De olijke tweeling

Omslag van De olijke tweeling, 1e druk, 1958

De olijke tweeling van Arja Peters is een reeks meisjesboeken die ruim 70 jaar geleden voor het eerst verscheen. Het zijn geen literaire hoogstandjes, maar generaties kinderen (en ouderen!) hebben de verhalen met veel plezier gelezen. De oude edities zijn volop tweedehands verkrijgbaar en nieuwe uitgaven van Marion van de Coolwijk maken de avonturen van de tweeling opnieuw aantrekkelijk voor kinderen van in de 21e eeuw. 

Over de schrijfster 

Arja Peters is het pseudoniem van Chinny van Erven, geboren op 10 januari 1925 te Smilde. Ze volgde na de middelbare school, waar ze negens en tienen haalde voor opstellen, een tweejarige cursus aan de middelbare landbouw/huishoudschool in Deventer. In 1946 trouwde ze met een leraar Frans en kort daarna schreef ze haar eerste boek, de detective Herthe, die werd uitgegeven bij West Friesland. Op advies van de uitgever legde ze zich daarna toe op boeken voor oudere meisjes met titels als Een hart in tweestrijd, Het leven is zo rijk, Rozen rond het zomerhuis en Waarom toch, Teddy? Een deel ervan werd gepubliceerd in de ‘Zonnereeks’ bij West Friesland en Stenvert. Ook schreef ze onder het pseudoniem Chinny Erling boeken als Dwaasheid der illusie, Joyce ontdekt het geluk en Ankie’s moeilijke jaar. Rond 1957 startte ze met de Vickey-reeks voor meisjes van 12 tot 15 jaar. Vermoedelijk begon Arja Peters in 1957 aan de serie De olijke tweeling, bestemd voor meisjes van 8 tot 14 jaar. Op 7 juni 1996 is de schrijfster overleden.

Arja Peters (detail van krantenfoto, Zwolse courant 21-12-1988)

De olijke tweeling beleeft veel avonturen

In dertig jaar publiceerde Arja Peters 26 boeken met belevenissen van deze tweeling. Elke titel begint met ‘De olijke tweeling’ en wordt gevolgd door een locatieaanduiding (op kostschool, op zaal negen, op het politiebureau) of activiteit (gaat verhuizen, helpt de dokter, krijgt rolschaatsen). In sommige gevallen geeft de titel weinig prijs over de inhoud van het boek, zoals bij de titels: spant de kroon, in actie, zet ‘m op, op avontuur. De tijdsbehandeling verschilt per boek, in sommige verhalen wordt globaal de loop van het schooljaar gevolgd, in andere springt de tijd in één bladzijde vooruit van zomerbelevenissen naar skivakantie. De tweeling en hun broertjes blijven wel steeds dezelfde leeftijd houden. 

De verschillende boeken van De olijke tweeling zijn niet genummerd op het omslag of in het binnenwerk. De delen staan op zichzelf en kunnen los van elkaar gelezen worden. Een enkele keer wordt er verwezen naar gebeurtenissen in een ander boek. Zo denken de meisjes in De olijke tweeling op verkenning terug aan een liefdadigheidsactie die centraal stond in een eerder boek: 

Minka Vrezers het klasgenootje had een auto-ongeluk gekregen, een heel erg ongeluk. Haar ene been was volkomen versplinterd… Versplinterd… Je werd misselijk als je er aan dacht.” Minka kon misschien niet meer naar school gaan: “Tenminste… of ze zou gedragen moeten worden… Of… een wagentje… zo’n wagentje speciaal voor invalide mensen. Maar zo’n wagentje was duur… Verschrikkelijk duur… En Minka’s vader verdiende niet zo heel veel. Hij zou jaren en jaren moeten sparen.” De tweeling organiseerde een circus om geld in te zamelen, het werd fantastisch. “en het resultaat, een pracht wagentje voor Minka en nog zoveel geld over, dat een inrichting waar allemaal ongelukkige kinderen verzorgd werden, ook nog een wagentje kon kopen.

Ook in boeken uit verschillende series van dezelfde schrijfster zie je parallellen. Er zijn bijvoorbeeld opvallende overeenkomsten tussen de verhalen over de olijke tweeling en over het hbs-meisje Vickey. De karakters lijken sterk op elkaar (opgeruimde meiden die wel streken uithalen maar het heus zo slecht niet menen en op school hun best doen), hun families (beide hebben een oom Bob en krijgen er ongewenst een nichtje bij), de belevenissen (Vickey heeft last van de vervelende meneer Pietersen, de tweeling van vervelende buurvrouw Pietersen) en hun gezondheidsperikelen (ze moeten alle drie het ziekenhuis in met een blindedarmontsteking). Wellicht dacht de schrijfster, of de uitgever, dat dat niet zoveel uitmaakte omdat de boeken toch voor verschillende leeftijdsgroepen bestemd waren? 

Het is lastig om een precieze reconstructie te maken van de volledige publicatiegeschiedenis van Arja Peters omdat haar boeken van onder verschillende pseudoniemen verschenen bij verschillende uitgevers en omdat in de boeken zelf geen jaar van uitgave is opgenomen. 

  • Drie verschillende uitgaven uit de serie De olijke tweeling door de jaren heen

Inspiratiebronnen

In een interview in De Gelderlander van 6 september 1958 vertelt Arja Peters dat ze een vel in haar schrijfmachine draait als ze de geest krijgt en dat de inspiratie al tikkende komt. Ze haalt haar stof voor nieuwe boeken uit de wereld om haar heen, vooral van haar zoons en de meeste grappige voorvallen in haar boeken zijn waar gebeurd. De schrijfster van het artikel, Gerda v.d. Werd, onderbreekt het artikel met: “Misschien mag ik hier aan toevoegen, dat haar vingers heel wat minder “vlot werk” doen dan dat bewuste kraantje? Meestal zijn haar manuscripten de wanhoop van haar uitgevers.” Het wordt niet duidelijk wat ze hiermee precies bedoelt: doelt ze op de late aanlevering van toegezegde nieuwe teksten, of op de taal- en stijlfouten in de boeken van Arja Peters? Het artikel noemt ook dat de schrijfster haar 'beste boek' in vier dagen schreef, helaas zonder te expliciteren welk boek daarmee bedoeld wordt. 

Kneuterig

In 1988 stopte de reeks De olijke tweeling. De titel van een krantenartikel in De Zwolse courant op 21 december 1988 luidt veelzeggend: “’t Is uit met de Olijke Tweeling. ‘’t Wordt te kneuterig’, zegt schrijfster Chinny van Erven.” In het artikel vertelt ze dat het vijf jaar duurde voordat het 26e deel gemaakt was en dat ze er hard voor heeft moeten ploeteren: “Ik heb het eigenlijk met tegenzin gedaan. […] het ging alles behalve vlot. Het is dat m’n uitgever, De Eekhoorn, zo aandrong, anders… Maar dit is dan ook echt het laatste deeltje. Ik doe het niet meer. Het leuke is er af. ’t Is te kneuterig.” Ze geeft aan dat ze voor inspiratie voor de laatste deeltjes terug greep op haar eigen jeugdervaringen. De schrijfster vindt dat de tijden veranderd zijn en dat de boeken te simpel, te pretentieloos zijn geworden. Ze verklapt ook dat haar uitgever de naam ‘olijke tweeling’ had bedacht, zelf vond ze het ‘maar zo zo’: “Ik denk dat er heel wat kinderen zijn die niet eens weten wat dat betekent, olijk.”

Hertalingen

Zoals gezegd stopt Arja Peters in 1988 met de reeks, die dan uit 26 delen bestaat. Tussen 1997 en 2004 worden de delen 1 t/m 26 nieuw leven ingeblazen door Suzanne Braam en voorzien van nieuwe illustraties van Melanie Broekhoven, om de verhalen weer aantrekkelijk te maken voor een nieuwe groep lezers. Het ‘hertalen’ is geen overbodige luxe, want de Olijke tweeling-boeken van Arja Peters bevatten veel kromme zinnen. NRC publiceerde op 11 februari 1969 een snedig artikel met voorbeelden van zinnen ‘die een vrij zuiver beeld geven van de stilistische capaciteiten van de schrijfster’, zoals: “Dit is waarachtig niet de eerste keer dat een of ander beest dan een konijn in de strikken komt.” En: “Teneergeslagen lieten ze zich op twee stoelen vallen, beide nog maar slechts met moeite hun tranen kunnen bedwingend.” Het probleem is in latere drukken nog niet opgelost. Zo staan in De olijke tweeling op zaal negen (18e druk, 1978) zinnen als: “niemand herkende in deze tegenwoordige Hannie het nare altijd tot hoon klaar staande meisje” en: “Iedereen was het volkomen eens, dat een tweelingzusje, die een tweelingbroertje bezit iets bijzonders was.”

Suzanne Braam vertelt in een interview in Reformatorisch Dagblad (19 november 1996) over haar bewerkingen van de Olijke tweeling-reeks en andere klassieke kinderboeken. Ze geeft aan dat ze wel aanpassingen doet om bijvoorbeeld kleding, traditionele rollenpatronen en aanspreekvormen eigentijdser te maken, maar dat ze geen mobieltjes in de verhalen stopt. Ze pakt ook ouderwetse woorden en de stijl aan: “De hele stijl van onze taal is veranderd. Zinnen zijn tegenwoordig veel minder langdradig dan vroeger. Kinderen van nu zijn sneller. Daarom moet je zinnen beknopter en compacter maken.”

Voortzetting reeks

In 2004 verschijnt deel 27 De olijke tweeling op de planken, geschreven door Jody Peterson. Vanaf 2005 zet Marion van de Coolwijk de reeks De olijke tweeling voort met de nieuwe delen 28 t/m 40, die worden gepubliceerd tot in 2016. In deze latere delen ontwikkelt de tweeling zich meer tot individuen, ze zoeken naar eigen identiteit en gaan niet meer persé identiek gekleed. De vlottere verteltrant en de gebeurtenissen passen beter bij de modernere tijd, de meisjes krijgen mobieltjes en worden zelfs verliefd in een strandtent op vakantie.