Mijnheer Prikkebeen

Eerste pagina van Mijnheer Prikkebeen

Mijnheer Prikkebeen, geschreven door Johan Jacob Anthony Goeverneur, wordt algemeen beschouwd als het eerste Nederlandse stripverhaal. Maar eigenlijk is het geen Nederlands verhaal en zijn de tekeningen ook niet Nederlands.

Zwitserse oorsprong

De Zwitserse leraar, schrijver en tekenaar Rodolphe Töpffer (1799-1846) schreef het origineel onder de titel Histoire de Monsieur Cryptogame. Het werd voorgepubliceerd in het Franse weekblad L’illustration van 25 januari tot 19 april 1845. Töpffer maakte de oorspronkelijke schetsen en Amédée de Noé (Cham) werkte ze uit voor het overzetten op houtgravures, die werden gesneden door Best, Leloir, Hotelin en Regnier.

Rodolphe Töpffer

Auteur Rodolphe Töpffer

Rodolphe Töpffer was de zoon van schilder Adam Wolfgang Töpffer. Aanvankelijk wilde hij in de voetsporen van zijn vader treden, maar door een oogziekte was een carrière als schilder voor hem niet weggelegd. Uiteindelijk werd hij leraar klassieke talen en opende hij in 1823 een pensionaat voor jongens. Het had een goede naam en trok veel scholieren uit binnen- en buitenland. Naast zijn werk als leraar Grieks en surveillant in dit pensionaat werd hij professor aan de Académie in Genève. In zijn vrije tijd en tijdens surveillances begon hij voor zijn plezier poppetjes te tekenen. Hij besloot verhalen te gaan schrijven bij de tekeningen die hij maakte en zo ontstonden verschillende personages. Vanaf 1832 publiceerde Töppfer verhalen over Monsieur Jabot, Monsieur Crépin en Monsieur Vieux-Bois.

Vanaf 1838 verslechterde de gezondheid van Töpffer geleidelijk: naast zijn oogziekte kreeg hij ook lever- en miltaandoeningen. Toen hij in 1844 het verzoek kreeg om een verhaal te schrijven voor het Franse tijdschrift L’Illustration, greep hij terug naar tekeningen die hij reeds voor 1830 had gemaakt: Monsieur Cryptogame. Het zou zijn laatste gepubliceerde verhaal worden. Töpffer stierf in 1846 op 47-jarige leeftijd. Vlak voor zijn dood tekende hij nog de plaat voor het titelblad van de boekuitgave, die na het succes van zijn feuilleton werd voorbereid.

Duitse en Nederlandse bewerkingen

Een andere Zwitser, Julius Kell, publiceerde in 1847 een Duitse vertaling getiteld Fahrten und Abenteuer des Herrn Steckelbein. De Groningse schrijver Johan Jacob Anthony Goeverneur gebruikte deze uitgave als basis voor zijn Nederlandse versie, getiteld Reizen en avonturen van mijnheer Prikkebeen. Goeverneur gebruikte de tekeningen van het originele verhaal, met uitzondering van de tekeningen die ook in de Duitse versie al waren weggelaten. De tekst was in het Nederlands. De eerste uitgave van deze versie verscheen in 1858.

Naast de KB beschikken alleen bibliotheken in Amsterdam, Rotterdam en Zeeland over een exemplaar; ook in de collectie van Hans Matla is er een aanwezig. Bij de meeste exemplaren ontbreekt het oorspronkelijke voorplat: het titelblad is gekopieerd op hard karton. Toch is bekend hoe het voorplat eruit zag, dankzij een exemplaar in privébezit (hieronder afgebeeld).

  • Oorspronkelijk voorplat van 'Mijnheer Prikkebeen' (uit privécollectie)

Prikkebeen versus Cryptogame

Het verhaal van Monsieur Cryptogame draait om de titelfiguur die zijn aanstaande huwelijk met Elvire probeert te ontvluchten. Zij vindt het maar niks dat Cryptogame de hele dag vlinders loopt te vangen terwijl hij zijn aandacht op haar zou moeten richten. Cryptogame twijfelt echter of hij wel zo verliefd is op haar. Hij besluit weg te gaan, maar niet voordat hij door Elvire wordt gedwongen een huwelijksbelofte te tekenen.

Tijdens zijn omzwervingen trouwt Monsieur Cryptogame met een Provençaalse. Hij vraagt zich af of hem bigamie kan worden verweten. Hij krijgt nog meer last van die gedachte als hij Elvire tegenkomt. Na veel verwikkelingen komt Elvire erachter dat Cryptogame met de Provençaalse is getrouwd. Ze spat uiteen van woede. Cryptogame komt erachter dat zijn vrouw al acht kinderen heeft van haar vorige man. Dit blijkt voor hem geen bezwaar, en zo leven zij nog lang en redelijk gelukkig.

In de Nederlandse versie, die een vertaling is van de Duitse bewerking door Julius Kell, wordt de verloofde Elvire vervangen door de jaloerse zuster Ursula. Zowel de Duitse als de Nederlandse versie waren immers bedoeld voor kinderen (in tegenstelling tot het oorspronkelijke verhaal) en amoureuze verwikkelingen werden niet passend geacht. Tien plaatjes uit het originele verhaal, waarin amoureuze verwikkelingen en gewelddadige taferelen waren afgebeeld, verdwenen dan ook uit deze versie. De naam Cryptogame (een samentrekking van de Griekse woorden ‘kryptos’ (verborgen) en ‘gamos’ (huwelijk) wordt vertaald als ‘Prikkebeen’ (Oudnederlands voor ‘spillebeen’).

Gerrit Komrij en Prikkebeen

Meneer Prikkebeen was een succesvol boek in Nederland. Het kreeg vele herdrukken en werd herhaaldelijk als kindervoorstelling opgevoerd aan het begin van de vorige eeuw. In 1980 verscheen een hertaling van de hand van Gerrit Komrij onder de titel De zonderlinge avonturen van Primus Prikkebeen. Komrij gebruikte de oorspronkelijke tekst van Töpffer en liet zelfs de figuur van verloofde Elvire herleven, waarmee een einde kwam aan de door Kell en Gouverneur bedachte figuur Ursula.

Komrij werd bij de voorpublicatie van zijn bewerking van het verhaal in 1979 geïnterviewd door Het Parool. Hij vertelde: 'Bij Töpffer kan je prachtig zien hoe het stripverhaal op touw wordt gezet. In het begin al ligt een dame in bed van liefdesgeluk te dromen. Dat hele stuk heeft Goeverneur weggelaten. Voor kinderen is het keurig een zuster geworden, Ursula, die wil niet dat hij vlinders vangt. Die gaat hem achterna om hem dat vlindervangen ook te beletten. [...] De twee missionarissen die in de buik van de walvis verzeild raken waar ook Prikkebeen is terechtgekomen nadat hij van een schip is gesprongen om aan Elvire te ontkomen, zijn bij Goeverneur een boer en zijn knecht geworden. Die kwamen bij Töpffer uitstekend van pas om Prik en de eveneens door de walvis verslonden heerlijke boerenmeid in de echt te verbinden. Alle toespelingen op wat missionarissen botvieren tijdens een danspartij in de buik van een walvis, zijn bij Goeverneur geheel verdwenen.'

Prikkebeen in de KB

Het boek Mijnheer Prikkebeen kan worden ingezien in de leeszaal Bijzondere Collecties als je het reserveert via de KB-catalogus. Het boek is ook volledig gedigitaliseerd en via de knop hieronder te bekijken.

Literatuur

  • Beaumont, Elie de, Mons. Cryptogame en zijn metamorphose, Trio, 's Gravenhage 1960. Aanvraagnummer: 6092 H 22.
  • Beuming, Marie-Louise. Monsieur Cryptogame en Mijnheer Prikkebeen: over de bewerkingen van een oud boekske. Tilburg, Mdprodux, 1995. Aanvraagnummer: 5283949
  • Kossmann, F.K.H., Rodolphe Töpffer, de vader van Mr. Cryptogame, Ad. Donker, Rotterdam 1946. Aanvraagnummer: 993 F 75.
  • Kotterer, Frans. ‘Prik vlucht voor ‘t huwelijksnest. Hoe Gerrit Komrij lieve zuster Ursula ontmaskert en Töpffer eer bewijst’. Het Parool, 9 november 1979.
  • Hans Matla [bew., uitbreiding en red.: Hans Matla ; m.m.v. van Joan van der Wyck ... et al.], Stripkatalogus : de negende dimensie : officiële cumulatieve stripografie (...) Panda, ’s-Gravenhage, 1998. Aanvraagnummer: LZ POP.C 45 MAT
  • Willem van Helden, Rob van Eijck, Jos van Waterschoot, Joost Pollman, Strips! 200 jaar Nederlands beeldverhaal. Eindhoven: Lecturis, 2013. Aanvraagnummer: 16001759 / LZ POP.C 45. STR