Fabeldieren in bestiaria
Ons scrivet Jacob van Vetri
Ende Ysidorus die meester vri,
Hoe ment vaet ende niet en jaghet.
Men neme een onbesmette maghet,
Ende setse allene in gheen wout,
Daer die eenhoeren hem onthout.
Daer coemt dat dier ende siet ane
Dat reyne lijf,
die scone ghedane,
Ende maect daer wech ende ofdoet
Allen fellen overmoet,
Ende anebeet die suvere lede.
Sijn hoeft met goedertierenhede
Leghetet der joncfrouwen in den scoet,
Ende slaept met ghenoechten groet.
So coemen die jaghers binnen dien
Ende vanghent al onversien.
Si slaent doet, ist haer ghevoech,
Jof si bindent vaste ghenoech,
Ende bringhent in palaise dan
Hoghe heren te scouwen an.
Jacob van Vitry
en meester Isidorus schrijven ons
hoe men hem vangt zonder op hem te jagen.
Men neemt een ongerepte maagd
en zet haar alleen neer in een bos
waar de eenhoorn verblijft.
Dan komt het dier dichterbij
en ziet het reine lichaam
van die mooie jonge vrouw.
Daarop verliest hij al zijn
woeste trots en felheid,
en hij nadert haar zuivere lichaam.
Vol goedmoedigheid
legt hij zijn hoofd in de schoot van de jonkvrouw
en slaapt daar tevreden in.
Dan komen de jagers tevoorschijn
en vangen hem onverwacht.
Ze doden hem, als dat hun bedoeling is,
of ze binden hem stevig vast
en brengen hem daarna naar het paleis
om hem aan hoge heren te tonen.
Antalops
De antalops, ook wel antalope of tragelafus genoemd, is een mythisch hoefdier met lange, gebogen hoorns met zaagtanden, die het dier kan gebruiken om de bovenste takken van bomen af te zagen zodat hij de bladeren kan eten. Het beest wordt al vermeld in de Physiologus, een christelijk bestiarium uit de 3e of 4e eeuw. Deze tekst kent een bijzondere betekenis toe aan de twee hoorns, die de twee testamenten, het Oude en het Nieuwe Testament, zouden vertegenwoordigen.
Volgens de Physiologus staat de antalops voor de christelijke mens, die in moeilijkheden wordt gebracht door de verleidingen van de duivel, met name dronkenschap en wellust. De verleidingen worden gesymboliseerd door kleine struiken, waar het dier in verstrikt raakt. De jager die toeslaat om het dier te doden, is op zijn beurt een representatie van de duivel, aan wie het dier (dus de christelijke mens) ten prooi valt. Zoals de antalops zijn horens moet gebruiken om zich een weg uit het struikgewas te banen, zo moet de mens de testamenten gebruiken om zich te bevrijden van ondeugden.
Draak
Draken zijn nauw verwant aan grote slangen en ze hebben vleugels van vel zoals een veermuis, waarmee ze kunnen vliegen. Ze verblijven in rotsige gebieden en wonen in spelonken. Jacob van Maerlant vermeldt verder in zijn Der naturen bloeme dat de draak het allergrootste beest is van alle dieren die bestaan, maar dat zijn bek naar verhouding wel klein is. Ze brullen zo hard dat het mensen beangstigt, maar als je vlakbij een draak op een trommel slaat, dan denkt hij dat het dondert en schrikt hij.
In verschillende mythische en bijbelse verhalen gaat een mens de strijd aan met de draak. Een bekende drakendoder uit de Griekse mythologie is Cadmus, een prins die in Ovidius' Metamorphosen zijn ontvoerde zus Europa zoekt en een draak doodt. In de Bijbel neemt de duivel regelmatig de gedaante aan van een draak. Zo wordt bijvoorbeeld beschreven dat de heilige Sint Joris van Cappadocië een draak doodt, als symbolische overwinning van het christendom bij de bekering van een heidens land of stad. Aartsengel Michaël verslaat als aanvoerder van het hemelse leger de duivel in de gedaante van een draak. En de heilige Margaretha van Antiochië werd opgeslokt door satan in de gedaante van een draak, maar zij kon levend ontsnappen omdat het beest het kruis dat ze bij zich droeg niet kon verdragen.
Griffioen
De griffioen wordt ook wel grijpvogel of Vogel Grijp genoemd. Het is een combinatie van een adelaar en een leeuw: de twee machtigste dieren zijn tot één dier samengesmolten. De onsterfelijke griffioen is heerser over hemel en over aarde, waardoor hij als symbool van Christus kan worden gezien.
Jacob van Maerlant haalt in zijn Der naturen bloeme wederom Jacob van Vitry aan, die beweert dat de vogel zo groot is dat hij gewapende mensen kan aanvallen en doden. In India zouden griffioenen een moeilijk toegankelijk gebied bewaken waar goud en edelstenen te vinden zijn en ze doden mensen die daar komen ‘alsof ze door God gemaakt zijn om hebzucht tegen te gaan’.
Wanneer een mannelijke griffioen met een merrie paart, zal zij een hippogrief baren: een dier met het adelaarsdeel van de griffioen en de achterbenen en staart van het paard. Dit fabeldier is in de 21e eeuw opnieuw bekend geworden dankzij de verschijning van de hippogrief Buckbeak (Scheurbek) in de boeken en films over Harry Potter.