Sol de la montagne

Jaar: 1956 
Auteur: André du Bouchet (1924 – 2001) 
Kunstenaar: Dora Maar (1907 – 1997) 
Uitgeverij: Jean Hugues

Sol de la montagne, titelpagina

De ontmoeting tussen Dora Maar en André du Bouchet in 1951 markeert het begin van een relatie die zich niet eenvoudig laat typeren als louter artistiek of persoonlijk. Zij is dan 44 jaar oud, hij 27. Du Bouchet is getrouwd, wordt datzelfde jaar vader, maar zijn huwelijk valt kort daarop uiteen. Kort na hun ontmoeting treedt Maar op als peetmoeder van zijn dochter, al blijft haar aanwezigheid fragmentarisch. Tegelijkertijd vormt de poëzie een verbindende factor: in 1956 realiseren zij samen Sol de la montagne, een gedichtenbundel uitgegeven door Jean Hugues, waarvoor Dora Maar vier aquatinten maakt.

La femme qui pleure / De huilende vrouw

De periode vóór Maars ontmoeting met Du Bouchet is onlosmakelijk verbonden met haar relatie met Pablo Picasso. Wanneer zij elkaar leren kennen, is Dora Maar (pseudoniem van Henriette Theodora Markovitch) al een gevestigde fotograaf binnen de surrealistische kringen van Parijs. Ze beweegt zich in intellectuele en politieke milieus, maar wordt door Picasso tegelijkertijd gepositioneerd als muze en model. In zijn werk verschijnt Maar in sterk vervormde portretten­, zoals La femme qui pleure – beelden die vaak worden gelezen als uitdrukking van haar vermeende melancholie. Haar rol blijft echter niet beperkt tot die van model: ze speelt een actieve rol in Picasso’s werkproces, onder meer door de fotografische documentatie van de totstandkoming van het schilderij Guernica. Niettemin heeft hun relatie ook een diepgaande invloed op haar eigen artistieke ontwikkeling. Na hun breuk trekt Dora Maar zich terug uit de fotografie en verschuift haar werk naar schilderkunst en grafiek, waarin technieken als ets en aquatint een belangrijke rol gaan spelen. Bovendien bracht Picasso haar in direct contact met Roger Lacourière, een Parijse drukker die gespecialiseerd was in hoogwaardige prentkunst.

Abstracte etsen en sobere typografie

Ook de prenten van Sol de la montagne worden bij Lacourière gedrukt, terwijl de teksten werden gedrukt bij Crès. Het zetwerk werd verzorgd door Henri Jonquières, de zwager van Jean Crès, die toen bij het atelier werkzaam was. De uitgave draagt duidelijk zijn signatuur, vooral door de sobere, elegante typografie. De vier etsen kenmerken zich door een behouden, abstract karakter. Ze tonen geen directe verwijzing naar het berglandschap uit de titel, maar roepen er een gefragmenteerde voorstelling van op: donkere massa’s worden afgewisseld met open witte vlakken. De etsen sluiten nauw aan bij Du Bouchets poëtica en de sobere typografie van de bundel met brede marges en witregels. 

Du Bouchets vrije verzen worden gekenmerkt door een opvallende aanwezigheid van ‘lucht’, wat het resultaat is van het ‘vernietigen’ van zijn poëzie: overbodige woorden en zinnen worden ‘vernietigd’ en scheppen ruimte op de pagina – als modernist is hij geïnteresseerd in het bouwproces van een gedicht. Hierdoor ontstaat een tekst die niet de pagina domineert, maar er juist in wordt opgenomen. De prenten van Dora Maar lijken deze typografische ruimte te beantwoorden: de ‘lucht’ wordt juist benadrukt in plaats van louter opgevuld.

Dora Maar, ets in Sol de la montagne (p. 47)

Bijzonder is de laatste ets in de bundel op pagina 47, waar, als je wilt, een figuratieve voorstelling zichtbaar wordt. Deze prent toont een brede, diagonale vorm die het beeldvlak doorsnijdt. De aquatinttechniek zorgt voor een korrelig oppervlak waarin verschillende dichtheden van grijs ontstaan. De donkere zones lijken samen te klonteren, terwijl de lichtere partijen deze openbreken. De beeldtaal is abstract, maar roept toch associaties op met geologische structuren, zoals een berglandschap, en blijft open voor meerdere interpretaties. Deze ambiguïteit sluit aan bij de gedichten van Du Bouchet die betoogt dat hij zo ver mogelijk van zich af schrijft: hij ontkent directe zelfuitdrukking door teksten te schrappen of meerduidig te maken. De prenten van Dora Maar weerspiegelen dit proces.

Beginnende carrières

De bundel verscheen uiteindelijk in november 1956 bij Jean Hugues. Hij stond toen nog aan het begin van zijn loopbaan als uitgever: zijn eerste publicatie was recent daarvoor verschenen, in 1953. Ook Du Bouchet en Maar bevonden zich op dat moment nog in een vroege fase van hun artistieke ontwikkeling. Du Bouchet had slechts enkele kleine uitgaven op zijn naam staan, terwijl Dora Maar nog nooit etsen voor een bundel had vervaardigd. Dit zou overigens haar enige excursie op dit terrein blijven. Dankzij de steun van de gerenommeerde dichter René Char vond Hugues, na twee jaar niets uitgegeven te hebben, opnieuw het vertrouwen om een boekproject aan te gaan. Sol de la montagne werd daarmee zijn vierde uitgave. 

Sol de la montagne, colofon

In het colofon plaatsen beide kunstenaars hun handtekening. Voor Du Bouchet markeerde deze publicatie het begin van een vruchtbare periode van bibliofiele uitgaven; voor Dora Maar betekende het een belangrijk keerpunt in haar carrière. Zo vertrok zij, zoals Du Bouchet ook in Sol de la montagne beschrijft, op haar motor richting de Franse bergen en legde zij zich steeds meer toe op action painting.

Bibliografische beschrijving

Beschrijving: Sol de la montagne : poèmes / André Du Bouchet ; ornés de 4 eaux-fortes de Dora Maar. - Paris : Jean Hugues, 1956. - 55 p. ; 34 cm.
Drukker: Jean Crès (tekst), Roger Lacourière (etsen)
Oplage: 101 exemplaren, waarvan één op vergé pur chiffon van Richard de Bas met de originele etsen, en honderd op vélin pur chiffon van Rives
Exemplaar: Nummer 39 van de 100 (genummerd van 2 tot 101) 
Bijzonderheid: Gesigneerd door de auteur en de kunstenaar
Aanvraagnummer: KW KOOPM K 276

Literatuur

  • Brigitte Benkemoun, Je suis le carnet de Dora Maar. Paris, Stock, 2019.
  • Antoine Coron, ‘Pablo Picasso: Eaux-fortes originales pour des textes de Buffon, 1942’ in De Goya à Max Ernst : livres illustrés de la bibliothèque R.M.. Bever, Éditions du Fourmilier, 2018, p. 321–325.
  • André du Bouchet, Carnets 1952–1956. Paris, Plon, 1990.
  • Alicia Dujovne Ortiz (vert. Jossy Hartmans), Dora Maar: gevangene van een blik. Amsterdam, Sirene, 2006.
  • Jean Hugues, libraire-éditeur : Le Point Cardinal. Paris, Cendres, 2004.
  • Emma Wagstaff, Provisionality and the Poem: Transition in the Work of du Bouchet, Jaccottet and Noël. New York, Rodopi, 2006.