Paul Verlaine (1844-1896) leidde een leven waar biografen van dromen, vol dronkenschap, pornografische poëzie, geweldplegingen, gevangenschap en scandaleuze verhoudingen.

Intussen schreef hij muzikale en suggestieve poëzie waarvan de ritmes vernieuwend waren. Zijn werk oefende een grote invloed uit op de dichters na hem, ook in Nederland.

Het gedicht van Verlaine heette 'Ballade à propos de deux ormeaux qu'il avait' en werd voor het eerst gepubliceerd in La Petite Revue de Littérature et d'Art in januari 1888. Het was door de auteur opgedragen aan zijn uitgever Léon Vanier.

Vestdijk vertaalde het gedicht als 'Ballade van de twee olmen' en die vertaling verscheen aanvankelijk in het tijdschrift Groot Nederland van 1941.

Daarin was de opdracht aan Vanier verdwenen. Toen Vestdijk en Henkels elkaar in het gijzelaarskamp troffen en bevriend raakten stond Vestdijk het gedicht af voor een uitgave van De Blauwe Schuit. Deze vertaling werd opgedragen aan de vrouw van Henkels, Julia, als dank voor de voedselpakketten die zij naar het kamp stuurde. Vestdijk profiteerde daarvan mee. De uitgave was een persoonlijke, zoals Henkels er meer zou laten maken en de oplage was dan ook gering: twintig exemplaren.


'Nu zou ik er een mooie druk van willen hebben'

Henkels omschreef exact hoe hij de uitgave uitgevoerd wilde hebben. Nader overleg was (vanwege de gevangenschap) moeilijk te realiseren en in de eerstvolgende brief die deze uitgave besprak gaf Werkman aan dat hij de twintig exemplaren had voltooid (dat was op 28 augustus 1942). Hij hield zich voor de indeling aan het drukplan van Henkels, hoewel de druksels naar eigen inzicht zijn ontstaan.

Het druksel om pagina 1 moest bevatten: '2 prachtige olmen, de kostelijke wijn, een glimp v. een wit huisje enz., kortom, het kleine geluk dat nu voorbij is. Veel kleuren s.v.p.' De wijn is niet afgebeeld, het huisje ook niet. Werkman heeft ervoor gekozen om in plaats van een uitzicht op het huisje, het uitzicht vanuit een huisje weer te geven. Vandaar het witte hekje onderaan de prent. Daaroverheen kijken we naar een veld met twee olmen.

De twee olmen - bruine stam, groen bladerdek en daarover een rood bladerdek (links) en rode stam, blauw bladerdek met daarover een paars bladerdek (rechts) zijn gedrukt met sjablonen, net als de paarse en groene ronde vlakken daarachter in de lucht en het witte hekje op de voorgrond. Daarnaast zijn de kruinen opgebouwd met verschillende kleinere sjablonen die deels over elkaar heen zijn afgedrukt en is er gestempeld met driehoekige vormen.

Ook de graspollen en bloemen zijn echter met de hand gestempeld en per exemplaar verschillen de grasveldjes enorm.

Omslagtitel

De vier pagina's werden beschermd door een groen vel papier waarop in wit de titel is gedrukt.

Het grote druksel op de eerste pagina meet 372 bij 252 mm. Om dit te beschermen is er een omslag om het tekstkatern gevouwen. Dat is een vel groen vetdicht pakpapier waarop Werkman in wit de titel drukte met een niet thuisgebracht lettertype. De titel is waarschijnlijk gedrukt op de handpers, regel voor regel. De afstand tussen de regel varieert per exemplaar. Deze titel neemt op het Meermanno-exemplaar ruim 7 cm in beslag, terwijl dat in het KB-exemplaar nog een centimeter méér is.

Werkman waarschuwde na afloop dat dit soort grote formaten moeilijker en moeilijker werd door papierschaarste: 'er is geen aankomen meer aan, buiten de bonafide grossiers koop ik niet. De maten moeten kleiner genomen worden' (brief van 14 september 1942).


Twee kleine druksels met iris-effect

De tekst is gezet uit de Halfvette Hollandsche Mediaeval. Eén enkel woord - het opschrift 'Envoi' boven de laatste strofe - is gezet zijn uit de cursieve Hollandsche Mediaeval. Werkman gebruikte bijna nooit cursief in de uitgaven van De Blauwe Schuit. Om de tekstpagina's op te vullen maakte Werkman, op verzoek van Henkels, twee kleine druksels.

Op de linkerpagina kwam een illustratie van een grasveld met een blauwwitte lucht (irisdruk) en witte wolken daarachter. Het is met sjablonen gedrukt. De wolken zijn met los zetmateriaal gestempeld. Door de irisdruk , met verlopende kleuren inkt, en de handmatige stempeling is elk exemplaar uniek geworden.

Op de rechterpagina zijn drie boompjes met één sjabloon (waarin ze zijn uitgespaard) in irisdruk aangebracht. Daarover is een rood vlak met een sjabloon gedrukt.

In september verkocht Werkman een exemplaar van deze uitgave aan Willem Sandberg die voor de bekendheid van zijn kunst in kunstenaarskringen rond Amsterdam van groot belang was. De prijs was twee gulden.

Reactie van Julia Henkels en Simon Vestdijk

Julia Henkels was zeer verrast door de uitgave en schreef: 'Ik kan je niet zeggen, hoe mooi ik het vind.' (31 augustus 1942). Ook aan Vestdijk schreef ze een bedankje: 'Nu ligt daar dat prachtige gedicht van Verlaine voor me. Ik ben bijzonder vereerd met Uw opdrachten dat U daarvoor juist dit gedicht hebt genomen stemt me tot groote dankbaarheid. Wat is die laatste regel ook prachtig, telkens weer dat: "maar mijn Olmen spanden de kroon." Prachtig!'

Ook Vestdijk was onder de indruk, schreef Henkels: 'De olmen brachten hem [...] in vervoering' en in de discussie over het kunstenaarschap van Werkman - stond zijn werk onder invloed van Matisse of Picasso? - was Vestdijk nu duidelijk: 'dit is volkomen zelfstandig werk!'

Het eigen exemplaar van Vestdijk bevindt zich nu in de collectie van de Koninklijke Bibliotheek.

[Auteur van deze bijdrage: Paul van Capelleveen]

Copyright

© De vertaling door S. Vestdijk wordt hier gereproduceerd met exclusieve toestemming van de Erven Vestdijk.

Beschrijving van BS13

Paul Verlaine, Ballade van de twee olmen. [Vertaling: S. Vestdijk. Druksels: H.N. Werkman.]
4 pagina's, gelijmd in omslag, 372x252 mm.
Augustus 1942.
Letter: Halfvette Hollandsche Mediaeval (titel boven gedicht: corps 28; tekst: corps 20; colofon: corps 12), Hollandsche Mediaeval Cursief (opschrift laatste strofe: corps 12); onbekende letter (titel).
Oplage: 20.
Papier: Groen vetdicht pakpapier (omslag); grijsgroen karton., tweezijdig gakalanderd karton met een perswatermerk met een naam (fa????) (binnenwerk).
Colofon: '"Ballade des deux ormes qu'il avait" van Paul Verlaine werd in het nederlandsch overgebracht door S. Vestdijk en opgedragen aan Julia Henkels-Klooster. Gedrukt en verlucht in een oplage van 20 ex. door H.N. Werkman in Augustus 1942, waarvan enkele ex. beschikbaar zijn voor vrienden van De Blauwe Schuit.'

Literatuur

  • Diewertje Dekkers, Jikke van der Spek, Anneke de Vries, H.N. Werkman, Het complete oeuvre. Rotterdam, Groningen, 2008
  • F.R.A. Henkels, Logboek van De Blauwe Schuit. Amsterdam, 1982
  • Groninger Museum Werkman Archief [online].
  • Schepelingen van De Blauwe Schuit: brieven van Bertus Aafjes, K. Heeroma, M. Nijhoff, S. Vestdijk en Hendrik de Vries aan F.R.A. Henkels, 1940-1946. Den Haag, 2003
  • Hendrik Nicolaas Werkman, Brieven rond De Blauwe Schuit (1940-1945). Nijmegen, 2008
  • Ate Zuithoff, Hendrik Werkman en De Blauwe Schuit. Herinneringen van een schipper. Utrecht, 1995