Bout Psalter-Getijdenboek

Het Bout Psalter-Getijdenboek

Het Bout Psalter-Getijdenboek is hoogst interessant, zowel vanwege zijn tekstuele als zijn visuele inhoud: schitterende bladvullende miniaturen, geschilderde initialen en gevoelig, vaak humoristisch penwerk. Het bevat prachtige voorbeelden van miniaturen van meesters die in verschillende steden werkzaam waren; hun bijdragen aan dit manuscript maken het noodzakelijk om de opvattingen over de praktijk in Nederlandse ateliers van de vijftiende eeuw te herzien.

In 2007 heeft de KB met steun van de Mondriaanstichting, de Vereniging Rembrandt en de Vrienden van de KB het Bout Psalter-Getijdenboek gekocht. Het manuscript wordt zo genoemd naar de familie die opdracht gaf het te laten maken. De familie Bout woonde in Amsterdam maar gaf de opdracht voor het handschrift aan een atelier in Haarlem. Het penwerk in het manuscript is dan ook typisch Haarlems. Daarnaast maakte één van beste verluchters van Haarlem miniaturen voor het handschrift, evenals twee verschillende verluchters uit Utrecht.

Verluchters uit verschillende steden

Niet minder dan drie verschillende verluchters schilderden de manuscripten. Hoewel de opdrachtgevers uit Amsterdam kwamen, gaven zij de opdracht niet in hun eigen stad, maar in Haarlem. Hoewel het gemakkelijker zou zijn geweest om alle miniaturen in Haarlem te laten maken, kozen de opdrachtgevers ervoor om werk van schilders uit een andere plaats, namelijk Utrecht, toe te voegen. Een dergelijke verscheidenheid is vrij ongewoon in Noord-Nederlandse gebedsboeken.

Amsterdam

De Amsterdamse familie Bout bestelde het handschrift in 1453, een jaar nadat een verwoestende brand driekwart van de stad verwoestte. In de vijftiende eeuw was Amsterdam de belangrijkste handelsstad van Holland, hoewel het in de zeventiende eeuw nog veel groter zou worden. In deze tijd was Brugge nog altijd een veel grotere handelsstad. In de late middeleeuwen waren er circa 16 kloosters en religieuze huizen in Amsterdam, waaronder het Begijnhof, dat nog steeds te bezichtigen is. Ondanks de religieuze en handelsactiviteiten was Amsterdam geen belangrijk centrum voor de productie van handschriften. Het is mogelijk dat de familie Bout daarom het handschrift in Haarlem bestelde.

Een wapenschild, dat later overgeschilderd is, is nog zichtbaar aan de achterkant van één van de perkamenten bladen in het handschrift. De voorwerpen in het wapenschild, drie pijlen (of bouten) zijn door oxidatie doorgeslagen. Thierry De Bye Dolleman, kenner van de genealogie en de wapenkunde van Haarlem en omstreken, heeft het wapenschild geïdentificeerd als dat van de familie Bout uit Amsterdam. Volgens hem kan het boek besteld zijn door Jan Jansz. Bout, die schepen was van Amsterdam in 1478 en lid van de raad in 1481, misschien als gift voor zijn vrouw. Zij - of een ander vrouwelijk lid van de familie - is afgebeeld in de historiserende initiaal met de Salvator Mundi aan het begin van de Uren van Alle Heiligen op fol. 97r.

Haarlem

Haarlem was een belangrijk centrum voor kunstproductie in de vijftiende eeuw. Een aantal van de belangrijkste paneelschilders van Noordelijk Nederland, met inbegrip van Albert van Ouwater en Geertgen tot Sint Jans, waren in het midden van de eeuw in Haarlem actief. De stad had ongeveer 24 kloosters en semireligieuze huizen, waarvan veel manuscripten produceerden. Er moeten ook vele werkplaatsen geweest zijn waar de manuscripten werden geschreven en verfraaid met pen en miniaturen. Vanuit Amsterdam was Haarlem het dichtstbijzijnde belangrijke centrum voor kunst, en een logische plaats voor de familie Bout om hun handschrift te bestellen.

Penwerk

Het manuscript is besteld in Haarlem. Dit blijkt uit het zogenaamde 'fonteinenpenwerk', de met de pen aangebrachte versiering op de tekstbladen, dat in dit geval in Haarlem kan worden gelokaliseerd.

Het kenmerk van Noord-Hollands (en Haarlems) penwerk zijn de verschillende kleuren inkt: oranje, paars, groen, rood en blauw. Het is vergelijkbaar met penwerk in een ander Getijdenboek dat in 1457 in Haarlem werd gemaakt (KB 131 G7, fol. 10r). Soortgelijke gewaagde en kleurrijke voorbeelden van fonteinpenwerk zijn te vinden in het Bout handschrift (79 K 11, fol. 248v), hoewel het penwerk in het Bout handschrift speelser is. Op folio 23v staat het gezicht van een man in de letter D, en het penwerk in de marge eindigt in het profiel van een kale man. Op fol. 89v is een man met een grote neus in een letter G gepropt, terwijl in de marge kleurrijk penwerk staat.

Miniatuurschildering

Aan het begin van de belangrijkste tekstdelen staan zes gehistorieerde initialen, geschilderd door de Meester van de Haarlemse Bijbel. Deze schilder ontleent zijn naam aan een driedelige Bijbel die in de Commanderij van St. Jan in Haarlem werd bewaard vanaf het begin van de zeventiende eeuw, en nu in de Stadsbibliotheek van Haarlem (Hs. 187 C 1 en 3). Het werk van deze schilder en zijn atelier wordt gekarakteriseerd door een expressieve lineariteit en zijn heldere kleuren, met een voorkeur voor blauwe, paarse en magenta tinten. Deze felle kleuren zijn duidelijk te zien in de initiaal die Veronica toont met haar sluier, en in de initiaal met de harp spelende David. De initialen laten veel vindingrijkheid zien. In de initiaal op fol. 97r bijvoorbeeld, vinden de Meesters van de Bijbel van Haarlem een nieuwe vorm uit, waarin de eigenaar van het boek voor Christus knielt in de letter A waarvan de linkerkant gevormd wordt door een harige draak. De meesters van de Bijbel van Haarlem schilderden ook één van de miniaturen, die van het Jongste Oordeel (fol. 119v).

Utrecht

Willibrord richtte het Bisdom van Utrecht in 722 op. De kathedraal (Domkerk) in Utrecht was de zetel van dat Bisdom, dat het grootste deel van Noordelijk Nederland in de laatmiddeleeuwen besloeg. In de vijftiende eeuw had Utrecht meer dan twintig kloosters en godsdienstige huizen. Sommige van deze kloosters produceerden manuscripten, maar de commerciële productie van manuscripten overtrof ver de productie in godsdienstige huizen. Enkele van de fijnste Nederlandse verluchters worden geassocieerd met de stad van Utrecht, met inbegrip van de Meester van Evert Zoudenbalch en de Meester van Gijsbrecht van Brederode.

Meesters van Otto van Moerdrecht

Eén van de Meesters van Otto van Moerdrecht schilderde zowel Christus aan het Kruis (fol. 61v) als Pinksteren (fol. 79v). Typisch van zijn stijl zijn het gebruik van levendige kleuren en grote hoeveelheden goud, en fantasievolle landschappen met bomen in de vorm van lollies. Eén of meer van deze meesters werkten in Utrecht alvorens naar Vlaanderen te verhuizen. Deze meesters hielden zich meestal bezig met de verlichting van getijdenboeken voor privégebruik, zoals KB 135 K 11. Fol. 56v van dit getijdenboek heeft een bladvullende miniatuur met Pinksteren, waarin de cijfers in wat donkerder kleuren geschilderd zijn. Christus aan het Kruis in het zelfde manuscript (fol. 89v) bevat slechts drie cijfers in een smalle ruimte, terwijl de miniatuur met het zelfde onderwerp in het Bout handschrift zeven figuren in een zeer diep landschap bevat. De lezer die het Bout handschrift aan het begin van de Getijden van het Heilige Kruis opende, zou onmiddellijk geconfronteerd worden met kleur: roze, groene, rode en paarse verf en inkt, en goud. De hemel achter Christus wordt gemaakt van gepoetst en fonkelend goud, dat met uiterst kleine speldenprikken is gedetailleerd zodat het lijkt alsof de stralen van het licht van hem afkomstig zijn.

Meester van Gijsbrecht van Brederode

De miniatuur bij de belangrijkste tekst in het boek, de Mariagetijden, werd uitgevoerd door de Meester van Gijsbrecht van Brederode, die naar het getijdenboek wordt genoemd dat hij voor de deken van de kathedraal van Utrecht uitvoerde. Samen met de Meester van Evert van Zoudenbalch was de Meester van Gijsbrecht van Brederode de belangrijkste verluchter van Utrecht in het midden van de vijftiende eeuw. Het oeuvre van deze kunstenaar, voor zover het is overgeleverd, is niet zeer groot en bestaat uit miniaturen en historiserende initialen in ongeveer tien getijdenboeken. Sommige hiervan werden uitgevoerd door leerlingen die zijn stijl kopieerden. Het grootste deel van deze getijdenboeken worden nu bewaard in buitenlandse verzamelingen, met inbegrip van het handschrift waarnaar hij wordt genoemd (Luik, Universiteitsbibliotheek, Hs. Wittert 13). De Aankondiging in het Bout-handschrift is charmant in ontwerp en uitvoering. De Maagd in deze miniatuur heeft verscheidene gebedenboeken, die zij op planken boven haar bed heeft staan. Door het open venster en de deur zie je een landschap met een stad op de achtergrond.

De inhoud van het handschrift

In plaats van een getijdenboek, dat in Noord-Holland in de vijftiende eeuw vrij normaal was, gaf de Bout familie opdracht voor een Psalter-getijdenboek. Dat wil zeggen dat het manuscript de Getijden van de Maagd Maria en andere getijden bevat, maar ook een volledig Psalter. Dit manuscript is het enige bekende verluchte voorbeeld van een Middelnederlandse Psalter-getijdenboek. Het combineert twee verschillende soorten boeken die in de late middeleeuwen voor privégebruik werden gemaakt. Daarnaast bevat het een kalender aan het begin en een aantal extra gebeden aan het einde.

Fol. 1r-16v: Kalender en tabellen

Het manuscript bevat een kalender met namen van heiligen voor elke dag van het jaar, die inzicht geeft in de plaats van oorsprong van het handschrift. De belangrijkste feestdagen zijn geschreven in rode inkt, zoals bijvoorbeeld "Sinte aelbrecht confessoir" (St. Albrecht, belijder, 25 juni), en "Sinte ieroen" (St. Hiëronymus, 17 augustus), twee heiligen die vooral in Holland vereerd werden. Bovendien is de naam van "Sinte bave confessoir" (St. Bavo, belijder) geschreven in rood op 1 oktober; Bavo is de patroon van de belangrijkste kerk in Haarlem. Het lijkt er dus op dat de Amsterdamse familie Bout, die in Amsterdam woonde, opdracht gaf aan een atelier in Haarlem, het dichtstbijzijnde belangrijke kunstcentrum. Na de kalender zijn er een paar tabellen voor het berekenen van de Paasdatum. Deze beginnen met het jaar 1453 ("CCCC ende liii"). We kunnen daarom veronderstellen dat het manuscript in 1453 werd gemaakt.

De laatste van deze lijsten is een aderlatingslijst, waar onder andere staat dat het sterrenbeeld Tweelingen samenhangt met schouders, armen en handen. Tweelingen moet op de juiste plaats aan de hemel staan alvorens een aderlating wordt uitgevoerd om deze lichaamsdelen te genezen.

Fol. 172v: Psalter

Een Psalter bevat de 150 Psalmen uit het Oude Testament. De religieuzen in de vroege middeleeuwen reciteerden het volledige Psalter wekelijks, en het was de belangrijkste tekst voor lekendevotie in de 12de tot en met 14de eeuw. Koning David, van wie gezegd wordt dat hij harp speelde, werd beschouwd als de auteur van de Psalmen. David wordt daarom vaak afgebeeld als auteur aan het begin van de tekst. In het Latijn begint de eerste Psalm met "Beatus vir" (Zalig is de man), vaak met een fraaie grote initiaal B die een harp spelende David toont. In een Frans Psalter van rond 1175 bevat de B zelfs een volledig orkest!

Het Bout Psalter-getijdenboek bevat ook een volledig liturgisch Psalter (fol. 173- 307v). Omdat het manuscript in het Nederlands is geschreven, begint de eerste Psalm met "Salich is de man", de vertaling van "Beatus vir." De historiserende initiaal S toont David die in een landschap zijn harp bespeelt. Voorts toont een van de bladvullende miniaturen het beroemdste verhaal over David: toen hij een kind was, doodde hij de reus Goliath met zijn slinger. De verluchter toont de jongen terwijl hij het hoofd van Goliath afsnijdt. Op de achtergrond is David nogmaals zichtbaar terwijl hij het hoofd achter zich aan sleept.

Fol. 17v-171v: Getijdenboek

In de late veertiende eeuw had het getijdenboek het Psalter vervangen als belangrijkste hulpmiddel bij de lekendevotie. Getijdenboeken bevatten gebeden om bij de canonieke getijden van de dag te zeggen, die bij de metten beginnen (ongeveer 3 uur in de ochtend). Het Bout Psalter-getijdenboek bevat de Getijden van de Maagd (fol. 18r-44v), de Getijden van de Eeuwige Wijsheid (fol. 45-60v), de Lange Getijden van het Kruis (fol. 62r-78v), de Lange Getijden van de Heilige Geest (fol. 80-96v), de Getijden van Alle Heiligen (fol. 97r-113r), sacramentsgebeden (fol. 113r-115v), een gebed aan God, toegeschreven aan Thomas Aquinas (fol. 115v-117r); smeekbeden aan St. Michael, Alle Engelen en een Beschermengel (fol. 117r-118v), boetpsalmen en litanie (fol. 120r- 134v), de vigilie van de Doden (fol. 135r-163v) en meer sacramentsgebeden (fol. 164r-171v).

Veel van deze teksten beginnen met rijk gekleurde miniaturen ter grootte van een hele bladzijde, evenals speelse en beweeglijke penwerk-initialen. De beelden zetten niet alleen de toon voor het gebed, maar maken het ook gemakkelijker de respectievelijke teksten te vinden.

Literatuur

  • Kathryn M. Rudy, ‘Een Psalter-getijdenboek’, in: Bulletin van de Vereniging Rembrandt, 17 (2007) 2 (zomer), p. 8-12.