Manuscriptkaarten voor prins Maurits

Tabula geographica ac thalassographica in qua tota Peruana ac magna Mexicanae pars cum suis insulis accurate describuntur. [Evert Gijsbertsz?]. [Edam, vóór 1596]. Aanvraagnummer: 78 B 28

De KB bezit twee anonieme kaarten, getekend op perkament, die beide op basis van decoratieve en artistieke kenmerken worden toegeschreven aan de Edamse cartograaf Evert Gijsbertsz. Op de eerste kaart wordt het westelijke gedeelte van de Indische Oceaan weergegeven. De tweede, hier afgebeelde kaart bestrijkt het gebied van de Nieuwe Wereld zuidelijk van Newfoundland tot aan de Straat van Magellaan. Linksboven, weliswaar in het zuidoosten van Noord-Amerika, is een plattegrond van de stad Mexico getekend, terwijl midden op de kaart het gezicht op de Peruviaanse stad Cuzco is verbeeld. Het gaat hier om een ‘portolaan’-kaart. Dit zijn navigatiekaarten die doorkruist worden met koerslijnen in plaats van lengte- en breedtegraden. Kenmerkend zijn de weinige details van het binnenland en meer details (steden en herkenningspunten) langs de kustlijnen. Die  helpen een schip zijn positie te bepalen langs de kust.

Onderzoek heeft aangetoond dat Gijsbertsz vanaf 1596 het in dat jaar verschenen Itinerario van Jan Huygen van Linschoten als bron voor zijn kaarten gebruikte. Maar de kaart van Midden- en Zuid-Amerika gaat uitsluitend terug op Spaanse en Portugese bronnen. Voor deze kaart had hij blijkbaar nog niet de beschikking gehad over het Itinerario. Hij moet dan ook vóór 1596 zijn getekend.

Evert Gijsbertsz. hoorde tot de zogenaamde Noordhollandse cartografenschool, een groep kaartenmakers die tussen 1583 en 1636 in Enkhuizen, Edam en Warder werkzaam waren. De grondlegger van deze school was Lucas Jansz Waghenaer (1533/34-1606), een oud-stuurman die in 1584 de zeemansgids Spieghel der Zeevaerdt publiceerde. Dit werk maakte het mogelijk dat er een complete collectie grootschalige gedrukte zeekaarten ter beschikking kwam voor het hele zeegebied dat door Nederlandse schepen werd bezocht. Kenmerkend is het kunstzinnige aspect van de kaarten die door de Noordhollandse cartografenschool geproduceerd werden.  De kaartranden werden met bloemmotieven versierd en regelmatig werden landgedeeltes geïllustreerd met stadsplattegronden en aangezichten. Evenzeer opvallend zijn de windrozen, de schepen en dieren in zee, en het bonte kaartschrift in verschillende lettersoorten. De zorgvuldigheid waarmee tekening, kleurwerk en kaartschrift zijn uitgevoerd, maakt het aannemelijk dat deze zeekaarten niet voor gebruik op zee bestemd waren, maar dienden ter decoratie en consultatie te land. Dat betekende niet dat de geografische betrouwbaarheid daarmee naar het tweede plan verschoven werd. Bij de kaartredactie baseerden de cartografen zich op actuele hydrografische informatie. Hun kaarten kunnen ook in dat opzicht de toetssteen van de kritiek weerstaan. 

De twee kaarten komen uit de Stadhouderlijke Collectie. Mogelijk zijn ze op het einde van de zestiende eeuw aangeboden aan prins Maurits van Nassau en decoreerden de kaarten de muren van een kamer in het binnenhof. 

Literatuur

  • G. Schilder, 'De Noordhollandse cartografenschool', in: Lucas Jansz. Waghenaer, De maritieme cartografie in de Nederlanden in de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw. Enkhuizen 1984, p. 47-72.