Bulletje en Boonestaak

Aankondiging van de eerste strip van Bulletje en Boonestaak in Het Volk van 22 april 1922.

Op 2 mei 1922 verscheen de eerste aflevering van de strip Bulletje en Boonestaak in het socialistische dagblad Het Volk. De strip werd getekend door George van Raemdonck en geschreven door A.M. de Jong. Al snel werd de serie erg populair onder socialistische Nederlanders. Tot dan toe stonden stripverhalen in de krant per aflevering op zichzelf, maar Bulletje en Boonestaak was een vervolgverhaal. Meteen bij de allereerste aflevering werd al de tekst "Plaatjes uitknippen, opplakken en bewaren" toegevoegd om aan te geven dat dit verhaal de moeite waard was om in de toekomst te herlezen.

  • Eerste aflevering van Bulletje en Boonestaak in Het Volk van 2 mei 1922.

Reisverhaal

De strip verscheen onder de titel De wereldreis van Bulletje en Boonestaak in de krant. Hoewel het in essentie een strip voor kinderen was, kwamen er geen kabouters, koningen en sprekende dieren in voor, zoals gebruikelijk was voor stripverhalen in die tijd. Bijna alles wat in deze strip werd verteld kon in het echte leven ook gebeuren. De kritiek op de strip richtte zich destijds op het grafisch weergeven van geweld en ziekte. Bijvoorbeeld: als de twee jongens aan boord van een schip zijn en zeeziek worden, wordt het braken daadwerkelijk in beeld gebracht. Of: wanneer Boonestaak zijn kies wordt getrokken, loopt hij pagina's lang bloed te spugen. Ook vechtpartijen worden visueel breed uitgemeten, maar ze zijn nooit echt gemeen. 

De serie Bulletje en Boonestaak was meteen succesvol bij de 35.000 lezers van Het Volk. Dat maakte een boekuitgave al snel lucratief. Al in 1923 verschenen vier delen in oblongformaat, gevolgd door vijf delen in 1924. Een meer gangbaar formaat volgde in de jaren daarna. Opvoeders en bezorgde ouders hadden al snel kritiek geuit op de inhoud van de verhalen. Dat zorgde ervoor dat A.M. de Jong in het eerste deel een voorwoord schreef, waarin hij stelde: 

Angstige ouders moeten maar eens terugdenken aan hun eigen ongerechtigheden zoo omstreeks hun tiende en twaalfde jaar en nagaan, hoe vreeselijk hun toenmalige lichtzinnigheid heeft ingewerkt op hun tegenwoordige braafheid. Bulletje en Boonestaak zijn enkel bedoeld als een paar stevige, gezonde, natuurlijke jongens. Een reactie tegen de naargeestige en zoutelooze Jopie-Slimmerij, maar geen modellen voor een van ethica uitpuilende theorie-opvoederij. 

Buitenland

Ook in het buitenland werd de strip uitgegeven. In België verscheen de serie onder de titel De reis rond de wereld van Bolleke en Boonestaak in de socialistische krant De Volksgazet. In Duitsland verschenen tussen 1924 en 1928 vier delen van Dickerle und Bohnenstange. Daarmee werd Bulletje en Boonestaak de eerste internationale Nederlandse strip. 

George van Raemdonck

George van Raemdonck

Van Raemdonck was een Belgische illustrator, schilder, politiek cartoonist, boekomslagontwerper en striptekenaar. Hij werd geboren op 28 augustus 1888 in Antwerpen. Hij werd grotendeels opgevoed door zijn grootmoeder. Toen hij vijftien jaar oud was schreef hij zich in aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen. Hij zette zijn opleiding voort aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten, waar de schilder Franz Courtens hem de fijne kneepjes van het landschapschilderen bijbracht. Als student maakte hij illustraties voor het weekblad Lange Wapper en diverse volksromans.

Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak vluchtten George Van Raemdonck en zijn Nederlandse vrouw Adrienne Denissen naar Nederland, dat in tegenstelling tot België neutraal bleef. Ze kwamen terecht in Halsteren, Noord-Brabant. Uiteindelijk bleven ze tot 1928 in Nederland. Intussen vond George een vaste baan als illustrator en striptekenaar voor De Amsterdammer (nu De Groene Amsterdammer). Zijn eerste tekeningen verschenen in het nummer van 6 december 1914. 

Nadat hij in 1928 naar Antwerpen verhuisde bleef Van Raemdonck wekelijks naar Amsterdam komen voor een redactievergadering en om zijn illustraties af te leveren. Naast Bulletje en Boonestaak bestond zijn werk ook uit losse illustraties. In en na de Tweede Wereldoorlog concentreerde hij zich bovendien op portretschilderen. Ook maakt hij politieke tekeningen in de kranten Volksgazet en Vooruit. Op 28 januari 1966 overleed hij op 77-jarige leeftijd.

A.M. de Jong

A.M. de Jong

Adrianus Michiel de Jong (geboren op 29 maart 1888) schreef tussen 1925 en 1938 zijn romancyclus Merijntje Gijzens jeugd en jonge jaren. Mede dankzij de verfilmingen in 1936 en 1973 werd dit zijn bekendste werk. Daarvóór echter leverde hij de teksten voor Bulletje en Boonestaak, namelijk vanaf 1922. De strip werd vooral bekend dankzij de controversiële onderwerpen die De Jong inbracht. 

De Jong begon zijn carrière als schoolmeester in Delft. Later gaf hij les in een volksschool op het Amsterdamse Wittenburg. Toen zijn verhalen werden gepubliceerd maakte hij geregeld gewag van zijn pedagogische kennis uit de praktijk. Dat bleek ook uit de verhalen. Hoewel hij schreef voor socialistische kranten legde hij de politieke boodschap er niet te dik bovenop. De avonturen die hij schreef waren spannend en geestig. 

In 1942 werd hij vanwege zijn socialistische sympathieën door de Duitsers gearresteerd, maar al snel weer vrijgelaten omdat hij een slechte gezondheid had. Op 18 oktober 1943 werd hij door Nederlandse SS'ers vermoord als represaille voor de moord op een aantal NSB'ers. 

Bulletje en Boonestaak in de KB

Naast de afleveringen van de strip die terug te lezen zijn in de krant heeft de KB de verschillende uitgaven en heruitgaven van Bulletje en Boonestaak opgenomen in de collectie. Deze zijn in de KB in te zien in de Leeszaal Bijzondere Collecties.

Literatuur

  • Jan Kooijman, 'George van Raemdonck, veelzijdig kunstenaar'. In: Bulletje & Boonestaak, feiten en verhalen. Amsterdam: d'Roodkoopren knoop, [2001]. Aanvraagnummer: 5163808