De Wolkenkrabber
Roddelrubriek
De Wolkenkrabber nummer 4 bood een roddelrubriek over het Amsterdamse Neerlandistieke leventje door Marian Melkert: ‘De Koffiekamer: een blik in de beerput’. In die rubriek werden belangwekkende mededelingen gedaan: ‘Piet Grijs gebruikt suiker in zijn koffie’, 'In de koffiekamer fluistert men, dat de heer Klooster hoogleraar taalkunde wordt. Dat de heer Lenstra prof. Stuiveling gaat opvolgen is nog niet zeker', ‘Nico Royers heeft mij tijdens het college Latijn ingefluisterd, dat hij zijn baard weer zal laten staan. Ik ben benieuwd naar de kleur deze keer’. Enzovoorts.
Tijdschrift alleen voor medewerkers
Veel abonnees heeft De Wolkenkrabber nooit gehad. Vermoedelijk is het zelfs één van de weinige tijdschriften dat zelf zijn abonnees uitzocht. In het ‘Ten geleide’ van nummer 5 van 1 december 1971 wordt gemeld: ‘Er wordt door de abonnementen-administratie van De Wolkenkrabber naar gestreefd om in het vervolg De Wolkenkrabber alleen aan medewerkers toe te sturen. Wanneer men geen bijdrage levert, valt men dus – na een marge van ± een maand automatisch buiten het abonneebestand.’ Het zelfde nummer 5 van De Wolkenkrabber (ondertitel in die maand: ‘tijdschrift voor electronica, praktische logisch-positivistische wijsbegeerte, schakelalgebra en tricesimoprimaire muziek’) gaat er dan ook toe over om een lijst van geroyeerde abonnees op te sommen. Daarop prijken bijvoorbeeld: R. Zwijsen, Dordrecht (‘beledigende taal’), R. Rubinstein, Amsterdam (‘laat niets horen’) en J. Roekensch, Uitgeest (‘dominee’).