Kattendijkekroniek
Wie die samensteller was, weten wij niet. Zijn naam staat nergens vermeld. Onderzoekers die de taal en inhoud van het handschrift hebben onderzocht, houden het op een Hollander die mogelijk in de buurt van Haarlem woonde. Hij lijkt goede relaties te hebben met de beroemde familie Van Brederode, want die krijgt veel aandacht in het handschrift (zie afbeelding hierboven). Het zou gemaakt kunnen zijn voor Yolande van Lalaing (1422-1497), de weduwe van Reinoud van Brederode (†1473). Zij gaf Jan Gerbrandsz. van Leiden opdracht om een geschiedenis te schrijven van de familie Brederode, de Brederodekroniek. Dit handschrift zou daarop een aanvulling kunnen zijn.
De samensteller was geen echte geleerde, zo blijkt uit zijn tekst, meer een belezen amateur met een grote passie voor geschiedenis en heraldiek, en de wens om die te noteren omdat ‘veel menschen […] die begheren te lesen’. Daarmee lijkt hij te mikken op een breed publiek.
De geschiedenis van de Hollandse graven begint in Troje
Dat de samensteller zijn geschiedenis van Holland in Troje begint, doet ons misschien vreemd aan. We kunnen dat alleen begrijpen als we ons realiseren dat rond 1500 de feitenkennis van de geschiedenis zeer beperkt was. Men kon bijvoorbeeld nog niet bepalen of een bouwwerk in de Romeinse tijd gebouwd was of in de middeleeuwen. Er waren wel handschriften en boeken, maar ook die waren gebaseerd op beperkte feitenkennis. Bovendien waren ze lang niet overal beschikbaar.
Dat gebrek aan kennis leidde tot veel gissingen en vaak zelfs bewuste vervalsingen in de literatuur. (Adellijke) families die macht wilden hebben of houden, moesten kunnen bewijzen dat ze van nobele afkomst waren. Hun kroniekschrijvers en herauten gingen erg ver in hun pogingen de opdrachtgevers te geven wat zij wilden.
Zo kwam in de tweede helft van de vijftiende eeuw de mythe in zwang dat een zoon van de Trojaanse held Hector, Francion, naar Frankrijk was gereisd en daar Aquitanië had gesticht. De Hollandse graven stamden af van die bloedlijn. Omdat een andere Trojaan, Aeneas, volgens de overlevering Rome had gesticht, claimden de Hollandse graven hiermee een even belangrijke oorsprong als de Romeinse keizers.
Na 1500 lanceerde Erasmus een andere ontstaansgeschiedenis: de Hollanders zouden afstammen van de Bataven die minstens zo roemrijk waren geweest als de Romeinen.
Hollandse graven en Utrechtse bisschoppen
De samensteller van de Kattendijkekroniek volgt de mythe die de graven van Holland direct laat afstammen van de Trojanen. Zij zijn ‘uut den bloede van Troyen ghesproten’. Dat geldt niet voor het volk van Holland. Daarover vermeldt de kroniek dat een Trojaanse afstammeling, ene Brutus, naar Engeland vlucht en de daar woonachtige reuzen verdrijft. De reuzen, Slaven genoemd, vluchten weer naar de overkant van de Noordzee, waar ze bij Vlaardingen een kasteel bouwen, de Slavenburg, ‘het eerste begrip van Hollant’. De kroniek noemt ook hier woonachtige Friezen en Wilten.
Het grootste deel van het handschrift is vervolgens gewijd aan de lotgevallen van de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht, te beginnen bij Willibrord en wat de graven betreft bij Dirk I. Eind negende eeuw krijgt Dirk I Holland en een deel van Friesland toebedeeld door Karel de Kale, uit het geslacht van Karel de Grote. Hij doet dat op verzoek van niemand anders dan paus Johannes VIII, zo meldt de kroniek om het belang nog maar even te onderstrepen.
Verreweg de meeste pagina’s zijn gewijd aan de laatste tweehonderd jaar van de kroniek, tot Maria van Bourgondië, 1482. In die tijd speelt de bekende strijd tussen de Hoeken en de Kabeljauwen, adellijke fracties die verschillende kandidaten ondersteunen voor hoge functies, zoals die van bisschop van Utrecht. Onze samensteller kiest duidelijk partij voor de Hoeken, de partij waartoe ook de familie Brederode behoort.
De illustraties: wapens en ridders
De illustraties in het handschrift voegen een heel eigen ridderlijke dimensie toe aan het verhaal, in de eerste plaats door de wapens van vrijwel alle hoofdpersonen. Vele van de oudste wapens zijn fictief, want de heraldiek kwam pas halverwege de twaalfde eeuw in zwang. De wapens en banieren zijn in het handschrift geschilderd, vermoedelijk door iemand anders dan de samensteller van de teksten, maar wel in zijn opdracht en naar zijn ideeën.
Een andere categorie illustraties wordt gevormd door stadsgezichten, strijdscènes, landsheren te paard, banierhouders en bisschoppen. Dat zijn houtsneden die de samensteller uit andere bronnen heeft geknipt en heeft ingeplakt. Daarna zijn ze met de hand ingekleurd en soms aangepast.
Die houtsneden komen uit gedrukte bronnen, een teken dat we hier in de overgangstijd zitten tussen handgeschreven en gedrukte bronnen. Vaak zijn het collages van elementen uit verschillende houtsneden. Helaas zijn in de loop van de jaren vele van deze illustraties verloren gegaan – op de lege bladzijden die ze achterlaten zijn soms nog sporen van gedrukte teksten te zien uit de originele uitgave.
Downloaden en hergebruik
Wil je afbeeldingen uit dit manuscript hergebruiken? Via Wikimedia Commons kun je elke pagina van de Kattendijkekroniek in hoge resolutie downloaden. De pagina’s waarop wapenschilden, houtsneden en andere verfaaiingen van de Kattendijkekroniek staan, zijn apart vermeld.
Formele beschrijving van het handschrift
Die historie of die cronicke van Hollant, van Zeelant ende van Vrieslant ende van den stichte van Uutrecht ende van veel landen die men hierna nomen sal [Noord-Holland, tussen 1491 en 1493]. Ook bekend als de ‘(Johan Huyssen van) Kattendijkekroniek’.
autograaf
Den Haag, KB, KW 1900 A 008
Papier, VIII, 561, XIII fol, ill.
200×140 (ca. 140×85-90) mm; 1 kolom, 26 regels
Bruine leren band met blindstempeling uit ca. 1560-1580.
Literatuur
- Wetenschappelijke editie van het handschrift met inleidingen: Johan Huyssen van Kattendijke-kroniek. Die historie of die cronicke van Hollant, van Zeelant ende van Vrieslant ende van den Stichte van Utrecht. Uitgegeven door Antheun Janse met medewerking van Ingrid Biesheuvel. Den Haag, Instituut voor Nederlandse Geschiedenis 2005. De tekst uit deze uitgave is gebruikt voor de transcriptie bij het digitale topstuk. Met dank aan het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis.
- Karin Tilmans, 'De Kattendijke-kroniek: een uniek kopij-manuscript uit Haarlem, in Boeken in de late Middeleeuwen, Verslag van de Groningse Codicologendagen 1992, uitgegeven door Jos M.M. Hermans en Klaas van der Hoek, Groningen 1994, pp. 183-200.
- Het vrouwenlexicon van het Huygens Instituut van Nederlandse geschiedenis over Yolanda de Lalaing.
- Elizabeth den Hartog en Hanno Wijsman red., ‘Yolande van Lalaing (1422-1497), kasteelvrouwe van Brederode’, Jaarboek Kastelenstichting Holland en Zeeland (2009) [themanummer].
- Over het denken over het verleden in de vroegmoderne tijd: Karl Enenkel en Koen Ottenheym, Oudheid als ambitie: De zoektocht naar een passend verleden 1400-1700, Vantilt 2017.