Kleine gedigten voor kinderen

‘Jantje zag eens pruimen hangen’ en andere klassiekers komen uit drie bundels met gedichten voor kinderen van Hieronymus van Alphen. Van Alphen zette met zijn werk een heel nieuwe trend in de literatuur: schrijven voor kinderen vanuit hun eigen belevingswereld. 

Voorin de bundel staan een man en twee kinderen afgebeeld. Vermoedelijk is hij Van Alphen zelf, die zijn eigen boekje aan zijn zoontjes geeft. Uit: Hieronijmus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen, 1783. Aanvraagnummer KW 2220 G 15

Over de auteur 

Hieronymus van Alphen (1746-1803) was rechtsgeleerde en hij bekleedde diverse hoge bestuursfuncties. Daarnaast schreef hij literaire kritieken en publicaties over theologie en godsdienst. Toen Van Alphens vrouw stierf in het kraambed bleef hij alleen achter met drie jonge zoons. Voor hun vermaak schreef Van Alphen zijn kindergedichten, ze werden gepubliceerd in drie bundels tussen 1778 en 1782.

Tijdgeest

De gedichten van Van Alphen passen in het midden van de achttiende eeuw. Vóór die tijd werden kinderen gezien als ‘kleine volwassenen’. In de achttiende eeuw waren er filosofen die een ander beeld ontwikkelden: kinderen als onbeschreven blad, met een eigen wereld, die echt anders was dan de wereld van volwassenen. Van Alphen pakte die nieuwe zienswijze op en liet in zijn versjes zien dat hij zich wist in te leven in de kinderwereld. 

De gedichtjes gaan bijvoorbeeld over blij zijn met de geboorte van een zusje, bang zijn voor de ‘klepper’ (een soort nachtwacht) en bloemen plukken voor moeder. Van Alphen gaat ook verdrietige en moeilijke onderwerpen niet uit de weg. Zo komt de dood regelmatig voor: van Willem die treurt om zijn gestorven zusje Mietje van veertien maanden oud en Claartje bij het schilderij van haar overleden moeder, tot een groepje kinderen dat gaat kijken bij een lijk.

Wel een moraal, niet moralistisch

Godsdienst speelde een belangrijke rol in de samenleving en ook in het leven van Van Alphen. We zien dat terug in zijn gedichten. De bundel bevat lessen over christelijke naastenliefde, Gods goedheid en wijsheid en geestelijke rijkdom. Verder zit er meestal wel een wijze les in de teksten, maar die is niet al te streng. Van Alphen komt over als een vriendelijke jonge vader die de kinderen goed gezind is en begrip heeft voor hun leefwereld. 

Een voorbeeld daarvan is het beroemdste gedicht uit de bundels: ‘Jantje zag eens pruimen hangen’. Van Alphen geeft aan hoe Jantje worstelt met zijn geweten: zal hij een paar pruimen stelen of niet? Jantje besluit om gehoorzaam te zijn, en krijgt daarvoor een beloning.

De pruimeboom - Eene vertelling

Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eijeren zo groot.
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
En niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
Ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
Die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen,
Voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje! zei de vader,
Kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
Nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan 't schudden
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
En liep heen op een galop.

Succesvol

De gedichtjes van Van Alphen waren een enorm succes. Voor het eerst werden hier in het Nederlands teksten gemaakt speciaal voor kinderen, geschreven vanuit de belevingswereld van een kind. De stijl van de gedichten is vlot en toegankelijk en de versjes worden tot op de dag van vandaag gelezen. Er zijn zo’n tweehonderd edities van de bundels verschenen en de gedichtjes zijn vaak opgenomen in bloemlezingen van kinderpoëzie. Opmerkelijk genoeg werden de eerste drukken anoniem gepubliceerd. Misschien verwachtte Van Alphen er weinig van, of wellicht wilde hij als serieus man zijn naam niet verbinden aan kinderversjes.

Kritiek

Al vrij snel na de eerste verschijning van Van Alphens gedichtjes kwam er naast alle lof ook kritiek. Sommige critici vonden dat het kind vooral kind moest zijn en moest kunnen spelen, terwijl Van Alphen vaak hamerde op leren in plaats van spelen. Anderen vonden de kinderen in Van Alphen wat al te braaf. Ook de ik-vertelvorm in de gedichten kon niet ieders goedkeuring wegdragen. De keerzijde van deze literaire techniek is namelijk dat het kind wel érg wijze uitspraken in de mond werden gelegd. Er werden ook persiflages van Van Alphens kindergedichten gemaakt.

Illustraties

De eerste uitgave van de Proeve van kleine gedigten voor kinderen (1778) bestond alleen uit tekst. Daarna kwamen er al snel gravures bij, ontworpen door Jacobus Buys en gegraveerd door Jan Punt, Noach van der Meer jr en anderen. Die illustraties vertellen ons meer over de omgeving waarin de gedichten worden gemaakt en gelezen. Veel taferelen spelen zich af in huis, binnen de vertrouwde kring van het gezin. De afgebeelde kinderen horen tot de gegoede burgerij; ze leven in fraaie huizen en zijn goed gekleed. 

Inscriptie op het schutblad van de bundel

Bijzondere editie in KB

En heel bijzonder exemplaar van de kindergedichtjes van Van Alphen is: Kleine gedigten voor kinderen 1783 met aanvraagnummer KW 2220 G 15. Dit exemplaar is samengesteld uit verschillende vroege drukken van de drie bundeltjes: de Proeve van kleine gedigten voor kinderen, het Vervolg der kleine gedigten voor kinderen en het Tweede vervolg der kleine gedigten voor kinderen

De bijzondere bundel bevat 66 gravures, waarvan er 56 zorgvuldig met de hand zijn ingekleurd door een tante voor haar neefje. Dat gebeurde pas tientallen jaren na de publicatie, tussen 1823 en 1840. De tante had heeft geen kinderen maar haar zuster wel. Haar neefje of nichtje schreef voorin: ‘De prentjes in dit boekje [zijn] gekleurd door myne lieve tante Carp-Douwes’. De familie behoorde tot de kennissenkring van Hieronymus van Alphen. 

De tante die de illustraties inkleurde moet een vaste hand en oog voor detail hebben gehad, want de gravures zijn zeer nauwgezet van halftransparante verf voorzien in verschillende nuances, en dat terwijl de afbeeldingen maar 7,7 × 5,2 cm groot zijn! De inkleuring brengt de voorstellingen tot leven: afzonderlijke boomblaadjes, accenten in de gezichtjes en patronen en versieringen op kleding en meubels springen er uit.

Verwerving

Op één van de schutbladen van de bundel staat een handgeschreven eigenaarsnaam: ‘M. Jorissen’. Het exemplaar is in bezit geweest van de familie Jorissen en ook daarna altijd in particulier bezit gebleven, tot de KB de bundel in juni 2010 kocht op een veiling van Van Stockum in Den Haag. Je kunt de bundel als “digitaal topstuk” bekijken op de KB-website.