De olijke tweeling
Inspiratiebronnen
In een interview in De Gelderlander van 6 september 1958 vertelt Arja Peters dat ze een vel in haar schrijfmachine draait als ze de geest krijgt en dat de inspiratie al tikkende komt. Ze haalt haar stof voor nieuwe boeken uit de wereld om haar heen, vooral van haar zoons en de meeste grappige voorvallen in haar boeken zijn waar gebeurd. De schrijfster van het artikel, Gerda v.d. Werd, onderbreekt het artikel met: “Misschien mag ik hier aan toevoegen, dat haar vingers heel wat minder “vlot werk” doen dan dat bewuste kraantje? Meestal zijn haar manuscripten de wanhoop van haar uitgevers.” Het wordt niet duidelijk wat ze hiermee precies bedoelt: doelt ze op de late aanlevering van toegezegde nieuwe teksten, of op de taal- en stijlfouten in de boeken van Arja Peters? Het artikel noemt ook dat de schrijfster haar 'beste boek' in vier dagen schreef, helaas zonder te expliciteren welk boek daarmee bedoeld wordt.
Kneuterig
In 1988 stopte de reeks De olijke tweeling. De titel van een krantenartikel in De Zwolse courant op 21 december 1988 luidt veelzeggend: “’t Is uit met de Olijke Tweeling. ‘’t Wordt te kneuterig’, zegt schrijfster Chinny van Erven.” In het artikel vertelt ze dat het vijf jaar duurde voordat het 26e deel gemaakt was en dat ze er hard voor heeft moeten ploeteren: “Ik heb het eigenlijk met tegenzin gedaan. […] het ging alles behalve vlot. Het is dat m’n uitgever, De Eekhoorn, zo aandrong, anders… Maar dit is dan ook echt het laatste deeltje. Ik doe het niet meer. Het leuke is er af. ’t Is te kneuterig.” Ze geeft aan dat ze voor inspiratie voor de laatste deeltjes terug greep op haar eigen jeugdervaringen. De schrijfster vindt dat de tijden veranderd zijn en dat de boeken te simpel, te pretentieloos zijn geworden. Ze verklapt ook dat haar uitgever de naam ‘olijke tweeling’ had bedacht, zelf vond ze het ‘maar zo zo’: “Ik denk dat er heel wat kinderen zijn die niet eens weten wat dat betekent, olijk.”
Hertalingen
Zoals gezegd stopt Arja Peters in 1988 met de reeks, die dan uit 26 delen bestaat. Tussen 1997 en 2004 worden de delen 1 t/m 26 nieuw leven ingeblazen door Suzanne Braam en voorzien van nieuwe illustraties van Melanie Broekhoven, om de verhalen weer aantrekkelijk te maken voor een nieuwe groep lezers. Het ‘hertalen’ is geen overbodige luxe, want de Olijke tweeling-boeken van Arja Peters bevatten veel kromme zinnen. NRC publiceerde op 11 februari 1969 een snedig artikel met voorbeelden van zinnen ‘die een vrij zuiver beeld geven van de stilistische capaciteiten van de schrijfster’, zoals: “Dit is waarachtig niet de eerste keer dat een of ander beest dan een konijn in de strikken komt.” En: “Teneergeslagen lieten ze zich op twee stoelen vallen, beide nog maar slechts met moeite hun tranen kunnen bedwingend.” Het probleem is in latere drukken nog niet opgelost. Zo staan in De olijke tweeling op zaal negen (18e druk, 1978) zinnen als: “niemand herkende in deze tegenwoordige Hannie het nare altijd tot hoon klaar staande meisje” en: “Iedereen was het volkomen eens, dat een tweelingzusje, die een tweelingbroertje bezit iets bijzonders was.”
Suzanne Braam vertelt in een interview in Reformatorisch Dagblad (19 november 1996) over haar bewerkingen van de Olijke tweeling-reeks en andere klassieke kinderboeken. Ze geeft aan dat ze wel aanpassingen doet om bijvoorbeeld kleding, traditionele rollenpatronen en aanspreekvormen eigentijdser te maken, maar dat ze geen mobieltjes in de verhalen stopt. Ze pakt ook ouderwetse woorden en de stijl aan: “De hele stijl van onze taal is veranderd. Zinnen zijn tegenwoordig veel minder langdradig dan vroeger. Kinderen van nu zijn sneller. Daarom moet je zinnen beknopter en compacter maken.”
Voortzetting reeks
In 2004 verschijnt deel 27 De olijke tweeling op de planken, geschreven door Jody Peterson. Vanaf 2005 zet Marion van de Coolwijk de reeks De olijke tweeling voort met de nieuwe delen 28 t/m 40, die worden gepubliceerd tot in 2016. In deze latere delen ontwikkelt de tweeling zich meer tot individuen, ze zoeken naar eigen identiteit en gaan niet meer persé identiek gekleed. De vlottere verteltrant en de gebeurtenissen passen beter bij de modernere tijd, de meisjes krijgen mobieltjes en worden zelfs verliefd in een strandtent op vakantie.