Sjors & Sjimmie

Sjors en Sjimmie: de doerakken

De Nederlandse strip Sjors & Sjimmie vindt zijn oorsprong in een Amerikaanse strip. Op 20 september 1920 verscheen in de Chicago Tribune Syndicate de strip Winnie Winkle, met verhalen en tekeningen van Martin Branner, die de strip meer dan 40 jaar schreef. De hoofdpersoon was een jonge vrouw die haar ouders en geadopteerde broer moest onderhouden en daarmee een weerspiegeling vormde van de veranderende rol van vrouwen in de samenleving. Al snel lag de nadruk op haar kleine broertje Perry Winkle. 

Vanaf 30 december 1927 verscheen Perry Winkle ook in Nederland, eerst op de achterkant van het weekblad De Humorist en vanaf 1930 in de kinderbijlage van het blad Panorama. In Nederland werd de serie bekend als Sjors van de Rebellenclub, waarin naast Sjors ook vader, moeder en Suzy optraden, plus de kameraden Puck, Pinky en Snooke. Martin Branner raakte uitgefantaseerd op de figuur Perry en liet zijn zus Winnie weer de hoofdrol spelen. Dit had invloed op de Nederlandse uitgave, omdat de uitgever, De Spaarnestad, graag wilde doorgaan met de populaire Sjors. Frans Piët, die in dienst was van De Spaarnestad, werd gevraagd om de serie voort te zetten. Hij vernederlandste de verhalen door wolkenkrabbers te vervangen door molens en andere bekende Nederlandse taferelen. In 1939 verscheen het eerste verhaal in albumvorm: Negen en tachtig vrolijke vertellingen (aanvraagnummer KW GW A101969). 

Sjors ontmoet Sjimmie

Na de oorlog verschijnt Sjors weer als een wekelijkse strip in Panorama. In 1949 begon in het weekblad een nieuw avontuur dat de titel Sjors als circusartiest meekreeg. Dan doet Sjimmie zijn intrede. Frans Piët had in 1933 Avonturen van Wo-Wang en Simmy getekend. Deze nogal stereotiepe strip over een Chinees en een zwart jongetje verscheen in lokale kranten als Leidsche Courant, Haarlems Dagblad en Utrechts Nieuwsblad. Simmy werd opgevoerd als een min of meer gelijkwaardig vriendje van Sjors, met als nieuwe naam Sjimmie, omdat dat lekker allitereerde, maar ook Sjimmie voldeed aan de stereotiepe beelden van donkere mensen zoals die destijds in Nederland op papier werden gezet. De verhalen worden door De Spaarnestad gebundeld in albums die razend populair werden. De grote stripboeken werden in afwisselend zwart-wit en kleuren gedrukt.

Twee verschillende tekenaars

In 1954 wordt ook het tijdschrift Sjors opgericht; feitelijk een fusie van de tijdschriften Tombola (1953-1954), Panorama Rebellenclub (1950-1954) en Grabbelton (1950-1954). Van deze titels zijn exemplaren aanwezig in de collectie van de KB, net als een behoorlijk deel van de afleveringen van het tijdschrift Sjors, dat tot 1975 verscheen. Tussen 1963 en 1969 verscheen bovendien jaarlijks het vuistdikke boek Plezier met Sjors, met strips, verhalen en puzzels die met het tijdschrift geassocieerd konden worden. De KB bezit hiervan alle delen.

Omdat Frans Piët zijn handen al vol had aan het tekenen van de vervolgverhalen voor de Panorama, werd aanvankelijk Hans Ducro aangezocht om het vervolgverhaal Sjors en de verschrikkelijke sneeuwman te tekenen. Hij hield het na één verhaal al voor gezien. Hij werd afgelost door Carol Voges, bekend als illustrator van Pa Pinkelman, Pietje Puk, Klik en Klak en Oki en Doki. Hij maakte een wekelijkse gagstrip van Sjors. Zo bestonden er dus lange tijd twee verschillende Sjors-strips naast elkaar.

  • Drie bundels van Sjors en Sjimmie, getekend door Frans Piët

Nieuwe tekenaars

In 1969 stopte Piët met het tekenen van Sjors & Sjimmie. Hij gaf het penseel over aan Jan Kruis, die de strip meteen moderniseerde. Aan het begin van zijn eerste verhaal verhuisden Sjors en Sjimmie naar het vergeten waddeneiland Schiermeeuwenoog, waar ze tot op de dag van vandaag nog wonen. Jan Kruis leverde slechts twee complete verhalen: Raadsels op Schiermeeuwenoog en De ring van Schiermeeuwenoog, die in één album werden uitgebracht. Al in 1970 nam Jan Steeman de strip over, die de stijl van Jan Kruis zoveel mogelijk voortzette tot ook hij in 1975 stopte. Wel introduceerde hij science fiction-achtige elementen. Zes van zijn acht verhalen werden gebundeld in een album dat in 1977 verscheen.

De emancipatie van Sjimmie

Toen in 1975 de twee Nederlandse striptijdschriften Sjors en Pep fuseerden en de eerste Eppo verscheen, stond daarin ook de eerste aflevering van Robert van der Krofts versie van Sjors & Sjimmie. Eerst was Eddy Ryssack gevraagd om met wat voorbeelden te komen. Als ‘huistekenaar’ van Sjors had hij alle stripfiguren wel eens getekend, maar zijn versie van Sjors & Sjimmie leek teveel op die van Jan Steeman en dat is juist wat de hoofdredactie niet meer wilde. De opdracht ging dus naar Robert van der Kroft. Aanvankelijk werkte hij op scenario van Patty Klein, later ging hij werken met Wilbert Plijnaar en Jan van Die. Het trio noemde zich de Wiroja’s en ze bleken uitstekend in staat om de strip levendig en actueel te houden. 

In de versie van Robert van der Kroft werd Sjimmie definitief geëmancipeerd. Volgens Van der Kroft werden Sjors en Sjimmie exact gelijk. Hij tekende ze met hetzelfde gezicht, alleen werd Sjors met roze ingekleurd en Sjimmie met bruin. 

Langere verhalen

Sjors en Sjimmie-albums, getekend door Robert van der Kroft.

De strip was razend populair en een vast onderdeel van het tijdschrift Eppo, tot het laatste nummer in 1985. In de zomer van dat jaar werd besloten om het tijdschrift om te dopen naar Eppo Wordt Vervolgd, met een verwijzing naar het succesvolle AVRO-televisieprogramma over strips, Wordt Vervolgd van Han Peekel. In 1988 werd besloten om Eppo Wordt Vervolgd stop te zetten. De naam veranderde in Sjors en Sjimmie Stripblad. Om deze naamsverandering te legitimeren moest het duo ook een grotere rol krijgen in het blad. Omdat de Wiroja's niet hun productie wilden verhogen, werd voor langere verhalen gebruik gemaakt van een team van tekenaars en schrijvers, onder hun begeleiding. De (Nederlandse) schrijvers kregen een dik pak aan instructies en Robert van der Kroft reisde met hoofdredacteur Peter van Leersum af naar Barcelona om een van de Spaanse tekenstudio’s uit te zoeken. 

Na het ter ziele gaan van Striparazzi, de opvolger van Sjors en Sjimmie Stripblad, in 1999, kwam er een einde aan de strip. Lange tijd verschenen er geen nieuwe afleveringen, onder andere vanwege een conflict met de rechthebbende uitgever Sanoma. Maar in 2019 werd in het tijdschrift StripGlossy voor het eerst een nieuwe Sjors en Sjimmie-strip van de hand van de Wiroja’s gepubliceerd. In het tijdschrift, dat vier keer per jaar verschijnt, bleven Sjors en Sjimmie tot 2025 springlevend. Begin 2025 kondigde Van der Kroft aan dat hij ging stoppen met striptekenen. Het is nog de vraag of er voor Sjors & Sjimmie een nieuwe tekenaar aantreedt. 

Sjors & Sjimmie in de KB

De KB heeft een omvangrijke hoeveelheid albums van Sjors & Sjimmie door de genoemde tekenaars in bezit. De boeken kunnen worden ingezien in de leeszaal Bijzondere Collecties als je ze reserveert via de KB-catalogus.

Literatuur