Psalter van Eleonora van Aquitanië
De heiligenkalender
Aan de 150 psalmen werden vaak andere elementen toegevoegd, zoals een kalender. Die geeft aan op welke dagen bepaalde heiligen zijn gestorven. Op die dagen werd er speciaal voor hen en tot hen gebeden.
De kalender wordt afgewisseld met de ‘werken van de maand’ – afbeeldingen van verschillende bezigheden die passen bij de maanden van het jaar.
De maanden april en mei tonen geen landarbeiders maar adellijke figuren. Dat is duidelijk te zien aan hun kleding én aan hun adellijke gezichtstrekken.
Kleine afbeeldingen in de kalender
In de kalender zelf vinden we kleine afbeeldingen met de tekens van de dierenriem en maar liefst 24 afbeeldingen van mensen die een aderlating ondergaan. Aderlatingen werden in de middeleeuwen ingezet tegen allerlei ziektes. De afbeeldingen in dit handschrift zijn uniek, we komen ze nergens anders tegen.
Waar en wanneer is het psalter gemaakt?
Over de datering en de lokalisering van dit psalter is onder deskundigen nogal wat te doen geweest. Volgens David van der Kellen (1827-1895), directeur van het Nederlands Museum voor Geschiedenis en Kunst in Amsterdam, dateert de kleding van de in het boek afgebeelde personen uit de tweede helft van de dertiende eeuw. Naar inzicht van KB-directeur Willem G.C. Byvanck (1848-1925) is het psalter geschreven en verlucht omstreeks het jaar 1200. De meeste moderne onderzoekers sluiten zich daarbij aan en dateren het boek tegen het eind van de twaalfde eeuw. Het moet in elk geval ná 1173 zijn geschreven, want in de heiligenkalender staat aartsbisschop Thomas Becket vermeld die in 1173 heilig is verklaard.
Er is verder maar één psalter bekend waarin een vrouwenportret is geplaatst tegenover Psalm 1: het Psalter van Helmarshausen (nu bewaard in Baltimore, Walters Art Gallery, ms. W.10). Dat is in of kort na 1185 gemaakt voor Mathilde, hertogin van Saksen († 1189). Mathilde was de oudste dochter van Eleonora en Hendrik II van Engeland. Zij en haar echtgenoot bevonden zich in 1182-1184 in ballingschap in Normandië, waar zij met zekerheid haar moeder heeft ontmoet. Misschien is Mathilda toen ook geïnspireerd geraakt door het psalmboek dat haar moeder zojuist had laten maken.
Wie was Eleonora van Aquitanië?
Eleonora werd geboren in 1122-24 als erfdochter van de machtige hertog Willem van Aquitanië. Haar rijkdom, intelligentie en schoonheid zijn beroemd. Zij was dan ook een felbegeerde bruid. Een huwelijk met de Franse kroonprins maakte haar koningin van Frankrijk. Een tweede huwelijk, met hertog Hendrik van Normandië, bracht haar op de Engelse troon. Eleonora stierf na een lang een rumoerig leven op 1 april 1204. Zij ligt begraven in de abdij van Fontevraud. Op het grafmonument ligt haar levensgrote beeltenis met in de handen een opengeslagen boek. Het is de vroegste afbeelding van een niet-geestelijke lezende vrouw. Het beeld verbindt het vergankelijke leven met het eeuwige lezen. Geen boek was daar beter voor geschikt dan het psalter.
Latere lotgevallen van het psalter
Rond het midden van de dertiende eeuw bevond het psalter zich in het grensgebied tussen Henegouwen en Vlaanderen. Dat blijkt uit allerlei toevoegingen in de kalender. Daarin vinden we onder meer de sterfdata van Johanna van Constantinopel, gravin van Vlaanderen en Henegouwen († 1244), van Willem van Dampierre († 1231), diens dochter Johanna, gravin van Bar († 1246), zoon Willem, graaf van Vlaanderen († 1251), zoon Jan, heer van Dampierre († 1258), en schoondochter Machteld van Béthune († 1263), maar ook die van een bisschop van Doornik, een abt van Anchin, een proost van Mons en een scholaster van Kamerijk. De overlijdensberichten zijn genoteerd door verschillende handen, kort na de gebeurtenissen zelf.
Een eeuw later circuleerde het boek nog steeds in diezelfde omgeving. In een notariële akte achterin het boek (fol. 187v) staat beschreven dat Gérard de Dainville dit psalter op 13 juni 1369 in gebruik gaf aan zijn verwante Jeanne des Plancques, non in het klooster van Étrun in het bisdom Atrecht. Gérard was van 1361 tot 1368 bisschop geweest van Atrecht, en bekleedde diezelfde waardigheid sinds kort in Terwaan (1368-1371) en later in Kamerijk (1371-1378). Hij was verre familie van de graaf van Vlaanderen, maar hoe de relatie precies in elkaar steekt, is niet duidelijk.
Vijf jaar later, in februari 1374, gaf dezelfde bisschop opnieuw een psalter aan diezelfde non – en ook dat rijk versierde boek is bewaard gebleven: het is omstreeks 1270-1280 gemaakt in de Zuidelijke Nederlanden en ligt tegenwoordig in New York (The Pierpont Morgen Library, ms. M.72). In beide gevallen liet de eigenaar vastleggen dat de boeken naar hem moesten terugkeren indien hij Jeanne zou overleven. Dat gebeurde niet. De Dainville sloot zijn ogen voorgoed in 1378, Jeanne overleed een paar jaar later als abdis van Étrun. Het tweede psalter bleef naar het schijnt in haar abdij tot 1800. Of ook het Haagse handschrift zo lang in Étrun is gebleven, is niet bekend.
Pas diep in de achttiende eeuw duikt het boek weer op. Het is dan in handen van Georges-Joseph Gérard (1734-1814), een gedreven ambtenaar aan het hof in Brussel met een passie voor boeken. Hij bemachtigde het psalter nog voordat hij in 1769 werd benoemd tot secretaris van de Sociéte Littéraire, de voorloper van de Academie der Wetenschappen en Letteren. Hij plaatste zijn naam voorin het boek, met het jaartal 1767 (fol. 1r). In de daarop volgende jaren bracht Gérard een grote verzameling boeken bijeen, waaronder ongeveer honderd middeleeuwse handschriften. Het psalter kreeg de signatuur ‘A 1’, wat iets zegt over het belang dat de nieuwe eigenaar aan het boek hechtte. Vier jaar na Gérards dood kwam zijn collectie grotendeels terecht in het Rijksarchief. In 1832 werden de handschriften overgebracht naar de KB.
Disclaimer
Is het psalter in de KB werkelijk gemaakt voor koningin Eleonora? Misschien kunnen we de vraag beter anders stellen. Voor wie, anders dan voor Eleonora van Aquitanië, kan het Haagse psalter zijn gemaakt? Wie het weet mag het zeggen.
Literatuur
- Jesús Rodriguez Viejo, ‘Royal manuscript patronage in late ducal Normandy: a context for the female patron portrait of the Fécamp Psalter (c. 1180)’, Ceræ. An Australasian journal of medieval and early modern studies 3 (2016), p. 1-23.
- Jesús Rodríguez Viejo, ‘Byzantine influences on Western aristocratic illuminated manuscripts: the Fecamp Psalter (ms. The Hague, Koninklijke Bibliotheek, 76 F 13) and other related works’, Estudios Bizantinos, 1 (2013), 105-39.
- Marianne A. Schouten, ‘Het Fécamp psalter. Een onderzoek naar de lokalisering en datering van manuscript 76 F 13 van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag’. Masterscriptie Kunstgeschiedenis Universiteit van Amsterdam, 2012.
- Ed van der Vlist, Schitterende schatten. Verluchte handschriften in de Koninklijke Bibliotheek. Amersfoort/Brugge 2011, p. 54-57.