Prentjes almanach voor kinderen

Almanakken voor de jaren 1800, 1802 en 1822.

Almanakken zijn jaarlijks uitgegeven boekjes op zakformaat, die kalenderbladen en allerhande nuttige informatie bevatten. Eind 18e eeuw werden ook almanakken speciaal voor kinderen gemaakt. 

De extreem zeldzame reeks Prentjes Almanak voor Kinderen werd uitgegeven door de firma Houtgraaf te Amsterdam tussen 1795 en 1840. De naam van de reeks is door de jaren heen op verschillende manieren gespeld: Prentjes of Printjes, Almanak of Almanach. Er zijn 45 van deze kinderalmanakken verschenen en helaas is driekwart daarvan verdwenen. De KB bezit negen almanakken uit deze reeks. 

Nuttige gegevens

De kinderalmanakken bevatten steeds een aantal pagina’s met nuttige informatie, die kan variëren per jaargang. Elke almanak bevat in ieder geval een lijstje met wetenswaardige jaartallen en andere cijfers. De uitgave voor 1822  geeft bijvoorbeeld aan dat de schepping van de wereld 5583 jaar geleden was en de Onafhankelijkheid der Nederlanden 9 jaar geleden. Het lijstje bevat verder getallen die helpen bepalen wanneer Pasen valt en de data van (Joodse) feestdagen als ‘Hamansfeest’ en ‘Looverhuttenfeest’. Elke almanak bevat ook standaard een uitgebreide kalender met heiligendagen en maanstanden. 

  • ‘Verklaring van den almanak’ in het exemplaar voor 1822.

De verdere inhoud van het nuttige gedeelte kan per jaar variëren, zoals zons- en maansverduisteringen, verjaardagen van het koninklijk huis, de tijden van het luiden van de poortklok van de stad Amsterdam, het vertrek van de post (zowel binnenlandse als buitenlandse correspondentie), de vertrektijden en kosten van trekschuiten, en financiële gegevens zoals prijzen voor (post)zegels en voor het huren van huizen, landerijen en schepen. 

De feitelijke gegevens waren met name voor de oorspronkelijke volwassen gebruikers van almanakken handig. De kooplieden, schippers, ambtenaren en handelslui konden dankzij deze gegevens hun zaken regelen en vooruit plannen. De pagina’s met feitelijke informatie zou je wellicht niet verwachten in een almanak voor kinderen. Wat hebben kinderen hier aan? Het diende een educatief doel: zo konden kinderen zich voorbereiden op het volwassen leven.  

Vervlogen tijden

Voor ons als 21e-eeuwse lezers openen de informatieve pagina’s een wereld die bijna vergeten is: mensen waren toentertijd uren onderweg in oncomfortabele trekschuiten, die vanaf de kant werden voort getrokken door twee of drie paarden. In zo’n almanak kun je lezen dat je ‘binnen 9 of 10 uur’ van Amsterdam, ‘door het groote Noord-hollandsche Kanaal’, naar het Nieuwe Diep kon reizen. Voor dezelfde route zit je nu twintig minuten in de auto. Ook over de weg reizen ging vroeger veel moeizamer dan nu. Wegen bestonden aan het begin van de 19e eeuw veelal uit onverharde karrensporen en rubberbanden waren nog niet uitgevonden. 

De almanakken laten zien dat mensen zich tussen steden als Amsterdam, Alkmaar, Haarlem, Den Haag, Delft, Leiden, Rotterdam, Utrecht en Nijmegen konden verplaatsen met zogenaamde ‘diligences’ (geveerde koetsen voor personenvervoer). Daar hing een prijskaartje aan, maar er stond tegenover dat je niet geradbraakt werd tijdens de rit én je mocht per persoon tien kilo aan bagage kosteloos meenemen. 

Plaatjes en gedichtjes

De kinderalmanakken bevatten ook pagina’s met plaatjes en gedichtjes. De aanwinsten bevatten elk zo’n vijftien handgekleurde illustraties met bijbehorende korte gedichten die specifiek voor een kinderpubliek bestemd zijn. De meeste gedichtjes geven uitleg over alledaagse ambachten en beroepen van mannen en enkele vrouwen (De boekbinder, De steenzager, De stoelenmatter, De haringverkooper, De lepel-maker, De schaarslyper, De koek-kramer, De schoenmaker, De kruijer, De ijzerkoper, De grasmaaijer, De omroeper, De wagenmaker, De boterboerin, De mode-kraamster, De mosselvrouw, Het pottenmeisje). 

Als voorbeeld lees je hier over ‘de haar-kapper’:

‘De haar-kapper’, uit: Printjes almanach voor kinderen, 1822, p. 10

De haar-kapper 

“’t Haar te snijden en te krullen,
Lieve Dame! dat’s mijn zaak;
‘k Doe het, ja! wel om den broodde,
Maar ook altijd met vermaak.-
‘k Heb daarin een groot behagen:
Als het lieffelijk gelaat
Eener Dame, door ’t beöefnen
Mijner kunst, nog schoonder staat.- 
Dit is waarheid; want op logens
Heeft men mij nog nooit betrapt.”-
Dit vertelt de Dames-Kapper,
Daar hij eene Juffer kapt.- 

(Uit: Printjes almanach voor kinderen, 1822, p.10)

Verder worden enkele winkels beschreven zoals de tabakswinkel en de kruidenwinkel. De beroepen en neringen passen bij de oorspronkelijke gebruikersgroep van almanakken: kooplieden en handelaren. De beschreven beroepen zijn voor de lezertjes van toen herkenbaar, ze konden deze mensen in hun dagelijks leven tegenkomen. Ons biedt het een inkijkje in het werkende leven van lang geleden.

Naast de beroepen is een tweede categorie te onderscheiden, namelijk spelletjes en speelgoed, waaronder: Het popje, Het springtouw, Handje plak, Blindemannetje, ’t Kegelspel, Het bikkelspel, Het koot- of rinkel-spel en Het wiptouw.  

‘Het nut der par á plu’, uit: Printjes almanach voor kinderen, 1822, p.12

De gedichtjes zijn over het algemeen aansprekend voor kinderen. Ze bevatten soms een lichte morele of religieuze les, een stukje geschiedenis of uitleg van een uitvinding. Een grappig voorbeeld is ‘Het nut der par á plu’: 

Het nut der par á plu 

Eertijds liep men door den regen,
Zonder dat m’iets bij zich had,
Dat het vallend vocht kon weeren,
En werd men soms druipend nat;
Slechts een enkel buitje regen
Gaf ons dikwijls waarlijk leed;
Wijl het vaak de hoeden, kleedren
In den grond bederven deedt.-
Ook den Mensch werd, daardoor, dikwijls
Zwaar verkouden; daar men nu
Voor geen regen hoeft te vreezen,
Bij ’t gebruik der Par á Plu. 

(Uit: Printjes almanach voor kinderen, 1822, p.12)

‘Het varken’, uit: Prentjes almanach voor kinderen voor het jaar 1802, p.14

In een enkel geval klinkt de wijze les voor ons als moderne lezers wat cru. Zo beschrijft onderstaand gedichtje dat een gierigaard, net als een varken, pas nuttig is na zijn dood. 

Het varken

’t Varken, dat ons, in zyn leven,
Noch vermaak, noch voordeel geeft,
Leeft dus enkeld, om te groeijen
Tot het zynen wasdom heeft;
Nauwlyks is deez’ tyd gekomen,
Of het knorrig, morsig zwyn
Moet, tot voedsel voor het mensdom,
Straks ten prooi des slagters zyn.-
Even als het vuile varken,
Zo is ook de Gierigaart,
Die geen nut doet in zyn leven,
Dan, dat hy slegts schatten gaart;
Die, door zyne vuige schraapzugt,
Schandelyk word, en, zeer gewis,
Als het Zwyn, ook aan zyne Erven
Na zyn dood eerst nuttig is.

(Uit: Prentjes almanach voor kinderen voor het jaar 1802, p.14)

Het opgeheven vingertje

Tot slot bevatten de meeste almanakken nog enkele korte opvoedkundige verhalen. Deze teksten zijn sterk moralistisch van aard en niet geïllustreerd. De titels geven al iets van de strenge inhoud prijs: “Het edel Medelyden dubbeld betaald”, “Die kwaad doet, die straf ontmoet”, “Gesprek tusschen een vader en zijn zoon, over de nietigheid van het wenschen”, “Doet toch nooit kwaad in de hoope, dat het niet uitkomen zal” en “Zedelyke winter-gedachten.” Het is mogelijk dat deze korte verhalen ook in andere bundels zijn gepubliceerd, maar dat vergt nader onderzoek. 

Beschikbaarheid

De jaargangen 1800, 1802, 1822 zijn afgelopen jaren aangekocht op veilingen en nog niet in de KB-collectie opgenomen. De reeds aanwezige jaargangen zijn na aanvraag ter inzage beschikbaar in leeszaal Bijzondere Collecties: 1817 en 1826 (aanvraagnummer KW GW T100064), 1834 (aanvraagnummer KW NOM U 4), 1837, 1838 en 1840 (alle drie onder aanvraagnummer KW 1123 H 18). De volgende jaargangen zijn gedigitaliseerd: 1809, 1834, 1837, 1838, 1840.