Grasduinen

Het eerste nummer van Grasduinen, september 1979

In september 1979 verscheen het eerste nummer van Grasduinen, met als ondertitel 'Maandblad met hart voor de natuur'. De redactie schreef in een voorwoord: 'Misschien wel het natuurtijdschrift waar u al jaren naar uitkijkt, omdat u zelf een grasduiner bent. (...) U kijkt graag uit naar een pimpelmees of een mooie ridderzwam. Grasduinen wil dit moois elke maand gaan vastleggen'. In het eerste nummer werd de formule van het blad al redelijk stevig gepresenteerd, met artikelen over vogels, herten en wild fruit, maar ook een profiel van Jac. P. Thijsse: 'een echte grasduiner'.

Na grondig marktonderzoek bracht uitgever VNU het tijdschrift in een oplage van 70.000 exemplaren op de markt. Een recensie in het Algemeen Dagblad was niet meteen wildenthousiast: 

Als je dan een taak wilt hebben als natuurtijdschrift is dat, meen ik, je publiek de deur uitjagen om zelf te gaan kijken. Maar Grasduinen bekijkt de natuur over het algemeen door een schoongepoetste ruit.

Toch wist het tijdschrift een breed publiek aan te spreken: kort na de lancering steeg de oplage naar 80.000 exemplaren per nummer.

Vaste medewerkers

Grasduinen bevatte in ieder nummer veel foto's die internationaal werden aangekocht. Maar ook Nederlandse fotografen droegen hun steentje bij. Ze kwamen zelfs met enige regelmaat aan het woord in het blad. Fotograaf Martin Kers schreef lange tijd een eigen rubriek waarin hij een natuurgebied beschreef, geïllustreerd met zijn eigen foto's. De invloedrijke natuurfotografen Fred Hazelhoff en Flip de Nooyer leverden reportages voor het blad. De illustrator Marjolein Bastin, die sinds 1974 al in Libelle een eigen natuurpagina had, werkte ook jarenlang voor Grasduinen. Haar werk werd gebundeld in het boek Een jaartje natuur.

Lezerspost

Een vaste waarde in het tijdschrift was de rubriek met lezerspost. In deze rubriek uitten lezers hun zorgen over het oprukkende toerisme ("Elk jaar werd [Schouwen-Duiveland] drukker, want het was ideaal om daar de grote vakantie door te brengen met kleine kinderen. [...] Als ik de toeristenindustrie daar nu aanschouw, gaat mijn hart bloeden") en deelden ze anekdotes. Niet zelden stuurden ze ook zelf foto's in, die tijdens wandelingen in binnen- en buitenland werden gemaakt.

Vernieuwing

In de jaren tachtig en negentig daalde de oplage van Grasduinen. In een interview legde hoofdredacteur Anne-Marie Tassier uit dat een zekere mate van herhaling in de artikelen was geslopen: 'Een leeuw is een leeuw, hoe je het beest ook fotografeert'. Ze besloot om de natuur wat dichter bij de Nederlandse werkelijkheid te brengen: 'Vroeger was ieder spoortje menselijke inbreng uit den boze, maar een foto zonder boerenhek of kerktoren is niet erg realistisch in Nederland.' Volgens haar zijn de lezers aan het eind van de eeuw 'mensen van boven de 40 die wat meer tijd hebben om van de natuur te genieten en er op uit te trekken.'

Roots

In 2011 kwam er na 32 jaar een eind aan het tijdschrift Grasduinen. Onder de nieuwe naam Roots werd het blad vanaf september van dat jaar voortgezet, met meer pagina's en een iets bredere insteek. Had Grasduinen een plaats veroverd onder 45-plussers, het nieuwe tijdschrift probeerde juist weer jongere mensen te bereiken. De hoofdredacteur van Roots Fanny Glazenburg lichtte toe: 'Roots speelt in op de behoefte van een grote groep – vooral jongere – mensen. De behoefte aan een rustpunt in de hectiek van alledag. En waar vind je dat beter dan in de natuur?'

Grasduinen in de KB

De KB bezit alle nummers van Grasduinen. Ze zijn aan te vragen onder aanvraagnummer TE 2518. Via de KB-catalogus kun je ze aanvragen om te bekijken in de leeszaal van de KB.

Literatuur