Indië, geïllustreerd weekblad voor Nederland en koloniën
Het tijdschrift beperkt zich echter niet tot het verspreiden van kennis, het tracht ook actief Nederlanders te werven voor een toekomst in Indië: 'Nederlandsch-Indië is reeds lang niet meer het land van avonturiers en verloren zoontjes, waar een groot deel van het Nederlandsche volk het nog voor houdt, maar vordert voor zijne ontwikkeling de besten onder de besten van het opkomend geslacht.' Het weekblad ruimt dan ook in elk nummer een bladzijde in voor de wervingsacties van het Ministerie van Koloniën. Vooral onderwijzers en artsen blijken veel gevraagd te worden: 'De uit te zenden leeraren worden vóór hun vertrek onderworpen aan een geneeskundig onderzoek...'.
Vragen en antwoorden
Ook biedt het weekblad elke week een vraag- en antwoordrubriek voor diegenen die een carrière in Indië overwegen: Vraag 243 luidt: 'Ik zou zeer gaarne in Oost-Indië werkzaam willen zijn in de groote cultures (koffie, suiker, rubber, enz.) op de Plantentuin te Buitenzorg of op dergelijke ondernemingen. Ik ben 18 jaar oud en in het bezit van een diploma eener Rijkstuinbouwwinterschool'. Antwoord 243 geeft uitsluitsel: 'U zoudt met Uwe landbouwkundige opleiding, hoewel nog wat jong - de beste tijd om uit te komen is van 20-25 jaar - kunnen solliciteren bij Directies van verschillende cultuurondernemingen...'
Uit rubrieken als deze rijst een beeld op van een kolonialisme waarbij de Nederlandse heerschappij op geen enkele wijze in twijfel wordt getrokken. Dat beeld treft ook bij het in memoriam van generaal J.B. van Heutsz in 1924, waarin niet de geringste kanttekening wordt geplaatst bij zijn bloedige onderwerping van Atjeh: 'Johannes Benedictus van Heutsz zal door den tijd niet geoordeeld worden, want Orde en Gezag zijn de eerste voorwaarden voor de welvaart van een volk in alle tijden.'
Veranderende tijden
Toch blijkt ook uit de kolommen van Indië dat de tijden veranderden. Zo zijn er bijdragen van Javanen zelf die meer autonomie bepleiten. Ook zijn er onder de medewerkers zendelingen en andere ethisch-georiënteerden die wèl vraagtekens durven te zetten bij de Nederlandse oppermacht. In meerdere bijdragen sijpelt het besef door dat 'onze kolonie' wel eens een eindig begrip zou kunnen zijn. In 1924 wordt in een reportage over een bijeenkomst van de P.K.I., de communistische partij in Indië, over het gesprokene opgemerkt: 'Woorden die, men geloove het, niet vriendelijk zijn voor ons gezag. Men luistert... en men hoort veel dingen, waar men nog niet aan had gedacht.'
De redactie van Indië blijft in de tien jaar van zijn bestaan vrij stabiel. De kern wordt gevormd door de historicus Anton Willem Nieuwenhuis en (vermoedelijk) zijn broer Gerrit Jacob Nieuwenhuis, pedagoog, die de redactie in Indië vertegenwoordigde en in die functie later werd opgevolgd door mevrouw M.E. Reitsma-Brutel-de la Rivière.
Het weekblad Indië ging in 1927 failliet. De veranderende tijden waarover het rapporteerde, stonden op den duur waarschijnlijk haaks op de missie van het blad: het werven van jonge krachten voor het bestuur en de ontginning van Indië. De mogelijkheden voor lange Indische loopbanen zouden weldra tot het verleden behoren.
Indië in de KB
Het tijdschrift Indië is in de KB compleet aanwezig: van volume 1, aflevering 1 (11 apr 1917) t/m volume 11, aflevering 17 (23 nov 1927). Je kunt de nummers ter inzage aanvragen via de KB-catalogus onder aanvraagnummer 3041 C 23 [-33]. Het tijdschrift is ook volledig gedigitaliseerd en beschikbaar op Delpher.
Links
- In tijdschrift Neerlandia (jrg. 21 1917) verscheen een bericht over het eerste nummer van Indië
- Indische Literaire Wandelingen beschrijft de inhoud van de nummers van tijdschrift Indië
- Journalistiek in de tropen (gearchiveerde website)