Eenentwintich verscheyden manieren van fortificatie

Eenentwintich verscheyden manieren van fortificatie. Adriaan van Conflans. S.l., 1593-1594. Aanvraagnummer: 128 A 27, fol. 1r

In 1593 begon de schilder Adriaan Conflans aan een geïllustreerd handschrift over Nederlandse vestingbouw, getiteld Eenentwintich verscheyden manieren van fortificatie (KW 128 A 27). Hij had de intentie het werk aan te bieden aan Maurits van Nassau, de stadhouder van Holland en Zeeland. Die had datzelfde jaar met succes Geertruidenberg belegerd en ingenomen. Door een val kon Conflans zijn traktaat pas in 1594 voltooien.

Met zijn vestingatlas probeerde Conflans inzicht te bieden in de manier waarop in de Nederlanden vestingen konden worden aangelegd. De drassige bodem en de vele waterlopen van onze gebieden vroegen immers om aangepaste verdedigingswerken. Conflans tekende 21 modellen van vestingen, in alle waarschijnlijkheid gebaseerd op Italiaanse voorbeelden van onder andere Francesco de Marchi. De tekeningen zijn bijzonder fraai uitgevoerd, maar sluiten in de praktijk slechts beperkt aan bij de toenmalige militaire realiteit. De laatste voorstelling, een vesting in de vorm van een klauwende Nederlandse leeuw, is exemplarisch voor het eerder symbolische karakter van het manuscript. 

De belegering van Geertruidenberg staat centraal op de openingspagina van Conflans’ handschrift. In een allegorische cartouche is de stad afgebeeld, terwijl bovenaan de personificatie van de roem (Fama) de lof op het huis Oranje verkondigt. Aan weerszijden verschijnen de vier kardinale deugden Prudentia en Justitia enerzijds, en Fortitudo en Temperantia anderzijds. Onderaan is de omlijsting gevuld met attributen van oorlog en vrede. Op de voorgrond groeien twee oranjebomen, een verwijzing naar Maurits’ devies: Tandem fit surculus arbor (“Eindelijk wordt het stekje een boom”). Op deze manier maakt  Conflans duidelijk dat zijn werk niet alleen gezien moet worden als technisch traktaat over vestingbouw, maar ook als een eerbetoon aan het militaire en politieke succes van de jonge prins.

Het handschrift werd daadwerkelijk aan de prins aangeboden. Het sloot uitstekend aan bij diens belangstelling voor vestingbouw en militaire theorie. Het traktaat van Conflans werd daarom opgenomen in een verzameling militaire werken die Maurits van Nassau aanlegde in het kader van zijn oorlogvoering tegen Spanje. Het maakte deel uit van de zeventiende-eeuwse Oranje-Nassau-bibliotheek en kwam zo in de collectie van de KB, Nationale bibliotheek terecht.

Literatuur

  • C.M.J.M. van den Heuvel. "Papiere bolwercken". De introductie van de Italiaanse stede- en vestingbouw in de Nederlanden (1540-1609) en het gebruik van tekeningen. Alphen aan den Rijn 1991.
  • Ch. van den Heuvel, '''De Huysbou en de Crijchshandel'. Simon Stevins zoektocht naar een theorie van de Hollandse stad en haar verdediging', in: De zeventiende eeuw 10 (1994), pp. 79-89.