De Wolkenkrabber

Voorpagina van De Wolkenkrabber, nr. 1

Eén van de opmerkelijkste literaire tijdschriften in de KB-collectie is De Wolkenkrabber, dat 1971 en 1972 verscheen in slechts acht opeenvolgende nummers. Het was vernoemd naar een beroemd flatgebouw in Amsterdam. Het tijdschrift werd gemaakt op destijds nieuwe Ranx-Xerox-kopieermachines. De auteurs en redactieleden van dit tijdschrift waren veelal studenten Nederlands van de UvA. Hoofdredacteur Piet Schreuders studeerde ook Nederlands, maar zou later vooral bekend worden als grafisch ontwerper. Het blad werd niet in de laatste plaats gekenmerkt door een fascinatie voor de schrijver Willem Frederik Hermans.

De Amsterdamse wolkenkrabber

‘Aan het einde van de laan stond de wolkenkrabber. De huizenrijen van de laan waren er als in een lus omheen gelegd. Geen enkel van zijn vensters blonk; ook niet zijn ruggestreng: het uitpuilende glazen trappenhuis.’

Hier beschrijft Willem Frederik Hermans in zijn ophefveroorzakende roman De tranen der acacia’s uit 1949 het befaamde gebouw ‘De wolkenkrabber’ aan het Victorieplein in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Deze wolkenkrabber was geen echte wolkenkrabber, maar het in 1932 gebouwde flatgebouw van twaalf verdiepingen van architect J.F. Staal. In die tijd was er nog niet veel hoogbouw, waardoor het gebouw al snel de bijnaam de ‘Wolkenkrabber’ kreeg. In De tranen der acacia’s speelt het gebouw een belangrijke rol.

Piet Schreuders

Niet alleen Willem Frederik Hermans was geïntrigeerd door het gebouw van architect Staal. Eind jaren zestig woonde de jonge student Neerlandistiek Piet Schreuders (1951) op een zolderkamer in de Rivierenbuurt, schuin tegenover de Wolkenkrabber. Zijn fascinatie voor de Wolkenkrabber én voor Willem Frederik Hermans brachten hem op het idee met een studiegenoten een literair tijdschrift op te richten met als titel [De] Wolkenkrabber. Het werd één van de merkwaardigste periodieken uit de naoorlogse periode. Het eerste nummer verscheen op 1 augustus 1971 in een oplage van zeventien exemplaren. Het bevatte een nuttig ‘Ten geleide’: ‘U leest woord voor woord, daarbij lettend op de interpunctie (die staat er niet voor niets!) (Wij zitten hier niet voor Frits Strik!), en van links naar rechts. Onder aan een bladzijde gekomen, slaat u die om, en begint bovenaan de volgende.’

Observaties

Dit eerste nummer bood meteen ruime aandacht aan Willem Frederik Hermans, onder andere door het gedicht ‘De Wolkenkrabber’ op te nemen, uit Hermans’ bundel Horror coeli uit 1946. Verder gaf het eerste nummer uitvoerige ‘Observaties’ over het gebouw zelf. Zo is te lezen dat de geluidsinstallatie bij de bellen van de firma Ericsson is en de lift van ‘Stah-Lift’. De lift zelf werd ook getest: ‘Het duurt 50 seconden om met de lift van “Parterre” naar “11” (de bovenste verdieping) te komen.’

Het tijdschrift De Wolkenkrabber zou acht nummers volmaken en verschijnen tot en met maart 1972. De bijdragende scribenten waren vooral studenten van de Amsterdamse vakgroep Nederlands. Naast Piet Schreuders waren dat onder anderen Nico Royers, Rudie Kagie, Marian Melkert en Marijn Polak-van Lelyveld. Uit de bijdragen blijkt vooral de onbedaarlijke lol die de redactie had bij het samenstellen van het tijdschrift. Het blad bracht vele artikelen over de wolkenkrabber, prozafeuilletons, gedichten, (pseudo-) interviews, al dan niet gefingeerde ingezonden brieven van prominenten en zelfs een schaakrubriek (‘U wilt een spelletje schaak spelen, maar het schaakbord is zoek. Geen nood: er staat nog een dambord.’)

Roddelrubriek

De Wolkenkrabber nummer 4 bood een roddelrubriek over het Amsterdamse Neerlandistieke leventje door Marian Melkert: ‘De Koffiekamer: een blik in de beerput’. In die rubriek werden belangwekkende mededelingen gedaan: ‘Piet Grijs gebruikt suiker in zijn koffie’, 'In de koffiekamer fluistert men, dat de heer Klooster hoogleraar taalkunde wordt. Dat de heer Lenstra prof. Stuiveling gaat opvolgen is nog niet zeker', ‘Nico Royers heeft mij tijdens het college Latijn ingefluisterd, dat hij zijn baard weer zal laten staan. Ik ben benieuwd naar de kleur deze keer’. Enzovoorts.

Tijdschrift alleen voor medewerkers

Veel abonnees heeft De Wolkenkrabber nooit gehad. Vermoedelijk is het zelfs één van de weinige tijdschriften dat zelf zijn abonnees uitzocht. In het ‘Ten geleide’ van nummer 5 van 1 december 1971 wordt gemeld: ‘Er wordt door de abonnementen-administratie van De Wolkenkrabber naar gestreefd om in het vervolg De Wolkenkrabber alleen aan medewerkers toe te sturen. Wanneer men geen bijdrage levert, valt men dus – na een marge van ± een maand automatisch buiten het abonneebestand.’ Het zelfde nummer 5 van De Wolkenkrabber (ondertitel in die maand: ‘tijdschrift voor electronica, praktische logisch-positivistische wijsbegeerte, schakelalgebra en tricesimoprimaire muziek’) gaat er dan ook toe over om een lijst van geroyeerde abonnees op te sommen. Daarop prijken bijvoorbeeld: R. Zwijsen, Dordrecht (‘beledigende taal’), R. Rubinstein, Amsterdam (‘laat niets horen’) en J. Roekensch, Uitgeest (‘dominee’).

Speciaal nummer van De Wolkenkrabber, gewijd aan Willem Frederik Hermans

Special issues

Eén abonnee werd wel hartelijk verwelkomd in het zevende nummer: Willem Frederik Hermans. Deze ‘tweeëntwintigste abonnee’ liet zich blijkens de opgenomen correspondentie graag noteren als lid. In het laatste nummer werd Hermans zelfs gepromoveerd tot erelid. Het zevende nummer was een special issue, helemaal gewijd aan Willem Frederik Hermans. Daarvoor had Wolkenkrabber met nummer zes al een speciaalnummer gewijd aan de architectuur. ‘Ir. R. van Retouw O.F.M.’ suggereerde in zijn beeldbijdrage ‘Transformaties’ in dat nummer bijvoorbeeld mogelijke moderne aanpassingen van de Wolkenkrabber.

Het achtste en laatste nummer was een ‘Annotated Skyscraper’, daarin wordt een complete medewerkerslijst gegeven en worden diverse pseudoniemen onthuld. Zo blijken ‘Oom Donald’ (van de brievenrubriek), ‘Renate Rubinstein’ en ‘De directrice’ pseudoniemen van veelschrijver Piet Schreuders. Achter ‘Enno Endt’ stak zeker niet de bekende neerlandicus maar ook niet Piet Schreuders, want dit blijkt een pseudoniem te zijn van Marijn Polak. ‘Pater Frater B.I.M. Boefjes’ is dan weer niemand minder dan Willem Frederik Hermans. De Wolkenkrabber werd in het voorjaar van 1972 uitgeleid met een heuse vierdelige radiodocumentaire van de VPRO.

De Wolkenkrabber in de KB

In 2013 schonk voormalig hoofdredacteur Piet Schreuders een set van de acht nummers van De Wolkenkrabber aan de KB. Maar helaas was die set nog niet geheel origineel: enkele nummers bestonden alleen in kopie. Niet dat het verschil tussen origineel en kopie direct sterk in het oog springt, want de gehele oplage van De Wolkenkrabber werd vervaardigd op Ranx-xerox-apparaten, die rond 1970 hun intrede deden in Nederland. In een terugblik op het ontstaan van De Wolkenkrabber schreef Piet Schreuders in het tijdschrift De God van Nederland (jrg 2, nummer 6, ook aanwezig in de KB): ‘Het blad werd afgewerkt met een strook half doorschijnend plakband over nietjes en rug. Dat plakband kon je toen kopen bij kantoorvakboekhandel Van der Heijde (sinds 1893)’. De recentere kopieën bleken wel duidelijk een tikje te wit. In 2014 wist Piet Schreuders ook de ontbrekende originelen te bemachtigen en schonk die ook aan de KB. Hij had ze verkregen van één van de andere oud-redacteuren. Met dank aan de oud-redacteuren van De Wolkenkrabber zijn dus alle nummers van het ‘Maandschrift voor medewerkers’, dan wel ‘Maandschrift voor metafysica’ of ‘de vicieuze kettingbrief voor de xeroxgeneratie’ integraal te bestuderen in de KB.
Ze zijn aan te vragen in de KB-catalogus onder aanvraagnummer KW GW P100436.