Chrysallis

Chrysallis, nummer 1, 1978

Het literaire tijdschrift Chrysallis werd in 1978 opgericht door Hannemieke Stamperius (1943-2022, vooral bekend onder haar schrijverspseudoniem Hannes Meinkema en ook schrijvende onder haar huwelijksnaam Hannemieke Postma), Hanneke van Buuren (1938-2015) en Ethel Portnoy (1927-2004). Belangrijke medewerkers waren later ook Angenies Brandenburg, Liesbeth Brandt Corstius en Esselien ’t Hart.

Vrouwen

Te midden van de al bestaande Nederlandse en Vlaamse literaire tijdschriften, zoals Tirade, De Revisor en Maatstaf, was Chrysallis in de jaren zeventig het eerste blad dat zich in het spoor van de Tweede feministische golf specifiek richtte op literatuur van en over vrouwen. In het ‘Ter introductie’ in eerste nummer verklaart Hannemieke Stamperius namens de redactie:

We willen onze bladzijden nadrukkelijk openstellen voor vrouwen uit al die landen waar Nederlands wordt gesproken: noordnederlandse, vlaamse en Surinaamse vrouwen, antilliaanse en zuidafrikaanse. En vrouwen uit alle overige delen van de wereld waar vrouwen literatuur en kunst maken, en vrouwen die denken over boeken en beelden en daarover schrijven.

Feministisch

De redactie stelt zich hierbij expliciet feministisch op en verklaart te willen onderzoeken welke barrières vrouwen ondervinden waardoor ze minder ruim deelnemen aan het literaire leven: ‘Wie van een willekeurig literair tijdschrift een jaargang doorwerkt vindt daar minder namen in van vrouwen dan van mannen, terwijl toch niemand denken zal dat vrouwen minder goed kúnnen schrijven en er evenmin gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat minder vrouwen willen schrijven.’

De redactie keert ook de clichématige reactie om die vrouwen vaak te horen krijgen als ze aan een door mannen gedomineerd platform willen deelnemen: ‘natuurlijk mogen vrouwen meedoen, maar ze moeten wel aan de kwaliteitsnormen voldoen’. Chrysallis nodigde op haar beurt mannen van harte uit: ‘Maar als een man een contributie inzendt naar Chrysallis? Natuurlijk, we nemen op wat we goed vinden en mooi, en het hoeft heus niet Beter te zijn of zelfs niet bewijsbaar even goed als wat vrouwen maken.’

In de inleiding geeft de redactie ook aan waar Chrysallis haar kolommen voor open zou stellen:

  • herpublicaties van werk dat ten onrechte vergeten werd;
  • interviews met vrouwen in literatuur en kunst;
  • artikelen over boeken van binnen- en buitenlandse vrouwen die elders weinig aandacht krijgen;
  • onderzoek naar leeservaringen van vrouwen en naar het beeld van de vrouw in de literatuur;
  • historische documenten van literair belang die door vrouwen zijn geschreven.

Internationaal perspectief

Stamperius beroept zich bij deze aanpak op een uitspraak van Eilaine Showalter: ‘de lengte en de breedte van de ervaringen van vrouwen zijn bij lange na nog niet in kaart gebracht.’ Feministe en Literatuurwetenschapper Eilane Showalter (*1941) was een belangrijk Amerikaans voorbeeld voor de redactie van Chrysallis. Zij publiceerde in 1979 het invloedrijke boek Towards a Feminist Poetics. Judith Smets leverde voor het eerste nummer een vertaling van Showalters beschouwing ‘Schrijfsters en de ervaringswereld van vrouwen’. En behalve op Showalter beriep de redactie van Chrysallis zich op meer internationale voorbeelden. Omdat Chrysallis zich expliciet op de vrouwelijke stem richtte en ‘experimentele’ methoden om deze beter hoorbaar te maken niet schuwde, zocht de redactie ook bewust voorbeelden in de internationale literaire wereld. In de inleiding stelt de redactie: ‘Chrysallis staat in Nederland alleen, maar vele buitenlanden zijn ons inspirerend voorgegaan - met tijdschriften als The Feminist Art Journal, Women and Literature, Mamas Pfirsiche en talloze andere.’ Die bredere, internationale blik kenmerkt ook de bijdragen aan Chrysallis. Behalve van Nederlandse en Vlaamse auteurs als Lidy van Marissing, Lucienne Stassaert, Monica van Paemel, Margaretha Ferguson, Sonja Prins en vele anderen, werd er ook proza en poëzie in vertaling gepresenteerd van o.a. Audre Lorde, Anne Sexton, Rite Mae Brown en Fay Weldon.

Chrysallis probeerde het debat in Nederland zelf ook aan te jagen. De redactie had bijvoorbeeld aandacht voor het literatuuronderwijs op middelbare scholen, waarbij vrouwelijke auteurs er maar bekaaid vanaf kwamen, wat ook allerlei gevolgen heeft voor lezende meisjes. Vrouwen leren te lezen over de levens van mannen, maar omgekeerd gebeurt dat weinig:

Maar meisjes die beginnen te lezen moeten zich met jongenshelden identificeren als ze tenminste spannende dingen willen meemaken, en voor volwassen vrouwen is het al niet veel beter: we lezen altijd over mannen en in mannenlevens spelen vrouwen meestal een ondergeschikte en vaak een stereotiepe rol. Het beeld dat van vrouwen in de literatuur gepresenteerd wordt is belabberd.

Kritiek

De kritiek liet niet lang op zich wachten. Chrysallis kreeg al gauw de wind van voren van allerlei kanten die vonden dat het blad zwakke kwaliteitscriteria hanteerde en vrouwen alleen naar voren schoof omdat ze vrouw waren. Onder de criticasters bevonden zich bijvoorbeeld Maarten ’t Hart en Renate Rubinstein. Die laatste schreef in Hedendaags feminisme uit 1978 over Chrysallis

Literatuur wordt op de markt gebracht om geen andere reden dan dat een vrouw er verantwoordelijk voor is, andere vrouwen staan massaal op om in hun handen te klappen: bravo – een boek, het vrouwtje kan al lettertjes schrijven, het vrouwtje heeft een eigen boekje gemaakt!

Op de felle kritiek op Chrysallis reageerde Stamperius in het tweede nummer van 1978 met het artikel ‘Over seksistische “literatuurkritiek”’, in de rubriek ‘Vuilnisbak’. Daarin gaat zij onder andere in tegen het argument van de tegenstanders van Chrysallis dat vrouwen helemaal niet anders worden behandeld in de literaire kritiek, ‘als ze maar even goed zijn’ als mannen. Stamperius zegt daarover: 

Maar wie bepaalt dat? De formulering alleen al is tamelijk paternalistisch, en impliceert dat een groep kwaliteitskenners bereid is iemand serieus te nemen en tot die groep toe te laten - op hùn voorwaarden. Zodra er echter voorwaarden worden gesteld hebben we te maken met toestemming, en wie kan toestemmen kan ook weigeren - er is dus in het even-goed-argument macht in het spel. En dan, waarom spreekt dat eigenlijk niet vanzelf, dat vrouwen even goed zijn: wat is dat eigenlijk voor een idiote vooronderstelling dat vrouwen nog steeds niet “even goed” zouden zijn!

Ook wordt Andreas Burnier aangehaald. Die stelde dat het wel heel raar is dat zeer verschillend schrijvende vrouwen op één hoop worden gegooid, terwijl dat bij mannen niet gebeurt. Burniers werk werd in een blad met werk van vier andere vrouwen behandeld onder de titel ‘Vijf Schrijfsters’. ‘En dat zonder dat er van enige litteraire of zelfs maar psychologische verwantschap sprake was. Wij werden en bloc litterair gerecenseerd louter op grond van het feit dat onze seksuele reproduktieorganen soortgelijk zijn. Dit is discriminatie van de ridicuulste soort. En als u dat niet gelooft, moet u zich eens een bespreking voorstellen van nieuwe boeken van bij voorbeeld Remco Campert en Den Doolaard onder de gemeenschappelijke kop: “Twee mannen aan het woord”.’

Een kort bestaan

Chrysallis werd na het achtste nummer opgeheven. De redactie verklaarde: ‘Uitgeverij Elsevier heeft om commerciële redenen besloten de publikatie stop te zetten. Dat wil zeggen dat Chrysallis niet het (financiële) succes heeft gehad, waar men aanvankelijk bij de opzet op had gehoopt. Dat is natuurlijk jammer, maar het betekent gelukkig niet dat een literair tijdschrift door en voor vrouwen in Nederland tot de onmogelijkheden behoort. Wij hopen dat iemand de fakkel zal overnemen en ons initiatief zal voortzetten.’

Hannemieke Stamperius alias Hannes Meinkema schreef in een terugblik op haar eigen blog: ‘Als schrijver doe je zoveel in je eentje, dat het bijzonder is om samen met anderen boeken te maken. Daarom ben ik misschien wel trotser geweest op Chrysallis dan op mijn eigen boeken uit die tijd.’ En ook al was het tijdschrift een kort leven beschoren: de fakkel werd later inderdaad door veel vrouwen (en enkele mannen) die streven naar meer gendergelijkheid in de Nederlandse letteren overgenomen.

Chrysallis in de KB

Chrysallis is volledig gedigitaliseerd beschikbaar in de DBNL. De oorspronkelijke uitgaven zijn aan te vragen in de KB, aanvraagnummer T 7078.