À quelle heure un train partira-t-il pour Paris ?

Jaar: 1982 
Auteur: Guillaume Apollinaire (1880 – 1918) 
Kunstenaar: Alecos Fassianos (1935 – 2022) 
Uitgever: Fata Morgana

Alecos Fassianos, ets op titelpagina, À quelle heure un train partira-t-il pour Paris?

Kunstenaarsboeken onderscheiden zich niet alleen door hun illustraties, maar ook door hun tekst. À quelle heure un train partira-t-il pour Paris?, in 1982 uitgegeven door Fata Morgana, is daarvan een bijzonder voorbeeld: het verenigt een vergeten pantomime van de beroemde dichter Guillaume Apollinaire met dertien originele etsen van de Griekse kunstenaar Alecos Fassianos.

Guillaume Apollinaire is een van de belangrijkste vernieuwers van de Franse literatuur aan het begin van de twintigste eeuw. Hij was bevriend met grote kunstenaars als Picasso en Derain, introduceerde de term ‘surrealisme’ en publiceerde invloedrijke bundels als Alcools (1913) en Calligrammes (1918). Zijn werk beweegt zich tussen poëzie, beeldende kunst en theater. Ook zijn toneelstukken, waaronder Les Mamelles de Tirésias, getuigen van zijn verlangen om de grenzen van traditionele kunstvormen open te breken. 

Een vergeten pantomime

In tegenstelling tot ‘normale’ mime, die emoties of gedachten uitdrukt zonder taal of attributen, is pantomime luider, muzikaler en bevat het soms ook gesproken dialoog. À quelle heure un train partira-t-il pour Paris? ontstond in juli 1914, vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Apollinaire werkte eraan samen met een opmerkelijk gezelschap van avant-garde kunstenaars: Francis Picabia zou de decors ontwerpen, Alberto Savinio de muziek schrijven en Marius de Zayas instaan voor de enscenering. Het project was bedoeld als een revolutionair spektakel dat het publiek moest verrassen en zelfs choqueren. Door de oorlog kwam het echter nooit tot uitvoering. Het manuscript verdween uit beeld en werd pas tientallen jaren later teruggevonden door de Amerikaanse literatuurwetenschapper Willard Bohn.

De pantomime is gebaseerd op Apollinaires gedicht ‘Le musicien de Saint-Merry’ uit Alcools. Net als in het gedicht ontvouwt zich een raadselachtige stoet van personages die zich door de stad beweegt. Het verhaal is bewust eenvoudig gehouden en bestaat uit een reeks scènes waarin toeval en absurditeit elkaar afwisselen. Opmerkelijk is dat Apollinaire voor het theater een extra slotscène toevoegde. Daarin verschijnt Napoleon III, omschreven als ‘le souverain automatique’ (de automatische vorst), een onverwachte figuur die de toch al wonderlijke handeling nog verder richting fantasie en satire duwt. 

Quasi kinderlijke etsen

Voor de uitgave van 1982 werd Apollinaires tekst toevertrouwd aan Alecos Fassianos (ofwel Alekos Fassianos), een van de bekendste Griekse kunstenaars van de twintigste eeuw én een groot bewonderaar van Apollinaire. Voor een foto poseerde hij zelfs naast het monument dat Picasso aan Apollinaire opdroeg. Na zijn opleiding aan de kunstacademie in Athene, vestigde Fassianos zich in Parijs, waar hij in contact kwam met de internationale kunstwereld. Zijn werk, geworteld in de Griekse cultuur, werd bovenal bevolkt door mythologische figuren met krachtige contouren en golvende haren. 

Dit is ook het geval voor À quelle heure, waar Fassianos’ bijdrage bestaat uit dertien originele kleurenetsen. De etsen zijn soms letterlijke illustraties van de tekst. Zo vertaalt de wapperende vlag op het voorblad van scène 2 de scèneomschrijving letterlijk naar beeld: ‘Sur le rideau noir – toujours baissé – passe horizontalement (de droite à gauche) une lanière de toile blanche où est écrite la date : le 21 du mois de mai 1913. Les lettres, majuscules et en caractères d’imprimerie, sont noires ; les chiffres sont rouges.’ (‘Op het zwarte doek – nog altijd gesloten – loopt horizontaal (van links naar rechts) een strook wit doek waarop de datum staat geschreven: 21 mei 1913. De letters zijn in zwarte blokletters uitgevoerd; de cijfers zijn rood’). Opvallend is dat de tekst in een aantal afbeeldingen in spiegelbeeld is gedrukt, Fassianos lijkt hier geen rekening mee te hebben gehouden tijdens het graveren van zijn etsen. De kleurrijke stijl van Fassianos kreeg in dit boek ook een plaats, door de platen af te drukken in turquoise, groen, oker, donkerblauw, rood en een soort roestkleur. Door hun eenvoudige lijnen lijken de illustraties bijna naïef, wat mooi contrasteert met het raadselachtige karakter van de pantomime. 

Het eerste Dada-toneelstuk (La Première Pièce Dada)

De uitgave van Fata Morgana bevat een afzonderlijke tekst van Willard Bohn getiteld Apollinaire et le mélodieux ravisseur. Daarin bespreekt hij de ontwikkeling van het manuscript en plaatst hij het werk binnen Apollinaires artistieke ontwikkeling.

Een aardig detail is dat sommige onderzoekers, waaronder Bohn, À quelle heure beschouwen als een soort laboratorium voor ideeën die Apollinaire later verder zou uitwerken. Zo werd ‘la Première Pièce Dada’ een inspiratiebron voor Les Mamelles de Tirésias, en zouden ook andere kunstenaars inspiratie putten uit deze voorloper van de Dada-beweging.

Verschillende projecten uit zijn laatste levensjaren bleven onafgewerkt. Ook deze pantomime biedt een fascinerende blik op mogelijkheden die nooit volledig gerealiseerd werden. Het werk staat daarmee op een kruispunt van poëzie, beeldende kunst, theater en experiment: precies de plek waar Apollinaire zich het liefst bevond. 

 

Een uitdagende boekband

Boekband van À quelle heure un train partira-t-il pour Paris?

Op verzoek van de KB werd het boek in 2008 gebonden door Pau Groenendijk (Mooie Boeken). Na haar academische lerarenopleiding volgde zij een opleiding aan de Grafische School. In de jaren tachtig reisde zij naar Italië om zich verder te bekwamen in het boekbinden. Kenmerkend voor haar praktijk is dat iedere boekband uniek is, zelfs wanneer deze onderdeel uitmaakt van een oplage. 

Voor À quelle heure ontwierp Groenendijk een bijzondere band. Zij moest daarbij rekening houden met zowel de tekst van Bohn als een los toegevoegd katern met de dertien etsen van Fassianos. De tekst werd in de band bevestigd, en het etsenkatern kreeg een apart mapje dat aan de binnenzijde van de omslag werd geplakt. Het geheel werd gehuld in een opvallende omslag met een craqueléstructuur die doet denken aan krokodillenleer. De onregelmatige textuur en de kleur, een helder turquoise, sluiten naadloos aan bij de expressieve etsstijl van Fassianos. 

Bibliografische beschrijving

Beschrijving: À quelle heure un train partira-t-il pour Paris? : pantomime / Guillaume Apollinaire ; gravures par Alecos Fassianos. - Saint-Clément-la-Rivière : Fata Morgana, 1982. 29 p. ; 25 cm. 
Drukker: Imprimerie de la Charité (typografie) en Luc Moreau (etsen) 
Oplage: 75 exemplaren op vélin d’Arches-papier 
Exemplaar: Nummer 28 
Bijzonderheid: Gesigneerd door de kunstenaar. Bevat ook Apollinaire et le mélodieux ravisseur van Willard Bohn en een los katern met alle etsen van Alecos Fassianos. Gebonden door Pau Groenendijk (Mooie Boeken), Amsterdam, 2008. 
Aanvraagnummer: KW KOOPM L 511

Literatuur

  • Willard Bohn, Apollinaire and the faceless man. The creation and evolution of a modern motif. Cranbury, NJ, Associated University Presses, 1991.
  • Willard Bohn, Apollinaire and the international avant-garde. Albany, State University of New York Presses, 1997.
  • Willard Bohn, Apollinaire on the edge. Modern art popular culture and the avant-garde. Amsterdam, Rodopi, 2010.
  • ‘Alekos Fassianos’ [museumwebsite]